"Hoewel een verdere daling van de dollar tegenover de euro niet echt wenselijk is, moeten we de neergang van de Amerikaanse munt en de stijging van de euro toch wat relativeren. Met een koers van 1,24 dollar voor 1 euro of 32 oude Belgische frank voor 1 dollar zit de Amerikaanse munt nog altijd binnen haar historische marges tegenover de Europese munten. De euro is vandaag nog steeds niet zo sterk tegenover de dollar als de Duitse mark of de Belgische frank vroeger," zo stelde Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank van België en lid van de beleidsbepalende raad van bestuur van de Europese Centrale Bank(ECB) enkele dagen voor nieuwjaar in het programma Breekpunt op Kanaal Z.
...

"Hoewel een verdere daling van de dollar tegenover de euro niet echt wenselijk is, moeten we de neergang van de Amerikaanse munt en de stijging van de euro toch wat relativeren. Met een koers van 1,24 dollar voor 1 euro of 32 oude Belgische frank voor 1 dollar zit de Amerikaanse munt nog altijd binnen haar historische marges tegenover de Europese munten. De euro is vandaag nog steeds niet zo sterk tegenover de dollar als de Duitse mark of de Belgische frank vroeger," zo stelde Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank van België en lid van de beleidsbepalende raad van bestuur van de Europese Centrale Bank(ECB) enkele dagen voor nieuwjaar in het programma Breekpunt op Kanaal Z. Sindsdien daalde de greenback door naar een niveau van 1,26 dollar voor 1 euro. Alleen al in december 2003 steeg de euro tegenover de dollar met 5 %. Over heel 2003 bedroeg de stijging 17 % en over de voorbije twee jaar zelfs bijna 35 %. December 2003 telde 21 handelsdagen op de internationale geldmarkten. Op zeventien daarvan brak de euro door zijn vorige hoogtepunt tegenover de dollar. In dezelfde uitzending op Kanaal Z gebruikte Hugo Vandamme, voormalig Barco-topman, gewezen Manager van het Jaar en vandaag onder meer actief bij Roularta Media Group en Kinepolis, heel andere terminologie dan Guy Quaden. Vandamme aarzelde niet om het woord "dramatisch" in de mond te nemen. De forse stijging van de euro, aldus Vandamme, "leidt tot hogere werkloosheid, afkalving van de winstmarges en talrijke bedrijfssluitingen. Ik ben zeer verwonderd dat we de vakbonden nauwelijks horen over dit thema. Het Belgische en Europese bedrijfsleven verliest veel van zijn concurrentiekracht en dit niet alleen ten aanzien van de Amerikanen. Vergeet immers niet dat zowat alle Aziatische landen hun munt aan de dollar hebben gekoppeld." De Leuvense economie hoogleraar Paul De Grauwe zit ongeveer op dezelfde golflengte als Hugo Vandamme. Ook internationaal gereputeerde beleidseconomen als Olivier Blanchard, in Frankrijk adviseur van zowel eerste minister Jean-Pierre Raffarin als minister van Financiën Francis Mer en verbonden aan de economiefaculteit van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology ( MIT) in Boston, en Martin Bailey van het Institute for International Economics in Washington, tonen zich ongerust over de gevolgen van de dollarval ten aanzien van de euro. "De dollardaling remt de Europese export, verscherpt de importconcurrentie en verhoogt het risico van deflatie binnen de eurozone. Lagere groei en hogere werkloosheid zullen de begrotingen verder in het rood duwen. Over de economische heropleving in euroland hangt een zware onweerswolk," zo stellen beiden in koor. Olivier Blanchard beklemtoont in zijn analyse dat al wie vandaag verwonderd doet over die forse dollardepreciatie zonder meer van een andere planeet moet komen: "Het enorme deficit op de lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans kon niet blijven aanzwellen. Dat de dollar op een bepaald moment zwaar naar beneden zou duikelen, was al geruime tijd een absolute zekerheid". De lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans - die in grote mate overeenkomt met de handelsbalans - vertoonde in 1991 nog een klein overschot. Sindsdien zonk ze geleidelijk weg naar almaar grotere tekorten. In 2003 was er een deficit op de lopende rekening van meer dan 5 % van het bruto binnenlands product (BBP) of ruim 500 miljard dollar. De fundamentele oorzaak van dit tekort is een structurele overbesteding in de Verenigde Staten. In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw voedde vooral de consumptie- en investeringsdrift vanuit de Amerikaanse privé-sector deze overbesteding. Onder president George W. Bush evolueerde de Amerikaanse begrotingstoestand van een surplus gelijk aan 2 % van het BBP naar een deficit van ruim 4 %, zodat nu vooral de overheidsbestedingen het deficit voeden. Het spiegelbeeld van een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans is een kapitaalinvoer van dezelfde orde van grootte. Deze twee elementen horen als een Siamese tweeling bij elkaar. Een kapitaalinvoer van ruim 500 miljard dollar per jaar betekent dat per werkdag buitenlanders méér dan 2 miljard dollar in dollaractiva (obligaties, aandelen, liduiditeiten...) moeten beleggen. De voorbije twee jaar nam de bereidheid van de buitenlanders om die dollaractiva te blijven accumuleren geleidelijk af. Het onvermijdelijke resultaat is een daling van de dollar. Dé hamvraag luidt of de afgang van de dollar, of de opwaartse beweging van de euro, zal blijven duren en, zo ja, hoe lang nog. Volgens Kenneth Rogoff, gewezen hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en vandaag opnieuw hoogleraar aan Harvard University in Boston, kan de huidige koers de lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans al heel wat vooruithelpen. Maar Jim O'Neill, die aan het hoofd staat van de economische research van zakenbank en effectenmakelaar Goldman Sachs, toont zich een stuk pessimistischer. Om het deficit op de lopende rekening te reduceren tot 2 % van het BBP dringt zich volgens hem een bijkomende dollardepreciatie van minstens 10 % op. Kan de Europese Centrale Bank (ECB) bij dit alles rustig aan de zijlijn blijven zitten? Neen, zo stellen Hugo Vandamme en Paul De Grauwe. Ook onder de economen en analisten die we de voorbije weken spraken in Washington, New York en Boston heerste er unanimiteit: de ECB moet snel ingrijpen en liefst niet met een symbolische maatregel zoals een rentedaling met 0,25 %. Olivier Blanchard bijvoorbeeld vindt de situatie dermate ernstig dat de ECB snel haar basisrentevoeten met een volle 1 % naar beneden moet halen. Geeft de ECB van nieuwbakken president Jean-Claude Trichet op haar eerstvolgende beleidsvergadering gehoor aan deze oproepen? Johan Van Overtveldt Johan Van OvertveldtHet zou de Amerikanen goed uitkomen als de dollar nog eens met minstens 10 % in waarde zou dalen.