De Fransen verspillen elk jaar voor 140 miljard euro, berekende het Franse maandblad L'Expansion onlangs (zie kader Le grand gaspillage). Dat komt neer op 7 procent van het Franse bruto binnenlands product (bbp). Voor België bestaat nog geen vergelijkbare berekening. Het blijkt ook moeilijk cijfers te kleven op de verspilling. Verspilling is een subjectief begrip, vindt Werner Annaert, de algemeen directeur van Febem, de federatie van Belgische milieubedrijven. "Soms is het verstandiger een oude ijskast die nog werkt, toch te vervangen door een energiezuiniger exemplaar. Een ander voorbeeld: sommige kunststofverpakkingen, zoals de plastic rond blikjes drank, hebben nauwelijks nut. Maar dat restafval wordt verbrand, en de olie die in de kunststof zit, wordt gerecycleerd als energiebron. Is dat verspilling?"
...

De Fransen verspillen elk jaar voor 140 miljard euro, berekende het Franse maandblad L'Expansion onlangs (zie kader Le grand gaspillage). Dat komt neer op 7 procent van het Franse bruto binnenlands product (bbp). Voor België bestaat nog geen vergelijkbare berekening. Het blijkt ook moeilijk cijfers te kleven op de verspilling. Verspilling is een subjectief begrip, vindt Werner Annaert, de algemeen directeur van Febem, de federatie van Belgische milieubedrijven. "Soms is het verstandiger een oude ijskast die nog werkt, toch te vervangen door een energiezuiniger exemplaar. Een ander voorbeeld: sommige kunststofverpakkingen, zoals de plastic rond blikjes drank, hebben nauwelijks nut. Maar dat restafval wordt verbrand, en de olie die in de kunststof zit, wordt gerecycleerd als energiebron. Is dat verspilling?" Volgens het woordenboek is verspilling iets waardevols roekeloos of nutteloos besteden. Wie het zo bekijkt, kan met enig vertrouwen concluderen dat in België iets minder wordt verspild dan bij onze zuiderburen. Anders dan Frankrijk staat ons land aan de wereldtop in recyclage. Terwijl afval in Frankrijk nog altijd vaak op stortplaatsen belandt, is het aantal storten in Vlaanderen en Wallonië gedecimeerd. Volgens Febem werd in 2010 11,7 miljoen ton, of liefst 68 procent van het Belgische bedrijfsafval, hergebruikt als secundaire grondstof, gerecycleerd of gecomposteerd. Rekenen we het gebruik van afval als brandstof om energie op te wekken daarbij, dan stijgt het percentage dat nuttig wordt herbesteed tot 90 procent. Vlaanderen recycleert ook meer dan 70 procent van het huishoudelijk afval. In dat domein speelt Vlaanderen elk jaar de finale van de Champions League. De Limburgse milieugroep Machiels bijvoorbeeld zet het afval op de vroegere stortplaats -- nu 'afvalopslagplaats' -- van Remo Milieubeheer in Houthalen-Helchteren om in duurzame energie en herbruikbare grondstoffen. Anders gezegd: de verspilling van vroeger wordt hergebruikt. "Wat nu nog op stortplaatsen terechtkomt, zijn steenachtige materialen zoals monolieten, specifieke slibzanden en asbest, waarvoor we nog geen alternatieve bestemming hebben", weet Werner Annaert. "Misschien wordt het later technisch en economisch rendabel zelfs die te hergebruiken. Voor ons is het grote probleem niet zozeer verspilling, maar wel verontreiniging: kunststoffen die in zee belanden bijvoorbeeld." Maar alles kan beter. Om maar één voorbeeld te geven: gezien de toenemende waterschaarste lijkt het niet meer verantwoord gezuiverd drinkwater te gebruiken om het gras te besproeien. En hoewel volgens een onderzoek van Ipsos Marketing bijna negen op de tien Vlamingen het licht uitdoen als ze een ruimte verlaten, blijkt toch een op de drie geen rekening te houden met het energieverbruik bij de aankoop van een elektrisch apparaat. In energieverbruik is er nog heel wat werk aan de winkel. Volgens het Actieplan van het Energierenovatieprogramma 2020 van de Vlaamse overheid vertegenwoordigt het brandstofverbruik in woningen 17 procent van het totale energieverbruik. Maar het potentieel voor verbetering is nog groot, concludeerde het Vlaams Energieagentschap (VEA) in 2011. 72 procent van de woningen heeft geen vloerisolatie, 15 procent heeft uitsluitend of gedeeltelijk enkelglas; 25 procent heeft geen dak- of zoldervloerisolatie, en 59 procent heeft geen buitenmuurisolatie. Of neem de verwarmingsketels. "Heel wat Vlaamse woningen worden verwarmd met verouderde verwarmingsinstallaties", merkt het VEA op. Zeker bij de huishoudens die met olie verwarmen, is de situatie weinig hoopgevend. Gewone ketels hebben er een marktaandeel van 66 procent. Lagetemperatuur- en hoogrendementsketels halen een aandeel van 21 procent (39 % met gas) en de meest energie-efficiënte condensatieketels amper 10 procent, tegenover toch al 30 procent bij de gasgestookte verwarming. Het Energierenovatieprogramma wil dat tegen 2020 alle daken geïsoleerd zijn. Het wil ook alle enkelglas vervangen zien door isolerend glas en de verouderde verwarmingsketels uit de Vlaamse woningen bannen. Het budget daarvoor werd stelselmatig opgetrokken, van 7,5 miljoen euro in 2007 tot 51,8 miljoen euro in 2011. Maar die plannen zijn niet eenvoudig in praktijk te brengen. De doelstelling voor de vervanging van het enkelglas wordt wellicht gehaald, maar om de 600.000 verwarmingsketels van meer dan twintig jaar oud uit de huizen te krijgen, moeten per jaar 80.000 exemplaren worden vervangen. De netbeheerders hebben in 2011 slechts 50.000 vervangingspremies uitgekeerd. Er is dus nog een inhaaloperatie nodig. Hoewel de industrie doorgaans sneller reageert -- energieverspilling gaat rechtstreeks van de bottomline -- heeft het Nederlandse studiebureau Ecofys onlangs berekend dat minstens 10 procent van alle apparatuur in de Europese industriële installaties niet of slecht geïsoleerd is. Tegenover eenmalige investeringskosten van 900 miljoen euro staan 3,5 miljard aan besparingen, blijkt uit de cijfers. Zelfs een eenvoudige maatregel zoals het licht uitdoen, kan renderen. Delhaize reduceerde zijn elektriciteitsverbruik voor verlichting met meer dan 60 procent door een programma in te voeren dat de verlichting in 130 supermarkten verbeterde. De best in kaart gebrachte bron van verspilling is zonder twijfel de voedingssector. Op verzoek van de Europese Commissie berekende het studiebureau Bio Intelligence Services in 2010 dat in de 27 EU-landen per jaar ongeveer 90 miljoen ton voedsel verloren gaat, het voedselverlies in de primaire sector (de voedselproductie) niet inbegrepen. Dat is 179 kilo per burger per jaar. Als het beleid niet verandert, zou dat verlies oplopen tot 126 miljoen ton in 2020. Op wereldschaal zijn de cijfers nog schokkender. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) schatte in 2011 dat een derde van al het voor menselijke consumptie geproduceerde voedsel verloren gaat of ergens in de voedselketen wordt verspild. In absolute cijfers gaat het om ongeveer 1,3 miljard ton per jaar. Volgens het rapport Global Food Losses and Food gaat in ontwikkelingslanden meer dan 40 procent van het voedsel verloren tijdens de oogst, de bewaring of de verwerking, terwijl in geïndustrialiseerde landen meer dan 40 procent van de verliezen gebeurt in de distributie en de consumptie. "Terwijl arme landen een ondermaatse oogst- en bewaarinfrastructuur hebben, kampen rijke landen duidelijk met een probleem van voedselverspilling", klinkt het. Dat is des te jammerder, omdat voedselverlies ook een milieuprobleem is. Ook voor de verspilde voeding worden grondstoffen, energie en water gebruikt. Een weggegooid brood staat gelijk aan de verspilling van 200 liter water, of één volle badkuip. Om een lapje biefstuk van 200 gram te produceren, is 3200 liter water nodig. Een studie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) uit 2008 raamde het financiële verlies op 175 euro per huishouden. Leefmilieu Brussel kwam in 2012 uit op 1,4 miljard euro per jaar. De besparing op grondstoffen door het voedselverlies te verminderen kan tegen 2030 wereldwijd liefst 252 miljard dollar opleveren, becijferde het studiebureau McKinsey. Alleen al een verkeerde verpakking kan een product ongeschikt maken voor de verkoop als voedsel voor de mens. Voeding in de vuilniszak In Vlaanderen raamde de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) het totale voedselverlies op 1,94 à 2,29 miljoen ton, of 314 à 372 kilo per hoofd van de bevolking. Dat ligt hoger dan het Europese gemiddelde, omdat in de cijfers ook de primaire sector werd meegeteld, en Vlaanderen relatief veel voeding produceert. Het gevolg: 425.000 tot 700.000 ton verlies in de primaire sector, al wordt bijvoorbeeld sterfte van vee daar ook bij gerekend. Ook in de huisvuilzak is nog altijd veel voedsel te vinden. 12 procent van het vuilnis, of 13,6 kilogram per inwoner per jaar, is organisch keukenafval. Het verlies aan voedsel bedraagt afgerond 5 procent, of 5,6 kilogram per inwoner. Inclusief het gft-afval komen de totale voedselverliezen in de Vlaamse huishoudens neer op 156.000 à 235.000 ton, of 24,9 à 37,6 kilogram per inwoner. Toch is dat cijfer relatief, want zoals gezegd is het in kaart brengen van de reële cijfers niet zo eenvoudig. Fevia, de vereniging van voedselproducenten, begroot de jaarlijkse verspilling in België op 300.000 ton. Dat lijkt enorm veel, maar het gaat om ongeveer 3 procent van de Belgische voedselproductie van 10 miljoen ton. "Bovendien gaan die tonnen niet verloren", benadrukt Ann Nachtergaele, directeur milieu en energie bij Fevia. Een deel is voedsel dat wordt weggeschonken aan liefdadigheid, zoals de Voedselbanken. Daarnaast wordt voedsel opnieuw verwerkt tot dierlijk voedsel, of gebruikt als biomassa voor energietoepassingen. Volgens een recente studie van OVAM over het voedselverlies in de landbouw en de visserij schommelt het cijfer in Vlaanderen tussen 425.000 en 700.000 ton. Ook die tonnages worden grotendeels herwonnen. Zelfs schillen en beenderen worden benut. Fevia werkt aan een uitgebreidere studie over voedselverspilling, die begin volgend jaar klaar zou zijn. Toch ligt de studie in de lijn van de huidige tendensen: een verspilling van 3 procent. Als dat cijfer wordt toegepast op de omzet in de voedingsindustrie (47,5 miljard euro), komt dat neer op een verspilling van 1,5 miljard euro. Maar Ann Nachtergaele vindt zo'n berekening gevaarlijk, aangezien het voedsel niet noodzakelijk verloren gaat. Bedrijven nemen ook steeds meer maatregelen om de verspilling in te dammen. Dat hangt samen met het toenemende belang van duurzame ontwikkeling. De Belgische brouwerijen van AB InBev bijvoorbeeld recycleerden vorig jaar 99,6 procent van de gebruikte productiemiddelen. Sinds 2009 is hun waterverbruik met een derde gedaald, en hun energieverbruik met een zevende. Bedrijven en gezinnen hebben de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in elektronica. De keerzijde van die medaille is de groeiende berg van afgedankte elektronische toestellen. Volgens Eurostat stijgt die jaarlijks met 3 à 5 procent; daarmee is het een van de snelst uitdijende afvalcategorieën. In België wordt jaarlijks 112.000 ton elektronisch afval ingezameld, of 90 procent. Dat is een schatting van Recupel, dat is belast met de inzameling van oude lampen en afgedankte elektroapparaten. De overige 10 procent belandt nog gewoon op het stort en is echte verspiling. De totale kostprijs van het elektronische afval is moeilijk te berekenen. Zelfs als een toestel niet meer te herstellen is, kunnen de componenten en de materialen nog worden gerecycleerd en verkocht. De grondstoffenprijzen spelen daarbij een belangrijke rol. Zakken de metaalprijzen ineen, dan daalt ook de waarde van elektronisch afval. De jongste jaren schommelden de grondstoffenprijzen sterk. Die volatiliteit zal wellicht nog een tijd aanhouden. De berekening van de Recupel-bijdragen wordt daardoor moeilijker. Die vergoeding wordt aangerekend bij de aankoop van een nieuw toestel, met het oog op de latere verwerking en recyclage. Bij de bepaling van die vergoeding wordt onder meer rekening gehouden met de waarde van de herbruikbare materialen. Ook in de farmaceutische sector wordt duchtig verkwist. Elk jaar worden honderden tonnen vervallen geneesmiddelen ingezameld en op kosten van de farmaceutische industrie vernietigd. Dat volume gaat crescendo. OVAM, dat de vervallen geneesmiddelen ophaalt bij alle 2662 apothekers in het Vlaams Gewest, verzamelde 292 ton in 2010. Een jaar later was dat 326 ton, een stijging met 11 procent. Vorig jaar steeg het volume opnieuw met 5 procent, tot 343 ton. Dat betekent dat in België in 2012 bijna 600 ton aan vervallen geneesmiddelen werd ingezameld. Eerder raakte bekend dat vorig jaar in Wallonië ruim 182 ton werd opgehaald, en bijna 56 ton in Brussel. Maar allicht is het totale volume aan vervallen medicijnen nog een stuk groter, omdat een deel gewoon in de vuilnisbak belandt. Welke waarde de ingeleverde medicijnen vertegenwoordigen, is niet bekend. Wel dat het probleem almaar groter wordt, stelt Jan Depoorter, de secretaris-generaal van de Belgische apothekersbond APB. "We stellen vast dat de aantallen die we binnenkrijgen, soms bijna schandalig hoog zijn. Zo krijgen we verpakkingen van honderd pillen binnen, waarvan ocharme één of twee pilletjes zijn verbruikt. Pure verspilling." "Het grootste probleem is dat nog altijd te veel geneesmiddelen worden voorgeschreven en afgeleverd", zegt Depoorter. "Zo wordt vaak gekozen voor een grote verpakking als een therapie wordt opgestart. Dat is goedkoper per pilletje, maar het is afwachten of het de juiste therapie is, en of de patiënt de medicatie verdraagt. En je weet ook niet hoe groot de therapietrouw van die patiënt zal zijn. Kleinere startverpakkingen zouden dus al een enorm verschil maken. Dan kan worden bekeken hoe de patiënt erop reageert." Ook het identieke remgeld voor grote en kleine verpakkingen werkt volgens Depoorter verspilling in de hand. De patiënt wordt zo onvoldoende aangespoord om te opteren voor kleinere verpakkingen. "Of neem bijvoorbeeld insulines. Dat zijn absoluut noodzakelijke medicijnen, die gratis zijn voor patiënten. Soms komt zo'n patiënt terug naar de apotheek, omdat hij is vergeten die insuline in de koelkast te leggen. Sommige mensen beseffen de waarde van zo'n product niet meer. Als ze ervoor zouden moeten betalen, al is het maar één euro, zou dat allicht helpen." LUC HUYSMANS, M.M.V. STIJN FOCKEDEY, BERT LAUWERS, WOLFGANG RIEPLEen derde van het voor menselijke consumptie geproduceerde voedsel gaat verloren of wordt ergens in de voedselketen verspild. Een op de drie Vlamingen houdt bij de aankoop van een elektrisch apparaat geen rekening met het energieverbruik van het toestel.