De minister van Ontwikkelingssamenwerking, Armand De Decker ( MR), is een gevaar voor bedrijven die in Congo hopen zaken te doen. Als er één uitspraak is die het Congo-debat in de Kamer in een nefaste richting duwt, is het wel de reactie van De Decker op de waarschuwing uit SP.A-hoek voor welig tierende corruptie in Congo. Na zijn terugkeer uit Kinshasa suste de minister: "De geruchten over corruptie dreigen onze bilaterale betrekkingen te bemoeilijken" - of hoe Brussel de machthebbers in Kinshasa zelf opnieuw voeding geeft aan chantage op z'n ...

De minister van Ontwikkelingssamenwerking, Armand De Decker ( MR), is een gevaar voor bedrijven die in Congo hopen zaken te doen. Als er één uitspraak is die het Congo-debat in de Kamer in een nefaste richting duwt, is het wel de reactie van De Decker op de waarschuwing uit SP.A-hoek voor welig tierende corruptie in Congo. Na zijn terugkeer uit Kinshasa suste de minister: "De geruchten over corruptie dreigen onze bilaterale betrekkingen te bemoeilijken" - of hoe Brussel de machthebbers in Kinshasa zelf opnieuw voeding geeft aan chantage op z'n Mobutu's. Laten we er geen communautaire zaak van maken: De Decker is niet de enige. Ook Afrika-expert Stefaan Marysse ( Universiteit Antwerpen) ziet "vergoelijkende factoren". Zulke uitspraken zijn een slag in het gezicht van Congolezen die moeizaam optornen tegen corruptie en niet langer vrezen om ze ook luid aan de kaak te stellen. De beschamende mentaliteit in Brussel riskeert België zwaar aangerekend te worden nu de Congolese bevolking het gesjoemel van haar leiders meer dan beu is. Vanuit eenzelfde geestesgesteldheid bestaat in Brussel de neiging om - tegen de verwachtingen van de Congolezen in - verkiezingen uit te stellen. Terwijl Congo juist dringend behoefte heeft aan een democratisch gelegitimeerde regering om komaf te maken met praktijken die het potentieel rijke land te gronde richten. De mogelijkheid om leiders ter verantwoording te roepen is, daartoe de enige (vreedzame) hefboom. Voor de Congolezen, maar ook voor buitenlandse donoren, België op kop. De Indonesische kiezers hebben zojuist de mythe doorbroken waar alle autoritaire regimes en sjoemelaars van Caïro tot Peking - binnen- en buitenlandse, maar vooral pseudo-investeerders in die landen - zich aan vastklampen: dat een snelle overgang naar democratie alleen uitmondt in chaos. Met meer dan 80 % van de kiesgerechtigden (dubbel zoveel als de gewone opkomst in Amerika) gaven de Indonesiërs een duidelijk signaal dat ze corruptie en vriendjespolitiek beu zijn. Ze eisen jobs en veiligheid, en tegelijk werden extreme moslimpartijen afgewezen. Ook in India hebben kiezers onlangs hun maturiteit bewezen door corrupte leiders wandelen te sturen. En de Congolezen zijn op hetzelfde punt aanbeland. De kwaal van het tribalisme is achterhaald (alleen in Oost-Congo bestaat dat gevaar nog, want aangewakkerd vanuit Rwanda en in Katanga - als daar niet snel in de mijnsector orde op zaken wordt gesteld). Er leeft in Congo een dynamische en mondige burgermaatschappij. Alleen wanneer die basisgemeenschappen de kans krijgen hun leiders ter verantwoording te roepen, kan er eindelijk een saneringsproces op gang komen. Pas dan zullen Belgische KMO's in het land reële kansen krijgen, in het kielzog van multinationals die op een transparante manier de bodemrijkdommen te gelde maken en daar een eerlijk deel van in de schatkist storten. Als de levendige informele volkseconomie zich opnieuw kan enten op een gezonde formele economie, wordt meteen ook de job van Armand De Decker overbodig. Erik Bruyland