Jan Van Dyck
...

Jan Van DyckHet liber amicorum dat een tijdje geleden aangeboden werd bij het emeritaat van de Leuvense belastingprofessor Frans Vanistendael bevat onder meer ook een amusante bijdrage van de hand van belastingconsulent Peter Verbanck. Die heeft in zijn studententijd zelf nog les gehad van de gevierde professor. In zijn bijdrage vraagt Verbanck zich af of de klassieke opleiding in de rechten nog wel volstaat om later met succes de fiscaliteit te beoefenen. En, of er in het leerplan van de rechten niet dringend ruimte moet worden gemaakt voor andere disciplines, zoals automechanica, fysica en scheikunde, engineering, geneeskunde, enzovoort. De fiscale wetgeving en reglementering worden tegenwoordig overspoeld door voorschriften en voorwaarden. Die kan je alleen begrijpen en toepassen als je een voldoende basiskennis hebt van al die andere disciplines. De auteur geeft het bijna hilarische voorbeeld van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen. De werken die daarvoor in aanmerking komen, bestaan onder meer in de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie. Normaal zou je dan verwachten dat het volstaat het eerste het beste zonnepaneel op je dak te laten installeren. Maar zo eenvoudig werkt het niet. De fiscale reglementering schrijft tot in de kleinste details voor aan welke normen die installatie moet voldoen. En om die te begrijpen en toe te passen, heb je wel wat anders nodig dan de klassieke kennis van het fiscale recht. Een portie geneeskunde is op zijn minst vereist. Want, zo schrijft de betreffende reglementering voor, de "aangewende techniek" moet toelaten "om een eventueel probleem van legionellose te vermijden". Voor de niet-ingewijden onder ons: 'legionellose' staat bij het grote publiek beter bekend als de veteranenziekte. Wil je deze reglementering correct kunnen toepassen, dan moet je bijgevolg - zegt Verbanck - niet alleen weten wat de veteranenziekte is. Je moet er ook de oorzaken van kennen en weten hoe je ze kunt vermijden. Op andere punten is dan weer kennis van fysica vereist. Neem bijvoorbeeld investeringen die bestaan in de isolatie van daken. Ook hier volstaat het niet wat glaswol onder de pannen te laten aanbrengen. Het gebruikte isolatiemateriaal heeft "een thermische weerstand R die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter kelvin per watt". Veel juristen, en niet alleen zij, horen het waarschijnlijk in Keulen donderen. Ook in de autofiscaliteit bijvoorbeeld worden de voorschriften hoe langer hoe technischer. Denk maar aan het feit dat de mate waarin autokosten in de vennootschapsbelasting fiscaal aftrekbaar zijn, sinds kort afhangt van de CO2-uitstoot van de auto. Die bepaalt ook de hoogte van de sociale solidariteitsbijdrage voor bedrijfswagens die door werkgevers ter beschikking worden gesteld van hun personeelsleden. Het aantal voorbeelden is intussen overdonderend en er komen er steeds meer bij. Want ook de gewesten laten zich niet onbetuigd. Om de Vlaamse reglementering over waterheffing in al haar finesses te kunnen begrijpen, is een ingenieursdiploma bijna een conditio sine qua non. En ook om de nieuwe regelingen te kunnen vatten die in het Vlaamse parlement in de steigers staan, is een minimum aan technische kennis vereist. Zo plant de Vlaamse regering een vermindering van de onroerende voorheffing voor energiezuinige gebouwen. De regeling geldt zowel voor woningen als voor andere gebouwen. De vermindering van de onroerende voorheffing bedraagt in het beste geval 40 %. Maar daarvoor is dan wel vereist dat het gebouw een E-peil heeft van ten hoogste E40. Nu weet iedereen wel dat je via de E40 van Brussel naar Oostende kunt rijden. Maar wat in godsnaam een E-peil van maximaal E40 is, daar moet je de juiste studies voor hebben gedaan. De vaststelling van het E-peil wordt dan ook niet overgelaten aan de belastingplichtige zelf of aan zijn belastingconsulent. Die taak wordt toevertrouwd aan een erkende energiedeskundige. Maar een belastingconsulent die zijn cliënt erop attent maakt dat er in het Vlaamse gewest zoiets bestaat als een vermindering van de onroerende voorheffing voor gebouwen met een laag E-peil, zal zich noodgedwongen in de materie moeten verdiepen. Anders kan hij niet meepraten over de werken en de investeringen die nodig zijn om aan de voorwaarden te voldoen. Over juristen wordt soms geklaagd dat zij weinig kennis hebben van het boekhoudrecht. Maar zonder een minimum aan inzicht in de boekhoudregels is een goede beoefening van het fiscale recht uitgesloten. De fiscaliteit volgt immers het boekhoudrecht, tenzij uitdrukkelijk in afwijkende fiscale regels is voorzien. Op dezelfde manier is voortaan ook een minimaal inzicht vereist in tal van andere, meestal erg technische aangelegenheden. De gespecialiseerde fiscale opleidingen kunnen ook daar allicht niet meer aan voorbij. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.