De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.oor bewoners van de Noorderkempen was de Nederlandse grensstreek enkele tientallen jaren geleden een favoriete bestemming voor een fietstochtje of een zondagse uitstap. Niet dat de natuur daar zoveel interessanter was dan aan deze zijde van de grens. Maar in Nederland hadden de cafés iets wat in België niet mocht: je kon er ongestoord een jenevertje bestellen. In België was het schenken van sterke drank in voor het publiek toegankelijke plaatsen zonder meer verboden. In de praktijk kende iedereen wel hier en daar een cafeetje waar de verboden dranken heimelijk 'onder de toog' werden geschonken. Maar officieel mocht het niet. En op overtredingen stonden zware sancties. Allemaal nog een uitloper van de grote drooglegging tijdens de crisisjaren van het interbellum. Belasting. Begin de jaren tachtig kwam de zaak in beweging. De roep om ook in Belgische drankgelegenheden en restaurants sterke drank te mogen schenken, klonk luider dan ooit. En de Belgische schatkist beleefde een van haar grootste crisissen. De oplossing was vlug gevonden. Het schenken van sterke drank werd toegestaan. Maar dit slechts op voorwaarde dat daarvoor een dure nieuwe belasting zou worden betaald: het vergunningsrecht. Dat vergunningsrecht staat vandaag weer ter discussie. Meer zelfs, als alles volgens plan verloopt, bestaat het binnen enkele maanden niet meer. Enkele parlementsleden hebben immers bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers het voorstel ingediend om het vergunningsrecht kort en goed af te schaffen. En de Kamer heeft dit voorstel inmiddels in plenaire vergadering goedgekeurd. De afschaffing hoeft alleen nog de zegen van de Senaat te krijgen, wat naar alle verwachting slechts een formaliteit zal zijn. Onrechtvaardig. Waarom moet het vergunningsrecht nu halsoverkop worden afgeschaft? Volgens de indieners van het voorstel gaat het om een onrechtvaardige en een verouderde belasting. Het vergunningsrecht zou onrechtvaardig zijn omdat de belasting alleen maar is verschuldigd wegens het feit van het schenken van sterke drank, zonder dat rekening wordt gehouden met het volume dat wordt geschonken. En de belasting zou bovendien verouderd zijn omdat ze wordt geheven op basis van het kadastraal inkomen van de lokalen die als drankgelegenheid worden gebruikt. Maar deze argumenten overtuigen niet echt. De onroerende voorheffing wordt al sinds mensenheugenis op basis van het kadastraal inkomen geheven, zonder dat daar iemand aanstoot aan neemt. En of het vergunningsrecht onrechtvaardig is? Dat hangt ervan af hoe je tegen deze belasting aankijkt. Zij is zeker onrechtvaardig als je ervan uitgaat dat zij in verhouding moet staan met het volume sterke drank dat wordt geschonken. Ongeveer tien jaar geleden heeft de (toenmalige) minister van Financiën evenwel nog opgemerkt dat het vergunningsrecht niet is bedoeld om het verbruik van sterke dranken te stimuleren, maar dat het integendeel bedoeld is om dat verbruik af te remmen. Zo bekeken is het vergunningsrecht minder onrechtvaardig dan op het eerste gezicht blijkt. Verouderd. Overigens heeft het parlement een kort geheugen. De reglementering over het vergunningsrecht is ongeveer vijf jaar geleden nog grondig hervormd en in het parlement besproken. De regeling waarbij de belasting wordt geheven op basis van het kadastraal inkomen is toen uitdrukkelijk aanvaard. Zij werd toen als een duidelijke verbetering aangemerkt van de toenmalige regeling waarbij de belasting werd geheven op basis van de huurwaarde van de gebruikte lokalen. Erg verouderd is zij dus niet. Aangenomen mag worden dat er bijgevolg andere argumenten hebben meegespeeld. Een steuntje in de rug van de horeca ligt voor de hand, zeker nu de veelbesproken BTW-tariefverlaging duidelijk nog niet voor morgen is. Vergunning. Wat er ook van zij, als alles volgens plan verloopt en de afschaffingswet in de loop van de volgende maanden in het Belgisch Staatsblad te lezen zal staan, zal vanaf volgend jaar geen vergunningsrecht meer moeten worden betaald. Maar opgelet, de afschaffing van het vergunningsrecht betekent niet dat de schenkers van sterke drank van al hun verplichtingen zijn bevrijd. Integendeel. Alleen de belasting wordt afgeschaft. De vergunning om sterke drank te mogen schenken, blijft daarentegen integraal bestaan. Al wie sterke drank in voor het publiek toegankelijke plaatsen wil schenken, zal dus nog steeds vooraf aangifte moeten doen. Bovendien blijven alle niet-fiscale voorwaarden en beperkingen van kracht. Zo bijvoorbeeld blijft de regel gelden dat personen die zich schuldig hebben gemaakt aan bepaalde misdrijven nooit in voor het publiek toegankelijke ruimten sterke drank mogen schenken. Pannenkoeken. Voorts blijft ook de regel van kracht dat personen die niet over een vergunning beschikken, geen sterke drank voorhanden mogen hebben in de lokalen die voor het publiek toegankelijk zijn, noch in de overige gedeelten van de drankgelegenheid, en ook niet in de belendende woning die rechtstreeks toegankelijk is vanuit de drankgelegenheid. Op basis van die regeling is het bijvoorbeeld ook aan een crêperie verboden om zonder vergunning een fles Grand Marnier binnen handbereik te hebben om flensjes te kunnen flamberen. Is dat geen verouderde wetgeving? Jan Van DyckHet vergunningsrecht is minder verouderd dan velen willen doen geloven.