Uit een enquête van het studentenmagazine Guido en de ondernemersorganisatie Xerius blijkt dat 41,25 procent van de hogeschool- en universiteitsstudenten een bedrijf wil oprichten. Vanwaar die plotse populariteit voor ondernemen bij studenten? "Daarvoor zijn meerdere verklaringen", zegt Jelle Van Roosbroeck, docent bedrijfsmanagement aan de Arteveldehogeschool en medewerker aan het studentencoöperatieproject van de school. "Allereerst zijn er de succesverhalen zoals Marc Zuckerberg die Facebook uit het niets heeft opgericht. Maar dichter bij huis hebben we ook Dries Buytaert met Drupal, een softwarepakket dat ondertussen door het Witte Huis wordt gebruikt. Daarnaast beseffen meer en meer jongeren dat de studententijd het ideale moment is om een bedrijf te starten. Je hebt nog geen leningen af te betalen, geen job, geen kinderen. Je hebt meer mogelijkheden om een bedrijf uit de grond te stampen dan iemand die vijf dagen op zeven op zijn werk zit."
...

Uit een enquête van het studentenmagazine Guido en de ondernemersorganisatie Xerius blijkt dat 41,25 procent van de hogeschool- en universiteitsstudenten een bedrijf wil oprichten. Vanwaar die plotse populariteit voor ondernemen bij studenten? "Daarvoor zijn meerdere verklaringen", zegt Jelle Van Roosbroeck, docent bedrijfsmanagement aan de Arteveldehogeschool en medewerker aan het studentencoöperatieproject van de school. "Allereerst zijn er de succesverhalen zoals Marc Zuckerberg die Facebook uit het niets heeft opgericht. Maar dichter bij huis hebben we ook Dries Buytaert met Drupal, een softwarepakket dat ondertussen door het Witte Huis wordt gebruikt. Daarnaast beseffen meer en meer jongeren dat de studententijd het ideale moment is om een bedrijf te starten. Je hebt nog geen leningen af te betalen, geen job, geen kinderen. Je hebt meer mogelijkheden om een bedrijf uit de grond te stampen dan iemand die vijf dagen op zeven op zijn werk zit." Ook 'van je hobby je beroep maken' is belangrijk, volgens Van Roosbroeck. "Dat is ook de reden waarom er zoveel starters ontstaan in de IT-sector", vertelt hij. "Een student die een beetje kan programmeren, begint al snel te experimenteren en komt zo vaak op een leuk idee voor software. Heel wat studenten nemen het heft in eigen handen als blijkt dat iets wat zij nodig hebben niet bestaat en maken het dan maar zelf." De allerbelangrijkste reden is de groeiende aandacht voor ondernemen, zegt Jelle Van Roosbroeck. "Programma's als 'Topstarter', waarvan we de Wasbar kennen, en aandacht voor startende bedrijfjes in andere tv-programma's en tijdschriften doen heel veel studenten ervan dromen ook hun eigen baas te zijn. En dan zijn er nog de acceleratoren zoals Telenet Idealabs of KBC StartIt, waar jonge ondernemers begeleid worden door ervaren ondernemers bij de uitbouw van hun bedrijf. Het landschap voor start-ups wordt beter en beter. Hopelijk neemt ook de regering haar verantwoordelijkheid en verbetert ze het algemene klimaat voor ondernemers." De UGent was de eerste hogeronderwijsinstelling die studenten-ondernemers via een speciaal statuut steunde. Het begon in de richting computerwetenschappen. "In de informaticasector is het heel makkelijk om een klein bedrijfje op te richten waar apps of websites worden gemaakt en ik wilde dat stimuleren bij de studenten om de opleiding wat interessanter en vooral meer praktijkgericht te maken", zegt professor computerarchitectuur Koen De Bosschere. "Na een tijd vroeg de universiteit of dat in alle opleidingen kon worden geïmplementeerd. Elke student kan die ondernemende competenties wel gebruiken. We hebben de naam veranderd naar Durf Ondernemen en het statuut van student-ondernemer in het leven geroepen." Met dat statuut kunnen studenten die een bedrijfje runnen naast hun studies, net als topsporters, af en toe afwezig blijven uit de lessen of examens verschuiven. Op dit moment zijn er 150 studenten met het statuut van student-ondernemer in Gent. De hogescholen en universiteiten willen evolueren naar 350 studenten. "Dat is niet het enige wat we doen", gaat De Bosschere door. "We hebben ook keuzevakken over ondernemen. Zo is er het vak 'leer ondernemen', waarin we studenten warm maken voor ondernemerschap door uit te leggen wat een bedrijf is en wat er allemaal bij komt kijken. In de andere vakken tonen we studenten hoe ze een businessplan moeten opstellen en hoe ze voor groei kunnen zorgen. Want veel studenten vergeten dat groei belangrijk is en zijn al blij met een handvol klanten. Daar moeten we tijdig op inspelen." Ook de Arteveldehogeschool heeft grote plannen. "Er wordt een coöperatie opgericht waarin studenten-ondernemers hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren zonder volledige aansprakelijkheid en zonder dat ze hinder ondervinden van fiscale maatregelen die de regering oplegt aan ondernemers", vertelt Jelle Van Roosbroeck, die het project leidt. "Wanneer de student er dan uitstapt, kan hij het verdiende bedrag gebruiken om zijn eigen onderneming op te richten en zijn activiteiten voort te zetten. We willen niet dat studenten zich laten afschrikken door het wettelijke kader rond ondernemen." Ook aan de hogeschool PXL en Universiteit Hasselt kunnen studenten een statuut student-ondernemer krijgen om hun uren flexibel in te vullen, maar er is nog meer aan verbonden. "Bij ons geldt zo'n statuut ook voor een stage in de eigen start-up of projecten die opleidingsonderdelen vervangen", zegt Karen Ruelens, coördinator van het PXL-UHasselt StudentStartUp. "Een informaticastudent die een bedrijf wil opstarten, kan bijvoorbeeld studiepunten bekomen voor zijn project. Hij leert de competenties die hij nodig heeft voor bepaalde opleidingsonderdelen tijdens de oprichting van zijn bedrijf. Sinds vorig jaar kunnen studenten ook stage doen in hun eigen bedrijf. We geven hen ook de tijd om de opstart van hun bedrijf voor te bereiden. Ze krijgen ook coaching van Unizo of een andere instantie. Aan het einde van de rit krijgen ze de volledige rechten over het bedrijf en kunnen ze doorgaan op het uitgetekende pad." Voor een student dit alles kan bereiken, moet hij natuurlijk eerst een bedrijf leren opstarten. "We geven ook workshops rond ondernemen en vanaf het moment dat een student echt een plan heeft opgesteld, geven we hem of haar begeleiding op maat tot het bedrijf zijn finale vorm heeft bereikt. Hiervoor werken we samen met accountancybedrijven en advocatenkantoren, maar het gebeurt ook vaak dat we ideeën doorsturen naar organisaties als iMinds of KBC StartIt, waar de student professionele begeleiding krijgt. We zorgen voor een ecosysteem waarin studenten hun bedrijf zo goed mogelijk kunnen uitwerken." De dienst Research and Development aan de KU Leuven is sinds vorig jaar gestart met het platform LCIE, Leuven Community for Innovation driven Entrepreneurship. LCIE zorgt voor infrastructuur waar bijvoorbeeld prototypes kunnen worden getest of andere dingen waar studenten-ondernemers een ruimte voor nodig hebben. Het platform verstrekt ook juridisch advies en rechtsbijstand voor beginnende ondernemers via IusStart. "Dat is een organisatie van studenten recht, professoren en alumni die de beginnende ondernemers juridisch bijstaan, maar ook helpen met een eerlijke prijszetting en eerlijke concurrentie", weet het hoofd van KU Leuven Research and Development Koen Debackere. "Ook is er ArtStart waar studenten van kunstrichtingen en communicatierichtingen helpen logo's te creëren en het bedrijf in de markt te zetten. Maar wat echt uniek is in onze universiteit, is dat we het eigenaarschap van LCIE bij de studentenkringen leggen. Zij mogen ook het grootste deel van de faciliteiten zelf uitdenken. We maken dus een community waar we een heel groot deel van de universiteit bij betrekken. We werken met studenten, door studenten en voor studenten." Een statuut heeft de KU Leuven voorlopig niet, maar dat komt er wel aan rond april. "Maar het is geen statuut zoals in de andere universiteiten of hogescholen", zegt Debackere. "Wij willen een soort van doorgroeistatuut. De student krijgt eerst een beginnersstatuut met begeleiding en coaching. Later, wanneer hij genoeg heeft bereikt, krijgt hij een meer gevorderd statuut met meer voordelen, waaronder het flexibel invullen van uren, om dan uiteindelijk een statuut van werkstudent te krijgen. Zo willen we ervoor zorgen dat studenten effectief incentives krijgen om te groeien. Via de Belgische Kamer van Koophandel in New York en Palo Alto leggen we contacten met partners in het buitenland. We blijven altijd onze horizonten verbreden." De Vrije Universiteit Brussel (VUB) organiseert elk academiejaar Starter Seminars. Dat zijn elf avondlessen van drie uur waar studenten alles te weten kunnen komen over het opstarten van een bedrijf. Vanaf dit jaar is daar ook een vervolgcursus van zeven lessen aan verbonden waar dieper wordt ingegaan op bepaalde aspecten. Voorts is het mogelijk voor informatica- en ingenieursstudenten om het vak ondernemerschap te volgen. De VUB heeft ook twee incubatiecentra. Een statuut voor studenten-ondernemers heeft de universiteit nog niet, maar het is de bedoeling dat binnenkort in te voeren. De Brusselse studenten kunnen gebruikmaken van de faciliteiten van de KU Leuven, maar met de NV Actief is er ook een aparte werking. "Hierbij werken we samen met de Vlaamse participatiemaatschappij Trividend en KBC om kapitaal te verstrekken aan beginnende ondernemers, maar ook om bijvoorbeeld hun netwerk uit te breiden", vertelt professor bedrijfsplanning Nikolay Dentchev. "Het is ondertussen al gebleken dat studenten-ondernemers niet per se geld nodig hebben, maar liever een uitgebreid netwerk hebben om potentiële klanten te vinden. We zorgen dan ook via Unizo voor contacten met ervaren ondernemers aan wie de studenten advies en ondersteuning kunnen vragen. Ook hebben we een statuut om uren flexibel in te vullen, maar dat is er nog maar pas. Voorlopig wordt dat nog niet zo vaak gebruikt. Daar zal wel verandering in komen." In Antwerpen werkt het bedrijf Creating Collective samen met het overkoepelend hogeronderwijsorgaan AUHA en de stad Antwerpen aan een ruimte waarin studenten-ondernemers kunnen werken aan hun projecten. Creating Collective wil bedrijven en onderwijs dichter bij elkaar brengen, om innovatie te stimuleren en de lokale maakindustrie te ondersteunen. "In die ruimte zijn gespecialiseerde machines aanwezig, zoals 3D-printers of lasercutters die door de leden van het collectief kunnen worden gebruikt. Ze betalen een kleine bijdrage voor lidgeld en de kosten van het materiaal. De partners van Creating Collective, onder wie Unizo, zorgen dan voor ondersteuning bij het in de markt zetten van het product. Zo willen we jonge ondernemers echt begeleiden van productidee tot een eerste productieserie", vertelt Stijn Vernaillen van Creating Collective. "Maar ook ondernemers die niet verbonden zijn aan de universiteit kunnen de werkruimte en het netwerk gebruiken. Bedrijven kunnen via Creating Collective in contact komen met talentvolle studenten, waar ze dan later eventueel contracten mee kunnen afsluiten. En ze kunnen gebruikmaken van een gespecialiseerde werkruimte. Zo willen we bijdragen tot een nieuw en duurzaam ondernemersklimaat in Antwerpen." RUBEN VAN LENT"We willen niet dat studenten zich laten afschrikken door het wettelijke kader rond ondernemen" Jelle Van Roosbroeck "We zorgen voor een ecosysteem waarin studenten hun bedrijf zo goed mogelijk kunnen uitwerken" Karen Ruelens