Schieten MBA'ers tekort ?
...

Schieten MBA'ers tekort ?Wat goed is voor General Motors, is goed voor Amerika. Die hautaine boutade stamt uit My Years with General Motors, het befaamde boek uit 1963 waarin Alfred Sloan onder meer uiteenzet hoe hij voor het eerst een strategie ontwikkelde voor het autoconcern. In The Change Masters, dat exact 20 jaar later verscheen, keerde managementgoeroe Kanter die pronkzuchtige uitspraak om : "De tekortkomingen van General Motors zijn de tekortkomingen van Amerika." In zekere zin vormen beide botsende visies de samenvatting van Wat is strategie en doet 't ertoe ? Met die uitdagende vraag als scalpel ontleedt Richard Whittington (Oxford University) de hele scala aan strategie-opvattingen. Hij ordent ze in vier hoofdgroepen : de klassieke planningstheorie, het evolutionaire perspectief met de nadruk op efficiëntiemaatregelen, de procesbenadering en de systeemtheorie. Dat laatste concept lijkt de vreemde eend in de bijt. Het heeft niet alleen aandacht voor de interne processen en de marktbewegingen, maar het is ook opvallend gevoelig voor de invloed van maatschappelijke systemen op het ondernemersgedrag. De aanhangers ervan betrekken het overheidsgedrag en de maatschappelijke dynamiek uitdrukkelijk bij de strategie. Vandaar dat Kanter de uitspraak van Sloan ondersteboven keerde. Bij de klassieke optie ontmoeten we alweer Sloan, die de traditionele aanpak definieerde : "Het strategische doel van een bedrijf is rendement op kapitaal te verkrijgen en als het rendement op de duur niet bevredigend is, moeten de tekortkomingen verbeterd of anders moet de activiteit vervangen worden door een betere." Strategie noemt hij beleid, wat hij beschouwt als een exclusieve verantwoordelijkheid van het hoogste leidinggevende orgaan en een aantal adviserende beleidsgroepen. Zelfs de divisiemanagers worden er niet bij betrokken. Piramidemanagement. De evolutionisten laten het ontwerpen van groots opgezette strategieën achterwege. Ze vinden het een nutteloze afleiding van de dagelijkse taken die een onderneming moet verrichten om het hoofd boven water te houden in de genadeloze concurrentie en de onvoorspelbare markten. Hou de kosten laag en wees flexibel. Management zonder franjes. De procesdenkers hanteren een schelms devies : "Werkelijk inzicht in een organisatie wordt niet verkregen op basis van verfijnde analyses van grillige MBA'ers, maar wel via diepgaande kennis van mensen die carrière hebben gemaakt in een bedrijfstak. Effectieve implementatie is niet het resultaat van een centralistische stijl van leidinggeven door van bovenaf komende bevelen, maar van een sterke betrokkenheid die leerprocessen en stapsgewijze veranderingen mogelijk maakt." Management met wortels in de werkvloer. Systeemdenkers houden vol dat de markt niet almachtig is. Beslissingen spruiten niet noodzakelijk voort uit de kapitalistische logica, maar kunnen even goed gebaseerd zijn op overheidsacties (zoals subsidiëring) of zelfs op de hebzucht of prestigedrang van het topmanagement. "In de carrièrejacht rust het systeemdenken de manager uit met een sardonisch zelfbewustzijn." LDD Richard Whittington, Wat is strategie en doet 't ertoe ? Academic Service, 199 blz., 790 fr.