Tijdens de Europese top van 23 en 24 maart 2000 zwoeren de toenmalige staats- en regeringsleiders dat tegen 2010 de Europese Unie de meest competitieve economie ter wereld zou worden.
...

Tijdens de Europese top van 23 en 24 maart 2000 zwoeren de toenmalige staats- en regeringsleiders dat tegen 2010 de Europese Unie de meest competitieve economie ter wereld zou worden. De rit naar dat einddoel ligt al voor meer dan de helft achter ons en één ding staat vast: we halen dat objectief nooit. Voor een uitvoerige en cijfermatig indrukwekkende argumentatie hierover verwijzen we naar Europe at the Crossroads, het meest recente boek van Guillermo de la Dehesa. De auteur is internationaal zeer gerespecteerd, is onder meer voorzitter van het Center for Economic Policy Research (CEPR), bestuurder van de Banco Santander en vicevoorzitter van Goldman Sachs Europe. Dat Europa niet goed bezig is, blijkt niet alleen uit de traktaten van De la Dehesa. Ook de beleidsbeslissingen van alledag onderstutten die spijtige vaststelling. Twee recente maatregelen - die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben - illustreren dit treffend: de herschreven Europese richtlijn over de dienstensectoren en de belastingverhogingen in Duitsland. Op naar de Tour de France. Het onlangs bereikte compromis over de pan-Europese liberalisering van de dienstensector staat mijlenver af van de originele Bolkesteinrichtlijn. De nieuwe tekst bewijst veel lippendienst aan liberalisering, concurrentie en marktdiscipline, maar bouwt zoveel uitvalswegen en belemmeringen in dat elke lidstaat de autonomie behoudt om zelf de spelregels te bepalen in een geheel van sectoren dat bijna 70 % van de EU-economie uitmaakt. De nieuwe dienstenrichtlijn staat volkomen haaks op de Lissabondoelstelling. Hoe kan je verkondigen dat je tegen 2010 de meest competitieve economie ter wereld wil uitbouwen als je tegelijkertijd de vrije concurrentie in de grootste en meest beloftevolle economietak aan banden legt? Dat heeft veel weg van een wielrenner die, ondanks vijftien kilo overgewicht, met een uitgestreken gezicht zou beweren dat hij de komende Tour de France zal winnen. Voor alle duidelijkheid: vooral de PS vindt dat het nieuwe compromis nog "te liberaal" oogt. Versheidsdatum ruimschoots overschreden. De plannen van de Duitse bondskanselier Angela Merkel om de btw drastisch op te trekken - namelijk van de huidige 16 % naar 19 % - getuigen van eenzelfde hypocrisie. Vooral als je weet dat de socialistische SPD er in Berlijn op aandringt om het toch maar niet te nauw te nemen met het originele plan, dat voorzag dat twee derde van de belastingverhoging zou worden aangewend om de sociale bijdragen te verminderen. Zeker, Duitsland kampt met serieuze budgettaire tekorten, maar belastingverhogingen kunnen hoogstens op korte termijn soelaas bieden. Een hogere belastingdruk - van welke aard ook - fnuikt de economische groei en leidt dus tot hogere uitgaven (werkloosheidsvergoedingen...) en minder inkomsten. Belastingverhogingen zijn een gegarandeerd succesvolle manier om tot een niet-competitieve economie te komen. Het was dan ook merkwaardig dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar recente doorlichting van de Duitse economie uitvoerig instemde met de belastingplannen van Merkel. De OESO taxeert de Lissabon-eden klaarblijkelijk op hun juiste waarde, namelijk als materie waarvan de versheidsdatum al lang is verstreken. De auteur is directeur van de denktank VKW Metena.Johan Van Overtveldt