Investeren in grondstoffen wordt door de meeste beleggers nog steeds geassocieerd met edele metalen zoals goud en zilver of industriële metalen als koper, zink, nikkel of aluminium. Er is echter ook nog een derde categorie: landbouwgrondstoffen.
...

Investeren in grondstoffen wordt door de meeste beleggers nog steeds geassocieerd met edele metalen zoals goud en zilver of industriële metalen als koper, zink, nikkel of aluminium. Er is echter ook nog een derde categorie: landbouwgrondstoffen. In tegenstelling tot de meeste industriële metalen staan die landbouwgrondstoffen helemaal niet op het hoogste peil van de afgelopen vijftien jaar. Integendeel, sommige worden zelfs tegen historisch lage prijzen verhandeld. Op termijn lijken veruit de beste papieren weggelegd voor de granen. Zowel tarwe, maïs als sojabonen behoren tot die familie. Door recordoogsten kwamen de prijzen van die grondstoffen het voorbije jaar sterk onder druk te staan. Maar wie verder kijkt dan de verwachte oogstopbrengsten, kan er niet omheen dat de fundamentele factoren op middellange en lange termijn heel goed ogen. Volgens de International Grains Council zal de wereldwijde tarweoogst in 2005 met 12 % toenemen tot 621 miljoen ton, een absoluut record. Daardoor zal de tarwevoorraad voor het eerst in vijf jaar opnieuw toenemen. Dat was ook nodig, want vorig jaar was die teruggezakt tot minder dan 20 % van de wereldjaarconsumptie, wat het laagste niveau was van de voorbije dertig jaar. De lage voorraad is het gevolg van mislukte oogsten in 2002 en 2003, toen droogte en hittegolven wereldwijd voor tegenvallende opbrengsten zorgden. De VS staan in voor zowat de helft van de wereldexport, zodat de elementen die invloed hebben op de Amerikaanse oogst van heel nabij in de gaten worden gehouden. Op korte termijn zijn de prijzen op de graanmarkten sterk afhankelijk van weersgebonden factoren. Zowel temperatuur als vochtigheid speelt een heel belangrijke rol en kan voor scherpe schommelingen in de tarweprijs zorgen. Ook China wordt een steeds belangrijkere factor op de graanmarkten. Sinds kort volstaat de lokale productie er niet langer om in de eigen behoefte aan tarwe te voorzien, zodat het land zich moet gaan bevoorraden op de wereldmarkt. Door de groeiende bevolking in Azië zal de regio in toenemende mate een beroep moeten doen op import. De geschiedenis leert ons dat de tarweprijs bij plotse tekorten niet geleidelijk stijgt, maar gewoonweg explodeert. Begin jaren zeventig was er op korte tijd zelfs een verdrievoudiging van de prijs. De vanuit historisch standpunt nog steeds erg lage voorraden gekoppeld aan de lage prijs laten weinig ruimte voor onaangename verrassingen. Er is dus maar weinig slecht nieuws over toekomstige oogsten nodig om de vlam in de pan te doen slaan. Na de recordoogst van vorig jaar is in Europa het aanbod groter dan de vraag. De Europese Commissie koopt de overschotten op tegen prijzen die hoger liggen dan de marktprijs. Later worden die overschotten dan op de wereldmarkt verkocht, wat voor extra aanbod zorgt. Dat subsidiesysteem van de Europese (en andere westerse) overheden is al langer een doorn in het oog van de ontwikkelingslanden. Op maïs na is soja het belangrijkste landbouwgewas van de VS. Dat is ook de grootste producent op wereldvlak, gevolgd door Brazilië en Argentinië. China was in 2004 de grootste importeur van soja en importeerde dit jaar meer soja dan oorspronkelijk verwacht. In april vorig jaar bereikte de sojaprijs het hoogste niveau sinds 1989, nadat de oogst van 2003 door een aanhoudende droogte werd getroffen. Maar een jaar later werd opnieuw een recordoogst opgetekend, waarna de prijs met zowat de helft daalde. Brazilië boekte dit jaar een nieuwe recordopbrengst van 63,4 miljoen ton (+29 %). Dat is onder meer het gevolg van de hoge prijs van de voorbije jaren, waardoor de boeren massaal overschakelden van gewassen waar in het verleden weinig mee te verdienen viel, zoals maïs en katoen, naar soja. Eind vorig jaar stak een schimmelziekte de kop op in Brazilië en delen van de VS, maar desondanks kon de sojaprijs daar weinig garen bij spinnen. Voor de boeren betekende het wel een (veel) hogere productiekost omdat de uitgaven voor pesticiden fors de hoogte in gingen. Maar al bij al lijkt de impact van de ziekte nog mee te vallen. Het verhaal van maïs loopt grotendeels gelijk met dat van soja. Nadat ook de maïsprijs in april vorig jaar het hoogste peil in zeven jaar bereikte, volgde ook hier een scherpe terugval. Een goede oogst en toegenomen voorraden zijn daarvoor verantwoordelijk. Bovendien weigerde een aantal Aziatische landen geruime tijd om Amerikaans maïs te importeren nadat bekend raakte dat dit (onvrijwillig) vermengd werd met een genetisch gemodificeerde variant. De VS is de grootste exporteur van maïs, gevolgd door Argentinië en China. Onlangs zijn de scheepvaarttarieven opnieuw gedaald, wat de Amerikaanse export van maïs naar Azië weer een steuntje zou moeten geven. Vanuit historisch standpunt is de huidige maïsprijs erg laag. Zelfs voor inflatie bevindt die zich nog altijd op hetzelfde niveau als begin jaren zeventig. Beleggen in koffie is voor trouwe Cash-lezers al lang geen nieuwigheid meer. Sinds we vorig jaar op het grote potentieel van koffie wezen, verdubbelde de prijs in iets meer dan een jaar tijd, om vervolgens weer een beetje terug te vallen. In deze relatief korte periode is het sentiment ten opzichte van koffie helemaal omgeslagen. Koffie werd begin dit jaar verhandeld voor meer dan 1,2 dollar per pond, ruim drie keer zo hoog als in oktober 2001, toen de prijs zich op het laagste niveau van de voorbije dertig jaar bevond. Na een tegenvallende oogst in Vietnam, het op een na grootste koffieland, is er van overcapaciteit geen sprake meer, wel integendeel. Ook de oogst in Brazilië, de grootste koffieproducent ter wereld, kwam dit jaar flink lager uit. De International Coffee Organization (ICO) schat dat de opbrengst er zo'n 20 % onder het niveau van vorig jaar zal liggen. Het aanbodoverschot van de voorbije jaren heeft dus plaats gemaakt voor een tekort. In zijn meest recente rapport rekent de ICO voor dit jaar op een wereldwijde koffie-productie van zo'n 107 miljoen zakken (60 kilo). Daar- tegenover staat een vraag van 114 miljoen zakken. Dat betekent dat de voorraden, die zich al op een heel laag niveau bevinden, verder onder druk zullen komen te staan. De ICO verwacht dat dit aanbodtekort nog op zijn minst tot in 2006 zal blijven bestaan. De fundamentals blijven dus onverminderd positief, al valt een (verdere) tussentijdse prijscorrectie nooit uit te sluiten. De situatie op de cacaomarkt is zowat de omgekeerde van die op de koffiemarkt. Twee opeenvolgende superoogsten zorgden voor overproductie en een toename van de voorraden. De belangrijkste cacaoproducenten bevinden zich in West-Afrika, Ivoorkust en Ghana. De onlusten van afgelopen najaar tussen de regering en de rebellen van Ivoorkust waren er dan ook de oorzaak van dat de cacaoprijs ondanks de overproductie naar het hoogste niveau in meer dan een jaar steeg. Eenmaal de rust weergekeerd, zakte ook de cacaoprijs weer in elkaar. De eerste maanden van dit jaar zat de cacaoprijs opnieuw in een licht opwaartse trend, omdat werd gevreesd dat de oogst in Ivoorkust onder de verwachtingen zou uitkomen. Maar daarna volgde opnieuw een terugval. De onvoorspelbaarheid van de oogsten zorgt ook voor heel volatiele prijsontwikkelingen. Probleem is dat er in West-Afrika geen enkele vorm van productieplanning bestaat. Wanneer de prijzen hoog zijn, wordt er volop geïnvesteerd in nieuwe capaciteit. In periodes van lage prijzen hebben de boeren dan weer geen geld om hun gewassen tegen ziekten te beschermen, wat tot een slechte oogst kan leiden. Samen met koffie was suiker een van de best presterende grondstoffen van 2004. De prijs voor een pond suiker nam met zo'n 60 % toe, van net geen 6 dollarcent tot ruim 9 dollarcent, het hoogste niveau sinds drie jaar. De International Sugar Organisation rekende voor dat de wereldwijde suikerproductie dit jaar op zo'n 146,1 miljoen ton zal uitkomen. De vraag zal daar nog eens 1,8 miljoen ton boven liggen, het tweede opeenvolgende deficit al in evenveel jaar. Daardoor bereikten de suikervoorraden in september het laagste niveau van de afgelopen zeven jaar. India staat in zijn eentje in voor ongeveer een achtste van de wereldwijde suikerconsumptie. Het snelgroeiende Aziatische land is zelf de op een na grootste suikerproducent ter wereld, maar verwacht wordt dat de oogst er zo'n 15 % lager zal uitkomen, op 12 miljoen ton. Daartegenover staat een verwachte consumptie van 17 à 18 miljoen ton. India wordt op de hielen gezeten door China, dat de vraag naar suiker tijdens de afgelopen vijf jaar gemiddeld met bijna 8 % zag toenemen. De productie stijgt niet snel genoeg om aan de hogere vraag te voldoen, zodat ook China naar schatting zo'n 1,8 miljoen ton zal importeren, de helft meer dan in 2004. Ook in Thailand, de tweede grootste suikerexporteur, zijn er problemen. Door aanhoudende droogte in het noorden van het land zal de opbrengst er flink lager uitkomen. Bovendien konden er minder nieuwe gewassen worden geplant, waardoor de gevolgen tot in 2006 voelbaar zullen blijven. Verwacht wordt dat de Thaise export met een vijfde tot een kwart zal afnemen. De hogere Aziatische vraag lijkt op het eerste gezicht geen probleem te zijn, want de oogst in Brazilië, 's werelds grootste suikerproducent, kwam in 2005 voor het tweede opeenvolgende jaar op een recordniveau uit. Toch verwachten veel waarnemers dat de Braziliaanse suikerexport in het beste geval stabiel zal blijven. Dat komt omdat enerzijds ook de lokale consumptie toeneemt en anderzijds omdat een steeds groter gedeelte van het ruwe suikerriet in ethanol wordt omgezet. Ethanol is een vorm van gedistilleerde alcohol die als alternatief voor benzine gebruikt kan worden. Door de almaar stijgende olieprijzen verkiezen de Brazilianen dus een lichtere brandstoffactuur boven meer suikerexport. Vorig jaar werd zowat de helft van het suikerriet in ethanol omgezet en verwacht wordt dat dit in 2005 nog hoger zal uitkomen. Koen Lauwers