Vrouwengolf krijgt veel minder aandacht dan de kampioenschappen voor mannen. In het professionele circuit zijn nochtans heel wat Belgische speelsters actief. Het niveau van Nicolas Colsaerts hebben ze nog niet, maar dat neemt niet weg dat ze heel ambitieus zijn.
...

Vrouwengolf krijgt veel minder aandacht dan de kampioenschappen voor mannen. In het professionele circuit zijn nochtans heel wat Belgische speelsters actief. Het niveau van Nicolas Colsaerts hebben ze nog niet, maar dat neemt niet weg dat ze heel ambitieus zijn. Chloé Leurquin (22) uit Waterloo bijvoorbeeld. Ze legt zich helemaal toe op haar golfcarrière, maar geeft haar academische studies niet op. Een combinatie die de lat heel hoog legt, maar Leurquin is vastberaden. "Dankzij mijn statuut van topsporter kan ik rekenen op een aangepast collegerooster, zodat ik mijn master als handelsingenieur aan de Louvain School of Management toch kan halen." Leurquin sloeg haar eerste drives toen ze twaalf was. "Ik had de smaak meteen te pakken en ging er snel op vooruit. Op mijn veertiende werd ik al geselecteerd in het team van de golffederatie, met meisjes van mijn generatie als Laura Gonzalez Escallon, Valentine Gevers, Manon Vanmol of Stéphanie Dony. Zo konden we elkaar naar een hoger niveau tillen." Vandaag is ze professioneel actief in de LET Access Serie, het equivalent voor vrouwen van de European Challenge Tour. "Het niveau in dat kampioenschap ligt zeer hoog. Natuurlijk heb ik eerst lang gepraat met mijn ouders en mijn coach, Arnaud Langenaeken, voor ik met dit avontuur begon. Maar het is een uitdaging waar ik me helemaal klaar voor voel." Haar doel dit seizoen is een plaats in de top vijf van het kampioenschap. Daarmee zou ze volgend jaar toegang krijgen tot de Ladies European Tour. "Ik weet zeker dat ik het kan. Ik moet er alleen over waken dat mijn putting op niveau raakt. Dat is nu nog mijn zwakke plek." Een seizoen als profspeelster in het Europese circuit is geen goedkope onderneming. "De vliegtuigtickets, hotels en restaurants kosten al snel 50.000 euro per jaar. Een budget dat je niet rond krijgt met het bescheiden prijzengeld. Gelukkig kan ik rekenen op een paar sponsors als Callaway, Titleist, Evadix, het bedrijf van mijn vader, of de Royal Waterloo, mijn thuisclub. Maar ik beschouw dit ook als een investering in de toekomst." Leurquin droomt ook van deelname aan de Olympische Spelen van Rio in 2016. "Ik werd geboren in Brazilië omdat mijn vader daar destijds werkte. Het zou een leuke knipoog van het lot zijn om daar terug te keren voor de Spelen. Natuurlijk wordt het niet makkelijk om me te kwalificeren. Om een kans te maken, moet ik wellicht de top 120 halen." Leurquin aarzelt niet om hoog te mikken, toch blijft ze met beide voeten op de grond. Tussen twee toernooien of trainingen haalt ze meteen de cursussen boven of werkt ze al aan haar masterproef, die over fiscaliteit in de sport gaat. MIGUEL TASSO