Niet alle studenten
...

Niet alle studentenzijn gelijk voor het Internet. De Vlaamse studenten zijn in het algemeen beter af dan hun Waalse kollega's, terwijl hogeschoolstudenten vaak in de cyberkou blijven staan.Dat studenten überhaupt op het Internet kunnen, is een gevolg van het Belnet-projekt, dat wordt gefinancierd door de Diensten voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid en dat de universiteiten een gratis Internet-aansluiting verschaft. Hogescholen genieten een korting op de toegangsprijs, maar betalen toch nog 125.000 frank per jaar voor een 64 kbps-verbinding (de commerciële prijs ligt in de orde van 400.000 frank).Universiteiten zijn vrij in de besteding van deze Internet-kapaciteit, mits zij haar niet buiten de universiteit doorverkopen of er commerciële diensten mee beginnen. Ook met gratis toegang zijn echter de kosten voor de onderwijsinstelling zo aanzienlijk, dat er voorzichtig mee wordt omgesprongen. Belnet levert niet de pc's, de software of de opleiding aan de studenten en evenmin het netwerk dat hen met de Belnet-router verbindt. Bovendien zijn de professoren gereserveerd over Internet-toegang omdat zij met de studenten konkurreren om de schaarse ruimte op het net. Zij huiveren bij de gedachte dat zij op een dag het Net niet zullen opkunnen, omdat hun studenten naar een koncert van de Rolling Stones zijn gesurft. Zowel de Universiteit Gent als de KU-Leuven zoeken naar manieren om de druk op hun netwerk te verlichten, bijvoorbeeld door het aantal toegangsuren voor kandidaatsstudenten te beperken.DRIE TOEGANGSNIVEAUS.Universiteiten kunnen de druk op hun netwerk ook beperken door het type toegang dat zij toestaan. Er zijn drie types.- 1. Toegang tot Internet-diensten zonder elektronische post (bijvoorbeeld via terminals in biblioteken). Zie kolom 1 in de tabel.- 2. Toegang met toekenning van een e-mail-adres. De student kan zo wereldwijd berichten ontvangen en verzenden. Zie kolom 2.- 3. Toegang via modem, kolom 3. Dit geeft studenten de kans met een eigen pc van huis uit in te loggen op het universitaire netwerk. Hier bestaan twee toegangsmodi. Ofwel logt de pc in als een passieve terminal die enkel de diensten kan gebruiken die de universiteitscomputer hem wil leveren (terminal mode of shell account). Ofwel wordt de pc van de student bij het inloggen een onderdeel van het Internet. Dat veronderstelt dat hij de kommunikatie-standaard van het Internet (TCP/IP) en een aantal toepassingen op zijn pc heeft draaien. In de twee gevallen betaalt de student de kommunikatiekosten tot aan het inbelpunt.