Vooral de Europese beuren hadden het erg moeilijk in de eerste helft van 2016. Met als climax de brexit, die de Europese aandelenmarkten een dagverlies tot bijna 10 % opleverde en de verliezen sinds het jaarbegin deed oplopen tot -20 %. Voor Wall Street bleef de schade beperkt tot een status quo, na een erg zwakke start in de eerste zes weken, maar de Amerikaanse indexen maken daardoor al achttien maanden of anderhalf jaar pas op de plaats. Voor de Europese beurzen was 2015 nog zo fantastisch begonnen en leek de grote achterstand op de Amerikaanse markten eindelijk te worden ingelopen. Maar de neergang in...

Vooral de Europese beuren hadden het erg moeilijk in de eerste helft van 2016. Met als climax de brexit, die de Europese aandelenmarkten een dagverlies tot bijna 10 % opleverde en de verliezen sinds het jaarbegin deed oplopen tot -20 %. Voor Wall Street bleef de schade beperkt tot een status quo, na een erg zwakke start in de eerste zes weken, maar de Amerikaanse indexen maken daardoor al achttien maanden of anderhalf jaar pas op de plaats. Voor de Europese beurzen was 2015 nog zo fantastisch begonnen en leek de grote achterstand op de Amerikaanse markten eindelijk te worden ingelopen. Maar de neergang in Europa begon eigenlijk al vanaf vorige zomer, zodat de jaarreturns dieprood kleuren. Voor ons was het echter wel cruciaal dat de bodemniveaus van februari overeind bleven op de Europese beurzen, want anders was de dalende tendens in Europa alleen maar bevestigd. Op vrijwel hetzelfde moment zien we dat de Amerikaanse beursindexen de pieken van vorig jaar hebben doorbroken en er ruimte lijkt voor nieuwe records de komende weken en maanden. Want een agressief beleid van de Amerikaanse centrale bank is uitgesloten in de huidige context en er zijn kansen op een herstel van de Amerikaanse bedrijfswinsten, inclusief die van de energiesector (zie ook IB32B). De brexit heeft echter vooral grote effecten op de obligatiemarkten. Ze heeft de rendementen nog verder doen verschralen en tot nog meer negatieve rentes geleid. Vele duizenden miljarden dollars aan overheidsobligaties van industrielanden (afgerond 40%) hebben al een negatieve rente. Dat heeft opnieuw een jacht op rendement op gang gebracht, richting de aandelenmarkten. In de eerste plaats lijken daarbij opnieuw de dividendaandelen gezocht te worden. Al moeten we daarbij nog maar eens beklemtonen dat de stabiliteit van de dividenden essentieel is. De dekking van de dividenden zit op het laagste peil in de voorbije twee decennia. Het bevestigt de stop & go-markt ? de afwisseling van goede en zwakke perioden ? die de Europese beurzen al enkele jaren kenmerkt. Na een zwakke periode over de voorbije zes tot twaalf maanden zien we ruimte voor een betere periode de komende zes maanden. Verder willen we voorlopig nog niet gaan, vooral omdat Wall Street nog altijd de leidende markt blijft voor Europa en dat de recordreeks hier gebeurt vanaf een reeds lang lopende stijgende markt (89 maanden) en een hoog waarderingsniveau, enkel te verantwoorden vanuit de (ultra)lage rentestanden. Het is dus niet vanzelfsprekend om daar nog lang en veel stijging aan toe te voegen. We mikken in eerste instantie toch op 10 à 15 % potentieel voor de westerse markten richting begin 2017. Logisch dan ook dat we de bescherming volledig afbouwen voor minstens enige tijd. We hebben al aangegeven dat er ook in de opkomende landen mogelijkheden liggen. Wellicht nog betere returns, nu een erg lastige periode voor de basismetalen en de olie achter ons lijkt te liggen. Het herstelpotentieel is daar bijzonder groot, gezien de extreem zwakke prestaties het afgelopen jaar of zelfs de afgelopen jaren.