Dé revelatie van de huidige Boekenbeurs is zonder enige twijfel Claire Messud (1966). Met De kinderen van de keizer (Anthos, 441 blz., 19,95 euro) schreef de Amerikaanse - telg van een Frans-Algerijnse vader en Canadese moeder - een heerlijk sarcastisch portret van een groepje ambitieuze dertigers dat furore wil maken in de New Yorkse culturele jetset. Alleen de vader van zo'n strebertje lijkt daarin al geslaagd, nota bene een giftige linkse journalist die niet weg te branden is uit de media. Maar hij wordt als hol vat ontmaskerd door een naïeve jongeman....

Dé revelatie van de huidige Boekenbeurs is zonder enige twijfel Claire Messud (1966). Met De kinderen van de keizer (Anthos, 441 blz., 19,95 euro) schreef de Amerikaanse - telg van een Frans-Algerijnse vader en Canadese moeder - een heerlijk sarcastisch portret van een groepje ambitieuze dertigers dat furore wil maken in de New Yorkse culturele jetset. Alleen de vader van zo'n strebertje lijkt daarin al geslaagd, nota bene een giftige linkse journalist die niet weg te branden is uit de media. Maar hij wordt als hol vat ontmaskerd door een naïeve jongeman. Messud zet raak getypeerde personages neer in een tragikomische grootstadsroman die zich afspeelt in New York anno 2001. Ook 11 september speelt dus onontkoombaar mee en reikt de personages een confronterende spiegel aan. Bij Messud stelen vooral dertigers de show, in JPod (Anthos, 458 blz., 22,95 euro) zijn ze nog net iets jonger. De protagonisten uit de nieuwe roman van de Canadees Douglas Coupland (1961) hebben de creatieve gekte van de dotcomhausse gemist, en krijgen nu bange bazen die brullen dat er geld in het laatje moet komen. Gedaan met spelen, zekerheid is het nieuwe credo. Coupland, onsterfelijk sinds Generatie X (1990) en Microslaven (1996), schreef een stekelige satire, maar zijn personages blijven steken in het karikaturale en de plot is vooral een modieus rommeltje. Enkele programmeurs werken aan een nieuwe game, krijgen daarbij de meest onzinnige opdrachten opgelegd van hun broodheren en verkassen finaal naar een ander bedrijf, waar het doel duidelijk is: geld verdienen en verder geen gezeur. Als roman rammelt het boek, maar als vernuftig venijnige commentaar op de actualiteit is dit alweer een schot in de roos. Voor wie De correcties las, is De onbehaaglijkheidsfactor (Prometheus, 224 blz., 17,95 euro) een ontgoocheling. Vijf jaar geleden imponeerde Jonathan Franzen (1959) met een roman waarin de Grote Gevoelens en de Grote Verhalen perfect impliciet gereflecteerd werden vanuit de lotgevallen van een all American family. Nu moeten we ons troosten met de zes autobiografische schetsen. Zijn stijl is wat vlakker, maar blijft voldoende sterk om de lezer te verleiden. Tijd voor gerijpt talent uit Vlaanderen. Joris Tulkens (1944) bevestigt met de historische roman Christenhond tussen moslims (Houtekiet, 273 blz., 17,95 euro). De classicus en filosoof, die eerder dit jaar al De schaduw van Erasmus publiceerde, baseerde zijn jongste boek op het leven van de Diestse theoloog Nicolaes Cleynaerts (1493-1542). Samen met de zoon van Christoffel Columbus reisde hij naar Spanje, waar hij Arabisch leerde en de Koran las. Tegen alle adviezen in, trok hij naar Marokko om een dialoog tussen moslims en christenen op gang te brengen. De knipogen naar de actualiteit hoeven niet nog meer aangezet te worden, maar Tulkens heeft ook los daarvan een interessant historisch boek afgeleverd. Luc De Decker