Dat is in elk geval de mening van Christophe Dumont, analist van de Engelse markt bij Dexia Asset Management (AM) en van Thierry Borstlap, beheerder van het fonds belegd in Engelse aandelen.
...

Dat is in elk geval de mening van Christophe Dumont, analist van de Engelse markt bij Dexia Asset Management (AM) en van Thierry Borstlap, beheerder van het fonds belegd in Engelse aandelen. CHRISTOPHE DUMONT. Dat is maar een indruk, want de Engelse economie doet het op meerdere vlakken beter dan de eurozone. Zo kwam het vertrouwen van de Engelse bedrijven in het eerste kwartaal van 2010 uit op 56,7, terwijl het gemiddelde van de eurozone 54,5 bedraagt. Ook in de dienstensector komt het vertrouwen in het VK uit op 56,4, tegenover een gemiddelde van 52,8 in de eurozone. Dat hervonden vertrouwen steunt onder andere op het zwakke pond, dat in het voordeel is van de exporterende bedrijven. Het pond heeft ten opzichte van zijn niveau van voor de crisis 15 % van zijn waarde verloren. Het enige minpunt voor de exporterende bedrijven is dat 50 % van wat ze uitvoeren naar Europa gaat, en daar blijft de groei zwak. Een andere ondersteunende factor voor het vertrouwen van de Engelse ondernemingen, is dat na een lange periode van voorraadafbouw in 2009 er nu terug voorraden opgebouwd worden. Ten slotte zit ook het consumentenvertrouwen opnieuw op een niveau vergelijkbaar met dat van voor het uitbreken van de crisis. Dat heeft te maken met een positief welvaartseffect dat zich voordoet nadat de vastgoedprijzen opnieuw begonnen te stijgen. In 2008 en 2009 daalden de prijzen voor vastgoed in Engeland, maar sinds een aantal maanden gaan ze weer omhoog. Begin 2010 waren ze op jaarbasis weer positief dankzij de lage rente (0,5 %), een beperkt aanbod en de maatregelen van de overheid om de sector te ondersteunen. De situatie in het VK is dus verre van dramatisch. Bovendien bedraagt de werkloosheidsgraad er bijna 8 %, tegenover 9,7 % in de Verenigde Staten en 10 % in de eurozone. De Engelse bedrijven hebben minder mensen ontslagen dan sommige van hun tegenhangers op het vasteland. Zo konden ze met het oog op het herstel hun ervaren mensen houden. DUMONT. We moeten de zaken niet slechter voorstellen dan ze zijn, maar het is natuurlijk ook niet allemaal rozengeur en maneschijn. De lonen stijgen nagenoeg niet: ze gingen er met amper 1,7 % op vooruit, terwijl de inflatie in maart op 3,4 % uitkwam (wat onder andere met tijdelijke technische factoren te maken had). Die inflatie op 3 % zou nog enkele maanden aanhouden voor ze terug richting 2 % of nog minder gaat. Het budgettaire tekort is ook een netelige kwestie. Het bedraagt 13 % van het bbp en de schuld komt uit op 62 % van het bbp. De manier waarop men dat tekort wil terugdringen, is een onderwerp van discussie in het Verenigd Koninkrijk. De ratingagentschappen wachten overigens de uitslag van de verkiezingen en een concreet programma voor schuldafbouw af om te bepalen of een herziening van de financiële rating van het land nodig is. THIERRY BORSTLAP. Neen, helemaal niet. De economische vooruitzichten zijn voor Groot-Brittannië niet minder goed dan die voor continentaal Europa, integendeel. De beleggers zouden ook kunnen vrezen voor een muntrisico wanneer ze op Groot-Brittannië inzetten, maar dat risico moet gerelativeerd worden. De voorbije tien jaar liet de Engelse beurs een outperformance van 40 % in de lokale munt optekenen ten opzichte van de Europese markten (DJ Euro Stoxx 600). Als de prestaties van de Londense beurs echter in euro omgezet worden, dan is er een underperformance van 2 % op tien jaar tijd. Op korte termijn kunnen de schommelingen van het pond een impact van betekenis hebben op de prestaties van beleggingen op de beurs. Maar op lange termijn wordt die variabele uitgevlakt en is ze dus verwaarloosbaar. Wat de verkiezingen en hun invloed op de Engelse beurzen betreft, en in het algemeen de impact van plaatselijke thema's op de Londense beursvloer, moeten we alles in zijn context bekijken. Slechts 35 % van de inkomsten van de Engelse beursgenoteerde bedrijven komt van de thuismarkt. Met de Engelse beurs zet men dus eerder globaal dan lokaal in. De mijnsector, met bedrijven als Rio Tinto en BHP Billiton, is een mooi voorbeeld om de sterke internationale blootstelling van de Engelse markt te illustreren. BORSTLAP. De verkiezingen en de onzekerheid die ermee gepaard gaat, hebben zeker voor opportuniteiten gezorgd. Dat is onder andere het geval voor de vastgoedmarkt. De conservatieven hebben al laten weten dat als zij aan de macht komen, ze de sector zullen hervormen door de toekenning van bouwvergunningen te decentraliseren. Op korte termijn zal het gevolg daarvan zijn dat alle nieuwe werven vertraging oplopen. De bedrijven die in de bouwsector actief zijn, zouden daar de negatieve gevolgen van ondervinden. Indien Labour de verkiezingen wint, blijft het huidige systeem behouden. De markt anticipeert op het ergste en heeft zich volledig afgekeerd van de vastgoedaandelen, die onder hun boekwaarde noteren. Toch vertoont de vastgoedsector na een langdurige inzinking sinds enkele maanden tekenen van herstel. Wij menen dan ook dat dit het goede moment is om kwalitatief hoogstaande vastgoedaandelen aan een lage prijs te kopen. Binnen de sector kunnen we vooral Barrat Development waarderen. (C) > Dexia Equities L United Kingdom (ISIN-CODE: LU 0093582772)Door Karine HuetMet de Engelse beurs mikt men eerder globaal dan lokaal.