De Amerikaanse economie heeft vol-op de kaart getrokken van de dien-steneconomie. De productie verschuift meer en meer naar Azië. Maar, zo hopen de Amerikanen, dat is een natuurlijke evolutie en de groei van de diensten zal dit productieverlies compenseren.
...

De Amerikaanse economie heeft vol-op de kaart getrokken van de dien-steneconomie. De productie verschuift meer en meer naar Azië. Maar, zo hopen de Amerikanen, dat is een natuurlijke evolutie en de groei van de diensten zal dit productieverlies compenseren. Ik sta nogal sceptisch tegenover dit concept. Zo geloof ik niet dat er voldoende diensten zijn met dezelfde toegevoegde waarde als sommige creërende activiteiten (ik houd niet van de term industrie). Maar er is ook het internationale aspect. Slechts weinig diensten hebben een internationaal karakter en genereren voldoende geldstromen om de (groter wordende) import te betalen. De toenemende betalingsbalansproblemen van de VS bewijzen dat trouwens. De financiële sector is ongetwijfeld de belangrijkste in termen van internationaal karakter en vormt ook een krachtige motor achter de economische welvaart. Financiële centra genereren tewerkstelling, investeringen en rijkdom voor een grote regio. Wat zou het welvaartsniveau van het Verenigd Koninkrijk zijn zonder Londen? Een op het eerste gezicht absurde vraag die we ook eens moeten stellen, is: wat zouden de States zijn zonder het financiële centrum New York? De droomfabrieken. In de afgelopen eeuw sloten heel wat fabrieken in de VS hun deuren. In de plaats daarvan rezen er van oost- tot westkust droomfabrieken uit de grond. Hollywood is natuurlijk de enige echte droomfabriek. Las Vegas is de gokfabriek en Wall Street de geldfabriek. Drie grote dromencentra, pardon, dienstencentra. In het financiële centrum draait het uiteraard om meer dan dromen. Maar toch verdienen veel mensen er hun brood. Door, net zoals scenarioschrijvers, verhaaltjes te schrijven. De acteurs zijn hier wel vervangen door handelaars die per telefoon de geldillusie overbrengen aan hun klanten in de rest van de wereld. Hollywood en Wall Street vertonen inderdaad een opmerkelijke gelijkenis. Mensen kopen graag een leuk verhaal. Een saaie investering krijgt geen premiewaardering, beleggers kopen een deel van de perceptie en de illusie. Voor de Verenigde Staten is het bezit van een financieel centrum van strategisch belang. Maar de afgelopen jaren is New York wat achteruitgegaan tegenover andere grote financiële centra. Dat heeft met twee dingen te maken. Ten eerste had de Sarbanes-Oxleywetgeving, die fraude zoals die van Enron wilde bestrijden, een averechts effect. In plaats van de VS aantrekkelijker te maken, schrikte de wet bedrijven af om naar de States te komen en er een notering te nemen. Het aantal buitenlandse noteringen is dan ook drastisch gedaald. Ten tweede zijn er de indirecte effecten van 11 september 2001. Voor buitenlanders is het moeilijker geworden om zich in New York te vestigen. In Londen heb je geen 'green card' nodig - de stad trekt daardoor heel veel hoogopgeleiden aan. Ze worden er trouwens ook beter betaald dan in de Big Apple. Opgelet, de Amerikaanse beurzen blijven nog steeds veruit de grootste, met ongeveer 40 % van de aandelenhandel. Maar Londen en Euronext zijn aan het opkomen, en groeien eveneens. Er is immers meer dan aandelen: grondstoffen, afgeleide producten, wisselkoersen, obligaties... Niemand minder dan de grote baas van het beurshuis Bear Stearns liet in de Britse krant The Sunday Times optekenen: "Londen is niet meer de tweede stad. De Britse hoofdstad staat op dezelfde hoogte als New York". De baas van Lehman Brothers voegde eraan toe: "In Tokio koop je Japanse aandelen en in New York Amerikaanse, in Londen koop je echter de wereld". Strijd om het financiële wereldcentrum. De globalisering heeft dus ook de financiële diensten in haar greep gekregen. En dat werpt een ander licht op de huidige overnamestrijd rond de beurzen. De Amerikaanse Nasdaq tracht de Londense beurs over te nemen. Ook de beurs van New York (NYSE, nog maar sinds enkele weken beursgenoteerd) heeft die intentie. Voor de Amerikaanse beurzen staat er immers meer op het spel, namelijk de wereldwijde suprematie over de financiële diensten. Intussen spreekt Euronext, de tweede grootste Europese beurs, met Deutsche Börse. Een fusie tussen beide zou eveneens een grote speler creëren. Misschien zal die zich dan meer richten op de groeimarkten, Oost-Europa en Azië. De strijd om de beurzen gaat dus om meer dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. De verhandelaars van financiële hoop en dromen betekenen veel voor een economie. Voor de VS vormen de beurzen zelfs een strategische hoeksteen. Het pijnlijke is dat door het gigantische Amerikaanse financieringstekort, het land elk jaar verplicht is meer dan 6 % van zijn activa te verkopen aan het buitenland. Vorig jaar verhinderden de Amerikaanse autoriteiten nog dat het Chinese CNOOC het Amerikaanse energiebedrijf Unocal overnam. Dit jaar werd oppositie gevoerd tegen de overname van een aantal Amerikaanse havens door Dubai Ports World. Buitenlanders zullen zich echter niet blijven tevredenstellen met Amerikaans schuldpapier. Ze willen een deel van Wall Street... De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be Geert Noels