Moneytalk berekende in oktober de nettorendementen van drie panden in Brussel. Bij de weliswaar voorzichtige hypothese dat de vastgoedprijzen jaarlijks slechts 3 % stijgen, oogt het resultaat erg mager: het jaarlijkse rendement van de drie panden ligt tussen de 3,3 en 5,3 %. Een theoretische studie van het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid komt tot een gelijkaardige uitkomst: een gemiddeld jaarlijks rendement van 4,26 %.
...

Moneytalk berekende in oktober de nettorendementen van drie panden in Brussel. Bij de weliswaar voorzichtige hypothese dat de vastgoedprijzen jaarlijks slechts 3 % stijgen, oogt het resultaat erg mager: het jaarlijkse rendement van de drie panden ligt tussen de 3,3 en 5,3 %. Een theoretische studie van het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid komt tot een gelijkaardige uitkomst: een gemiddeld jaarlijks rendement van 4,26 %. Dat is niet veel meer dan wat uw geld vandaag opbrengt op een hoogrentend spaarboekje. Hoeft het dan te verwonderen dat verhuurders afhaken? Temeer omdat woningverhuur een erg arbeidsintensieve bezigheid is. Zijn er alternatieven voor wie toch bij vastgoed zweert? Garageboxen bijvoorbeeld? Het is bekend dat parkeerplaatsen en garages in steden als Brussel en Antwerpen duur betaald worden. En de prijzen in Knokke steken zelfs de ogen uit. Daar betaal je voor een garagebox al gauw 60.000 tot 100.000 euro. En ook voor een simpele (ondergrondse) autostaanplaats - enkele vierkante meters afgebakend met een witte lijn - moet er je diep in de portemonnee tasten. Wat velen daarbij uit het oog verliezen, is dat forse grondprijzen aan de basis liggen van die hoge huur- en verkoopprijzen. Toch is het volgens Katelijne D'Hauwers, directeur van het Algemeen Eigenaars- en Mede-eigenaarssyndicaat (AES), een te overwegen alternatief. "In de eerste plaats omdat de verhuur van garages weinig of geen problemen oplevert. Wanbetalers zijn in dit segment zeer zeldzaam. Er is in veel steden ook een tekort aan parkeerruimte. En de schaarste lijkt nog toe te nemen. Ook niet onbelangrijk: garageverhuur valt niet onder de huurwet. Het wordt geregeld door het gemeen recht, er is dus een grote contractuele vrijheid." Ook mooi meegenomen, is dat de onderhoudskosten en de investeringen beperkt zijn. Er is wel een fiscaal angeltje: zodra de totale jaarlijkse huuropbrengst hoger is dan 5580 euro, is de verhuurder verplicht btw aan te rekenen. "Daar zit je toch al snel aan", merkt Katelijne D'Hauwers op. "Het drijft de huurprijs op. En vooral oudere mensen zien op tegen de administratieve rompslomp die het meebrengt." Het verhuren van studentenkamers biedt volgens D'Hauwers dezelfde voordelen: geen betalingsproblemen want mama en papa betalen en de flexibiliteit van het gemeen recht. Daar staat wel tegenover dat de studenten van vandaag veeleisend zijn. En winkelverhuur? "Daar hebben veel verhuurders toch schrik voor", antwoordt Katelijne D'Hauwers. "Vooral voor de lange huurtermijn - negen jaar - die in de handelshuur gebruikelijk is. De huurder kan die termijn dan nog meermaals verlengen. Bovendien is de fiscaliteit er niet gebaseerd op het kadastraal inkomen, maar wel op de reële inkomsten. Ook dat zien veel verhuurders niet zitten."