De crisismaatregelen om bedrijven toe te laten ontslagen tot een minimum te beperken via allerlei systemen van arbeidsduurvermindering (crisistijdskrediet, crisis-tijdelijke werkloosheid voor bedienden...) zijn een succes. Ongeveer 300 bedrijven hebben al de toestemming gekregen om een of meerdere van de stelsels toe te passen.
...

De crisismaatregelen om bedrijven toe te laten ontslagen tot een minimum te beperken via allerlei systemen van arbeidsduurvermindering (crisistijdskrediet, crisis-tijdelijke werkloosheid voor bedienden...) zijn een succes. Ongeveer 300 bedrijven hebben al de toestemming gekregen om een of meerdere van de stelsels toe te passen. Als het aantal aanvragen verder stijgt, is de kans groot dat de sociale partners voor een verlenging van de regeling pleiten. Voorlopig, want momenteel gelden de maatregelen slechts tot het einde van 2009. Na een advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR) kunnen ze verlengd worden tot eind juni 2010. Naar verluidt zou dit alleen mogelijk zijn als er duidelijke vooruitgang is geboekt in het dossier over de harmonisering van het arbeiders- en bediendestatuut, maar als de sociale partners ervan overtuigd zijn dat de crisismaatregelen ook in 2010 noodzakelijk zijn, komt de verlenging er zeker. 30 juni 2010 moet dan wel een absolute einddatum zijn. De tijdelijke maatregelen die leiden tot arbeidsduurvermindering mogen geen structureel karakter krijgen. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste hebben de crisismaatregelen de arbeidsmarktregels nog eens complexer gemaakt. Veel te complex eigenlijk. Bedrijven vragen zich af of crisistijdskrediet en tijdelijke werkloosheid voor bedienden cumuleerbaar zijn. Bovendien komen die maatregelen bovenop bestaande stelsels van aanpassing van de arbeidsduur zoals klassiek tijdskrediet, de Vlaamse overbruggingspremie of een stelsel van arbeidsduurvermindering dat sinds 2004 bestaat. Een kat zou er haar jongen niet in terugvinden. Daarnaast zijn de crisismaatregelen een versterking van de insider-outsider-theorie. Alles wordt eraan gedaan om de mensen met een job (de insiders) in de arbeidsmarkt te houden. Een nobele zaak, maar dit betekent ook dat elke nieuwe maatregel de kloof verbreedt die de out-siders of niet-werkenden moeten overbruggen om tot de arbeidsmarkt toe te treden. Hier dreigt een verloren generatie te ontstaan van structureel werklozen die het de komende maanden en jaren moeilijker zullen hebben om aan een job te geraken. Een derde nadeel van crisismaatregelen die een blijvend karakter krijgen, is dat arbeidsduurvermindering en kortere werkweken meer en meer ingeburgerd raken, ook als de economie weer aantrekt. En dat kan niet de bedoeling niet zijn. De arbeidsduur in België is de voorbije tien jaar niet alleen gedaald (van 1660 uur tot 1566 op jaarbasis), ons land bevindt zich een heel stuk onder het EU-gemiddelde van 1694 uur. Het is ook niet zo dat lagere arbeidsduur in België meer jobs genereert. Samen met Spanje, Frankrijk en Luxemburg behoort ons land tot weinig benijdswaardige groep van EU-lidstaten waar lage arbeidsduur samengaat met weinig werkenden. Het is dus niet alleen belangrijk dat die crisismaatregelen zo snel mogelijk worden afgeschaft als de economie weer aantrekt. De sociale partners moeten ook het debat durven te voeren over de andere stelsels van arbeidsduurvermindering, zonder aspecten als de combinatie arbeid-gezin uit het oog te verliezen. Door Alain MoutonArbeidsduurvermindering en korte werkweken raken ingeburgerd. Ook als de economie weer aantrekt.