Begin dit jaar dook Peter Coates, directeur bij de internationale grondstoffenhandelaar Glencore, op een evenement in Sydney op om bij hoge uitzondering zijn stem als vooraanstaande figuur in de mijnbouw te laten horen. Hij nam het uit volle borst op voor de steenkoolindustrie, die wordt bedreigd door haar bijdrage aan de opwarming van de aarde. "Onze industrie heeft zich al te vaak de schurkenrol laten opdringen", zei Coates, een oudgediende in de steenkoolontginning, tijdens het mijnbouwevenement. "We hebben de onwetendheid over wat we doen en hoe we dat doen, laten invullen door hippe wetenschappers en radicale activisten die geen oplossingen zoeken, maar verdeeldheid en vernieling zaaien." Zes maanden later gaat de industrie tot de actie over om haar imago van vervuiler op te krikken. Coal21, een industriële corporatie in Australië die gesteund wordt door 26 mijnbouwbedrijven, heeft een reclamecampagne met een waarde van 4 miljoen dollar gelanceerd. Het heeft een offerte uitgeschreven voor advertenties op de Australische tv, sociale media, radio en pers. Het basisconcept van de campagne is het idee dat steenkool schoner gemaakt kan worden door de CO2-uitstoot van elektriciteitscentrales die op steenkool draaien, af te vangen en ondergronds op te slaan.
...

Begin dit jaar dook Peter Coates, directeur bij de internationale grondstoffenhandelaar Glencore, op een evenement in Sydney op om bij hoge uitzondering zijn stem als vooraanstaande figuur in de mijnbouw te laten horen. Hij nam het uit volle borst op voor de steenkoolindustrie, die wordt bedreigd door haar bijdrage aan de opwarming van de aarde. "Onze industrie heeft zich al te vaak de schurkenrol laten opdringen", zei Coates, een oudgediende in de steenkoolontginning, tijdens het mijnbouwevenement. "We hebben de onwetendheid over wat we doen en hoe we dat doen, laten invullen door hippe wetenschappers en radicale activisten die geen oplossingen zoeken, maar verdeeldheid en vernieling zaaien." Zes maanden later gaat de industrie tot de actie over om haar imago van vervuiler op te krikken. Coal21, een industriële corporatie in Australië die gesteund wordt door 26 mijnbouwbedrijven, heeft een reclamecampagne met een waarde van 4 miljoen dollar gelanceerd. Het heeft een offerte uitgeschreven voor advertenties op de Australische tv, sociale media, radio en pers. Het basisconcept van de campagne is het idee dat steenkool schoner gemaakt kan worden door de CO2-uitstoot van elektriciteitscentrales die op steenkool draaien, af te vangen en ondergronds op te slaan. De steenkoolindustrie rekent heel sterk op die "technologie met een lage uitstoot", zoals Coal21 ze omschrijft, in haar strijd om te overleven. En er is niet alleen het marketingoffensief in landen zoals Australië. De CO2-afvangtechnologie heeft ook de steun gekregen van de Amerikaanse president Donald Trump, die plechtig beloofd heeft de steenkoolindustrie in zijn land nieuw leven in te blazen, en ook van het Amerikaanse Congres, dat een belastingvermindering toekent aan bedrijven met installaties om CO2 op te vangen en op te slaan. Het gelobby van de steenkoolindustrie wekt onrust bij tegenstanders en beleggers, die zeggen dat het geen verstandige keuze is het leven van de steenkool te verlengen in een wereld waarin steeds meer een beroep gedaan wordt op goedkope en hernieuwbare energie. Ze opperen ook dat de technologieën om CO2 te ontginnen in krachtcentrales onbetaalbaar zijn, en meer geschikt voor andere sectoren, zoals de olie- en gasproductie. "Ze bespelen op een heel gesofisticeerde manier de media, het is gewoon een staaltje pr. Schone steenkool bestaat eenvoudigweg niet, onze afhankelijkheid ervan valt niet te rijmen met een leefbare planeet", zegt Brynn O'Brien, directeur van het Australasian Centre for Corporate Responsibility. "De steenkoolindustrie bevindt zich in een existentiële crisis en doet er alles aan om te overleven. Maar zo verhindert ze dat de economie veerkrachtig genoeg wordt om de onvermijdelijke klimaatverandering aan te kunnen." De technologie om CO2-uitstoot op te vangen en op te slaan bestaat al meer dan veertig jaar en wordt voornamelijk gebruikt in gasvelden. Het Sleipner-veld in de Noordzee verwijdert sinds 1996 elk jaar ongeveer één miljoen ton CO2. Nu de uitstoot moet afnemen, krijgt de technologie meer aandacht als een oplossing voor de opwarming van de aarde, vooral in de staal- en de cementindustrie, die veel energie verbruiken en moeilijk CO2-vrij te maken zijn. Voor één ton staal bijvoorbeeld moet 800 kilo cokeskool verstookt worden, volgens Glencore. Maar veel spelers uit de energiesector zijn niet overtuigd van de doeltreffendheid van de technologie voor steenkool. De vraag wordt gesteld of CO2-opvang en -opslag (CCS) wel geïnstalleerd moet worden in steenkoolcentrales, omdat wind-, zonne- en accu-energie tegen steeds scherpere prijzen beschikbaar zijn. Analisten bij de Amerikaanse zakenbank JPMorgan schatten dat hernieuwbare energie goedkoper is dan steenkool in India, China en de VS, de grootste drie verbruikers. "De bronnen worden niet verstandig gebruikt", zegt Simon Lewis van het University College in Londen. "Het houdt geen steek te investeren in een dure technologie die zelf veel energie verbruikt, gewoon om steenkool te kunnen blijven gebruiken terwijl er alternatieven beschikbaar zijn." De World Coal Association, de belangrijkste lobbyorganisatie van de steenkoolindustrie, voert aan dat "bewezen is dat de technologie 90 procent afvangt van de CO2 die uitgestoten wordt door het gebruik van fossiele brandstoffen bij het opwekken van elektriciteit en in industriële processen". Het International Energy Agency's Clean Coal Centre in Londen zegt dat de opvang en de opslag van CO2 eenvoudigweg noodzakelijk is omdat er nog zoveel krachtcentrales op steenkool werkzaam zijn. De centrales die op steenkool draaien, zijn op dit moment verantwoordelijk voor een derde van de CO2-uitstoot, en de helft van die centrales is minder dan vijftien jaar oud. Het voorspelt dat om de doelstelling van het klimaatverdrag van Parijs te kunnen halen, namelijk zorgen dat de opwarming van de aarde "een heel stuk onder" 2 graden blijft, voor ongeveer 210 gigawatt aan krachtcentrales die op steenkool draaien tegen 2040 voorzien moeten zijn van de technologie om CO2 te verwijderen. "Uit modellen waarmee aangetoond wordt hoe we het beste de ambitieuze klimaatdoelstellingen kunnen verwezenlijken, blijft een grote hoeveelheid CCS in de sector van krachtcentrales op steenkool naar voren komen", zegt Toby Lockwood, analist bij het Clean Coal Centre. De theorie oogt mooi, maar in werkelijkheid hinken de steenkoolcentrales pijnlijk achterop op hun eigen doelstellingen van CO2-afvang. Tot nu toe zijn er slechts twee omvangrijke projecten die CO2-uitstoot verwijderen op grote schaal, wat betekent dat jaarlijks slechts iets meer dan 2,4 miljoen ton CO2 wordt verwijderd. Dat moet je vergelijken met de 10 miljard ton CO2 die vorig jaar volgens het IEA uitgestoten werd door krachtcentrales op steenkool. In 2014 werd in Saskatchewan, een provincie in Canada die rijk is aan steenkool, het CO2-afvangproject Boundary Dam gelanceerd. Kostprijs: 1,3 miljard dollar, capaciteit: 115 megawatt. De bedoeling was 90 procent van de CO2-uitstoot af te vangen en te vervoeren naar olievelden in de buurt, waar het gas gebruikt wordt om olie te regenereren. Petra Nova in Houston, dat 1 miljard dollar gekost heeft, is het enige andere grote project. Het werd opgericht met een subsidie van 190 miljoen dollar van het Amerikaanse ministerie van Energie en vangt de CO2-uitstoot af van één eenheid van de elektriciteitscentrale van WA Parish Generating Station. Het CO2 wordt door een tunnel van 130 kilometer naar het West Ranch-olieveld, ook in Texas, gepompt, waar het gebruikt wordt om de olieproductie aan te drijven. Maar David Schlissel van het Institute for Energy Economics and Financial Analysis zegt dat de beide centrales de hype niet hebben kunnen waarmaken. De Petra Nova-centrale vangt maar iets meer dan een derde van het totaal aan schoorsteengas af van slechts een van de vier kolengestookte units, zegt hij. En Boundary Dam heeft een algemeen afvangcijfer van 51 procent, zegt hij - een heel eind onder de beoogde 90 procent. Schlissel schat dat de kostprijs van het toevoegen van CO2-afvang en -opslag aan de gemiddelde steenkoolcentrale in de VS bijna vier keer zo duur is als de kosten van zonne-energie en -opslag in delen van de VS. "Het is heel duur en de steenkoolcentrales kunnen niet concurreren met wind- of zonne-energie", zegt hij. "Het is eigenlijk een plan om niet-rendabele steenkoolcentrales in gebruik te blijven houden. Het is een fantasie." In China, het land met het hoogste steenkoolverbruik ter wereld, waar de elektriciteitssector verantwoordelijk is voor ongeveer 40 procent van de CO2-uitstoot, schiet het ook niet op met de CO2-opvang en -opslag. Er zijn zeven kleine projecten gepland of al werkzaam, volgens het adviesbureau CRU China. Maar ze vangen minder dan 5 procent van de CO2-uitstoot van de zeven centrales af. Het adviesbureau gaat ervan uit dat de technologie enkel leefbaar is als het CO2 verkocht kan worden aan andere industrietakken. "Gezien de huidige ontwikkeling van de technologie ziet het er niet naar uit dat ze een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan het verlagen van de Chinese CO2-uitstoot", zegt Lize Wan, analiste bij CRU. Lauri Myllyvirta, een steenkoolexpert bij Greenpeace, zegt dat het vermogen om CO2 af te vangen nog niet overeenstemt met de uitstoot van één grote steenkoolcentrale, laat staan met het geschatte wereldwijde vermogen, dat te vergelijken is met 2000 grootschalige centrales. "De mijnbouwbedrijven promoten de technologie om hun beleggers ervan te overtuigen dat steenkool een toekomst heeft in een wereld die de klimaatverandering serieus neemt", zegt hij. "Zo hebben ze een uitweg. Ze kloppen enkel de hypothetische mogelijkheid op als een antwoord op de strengere wetten. Maar niemand met een beetje verstand denkt er nu aan steenkoolcentrales te bouwen met CCS-voorzieningen." Ondanks al die scepsis blijven de mijnbouwbedrijven investeren in CO2-afvang. Hun aandeelhouders zetten hen nochtans steeds meer onder druk om afstand te nemen van steenkool. Bovendien dalen de prijzen. Dit jaar zijn de prijzen van steenkool met 35 procent gezakt, terwijl de toevoer van aardgas toegenomen is. In juli heeft BHP, het grootste mijnbouwbedrijf ter wereld, beloofd over een tijdspanne van vijf jaar 400 miljoen dollar uit te geven om zijn eigen CO2-uitstoot en die van zijn klanten te verminderen. De opvang en de opslag van CO2 bij steenkool blijft volgens hen een onderdeel van de oplossing. Het bedrijf maakt deel uit van Coal21, dat gefinancierd wordt met vrijwillige heffingen op de Australische steenkoolproductie. Maar sommige aandeelhouders zijn niet blij met het lidmaatschap van BHP in lobbyverenigingen voor de steenkoolindustrie, en vrezen dat de industrie reclamecampagnes inzet om geen lastige knopen te moeten doorhakken. "Er moeten meer overtuigende details komen over welke rol CCS precies zal spelen en hoe leefbaar het is", zegt Adam Matthews van de non-profitorganisatie Church of England Pensions Board. "Coal21 heeft veel meer gedaan dan alleen maar onderzoek, en breidt zijn rol uit naar gelobby. De vraag wordt steeds vaker gesteld of de financiële middelen van de aandeelhouders wel voor zulke activiteiten gebruikt mogen worden." Glencore, de grootste steenkooluitvoerder ter wereld, bouwt een proefproject met CO2-afvang in het bekken van Surat in Australië. De bouw wordt gefinancierd met geld van Coal21 en de Australische overheid. Het is de bedoeling met dit project jaarlijks 200.000 ton CO2 van een steenkoolcentrale uit de buurt op te slaan.Maar ook hier wordt druk uitgeoefend door aandeelhouders die zich zorgen maken om de klimaatverandering. De speech van Peter Coates vond dan ook plaats net in de maand dat Glencore ermee instemde voor het eerst zijn steenkoolproductie te beperken tot 150 miljoen ton per jaar. Dat is een drastische ommekeer voor een bedrijf dat steenkoolmijnen heeft opgekocht. Coates zei dat het onrealistisch was ons een wereld voor te stellen zonder het intense gebruik van steenkool. Als brandstof blijft het de "goedkoopste keuze en het is de energiebron bij uitstek in ontwikkelingslanden", verklaarde hij. Er worden over de hele wereld meer dan 2300 steenkoolcentrales gebouwd of gepland, vooral in Zuidoost-Azië, stond in zijn toespraak. "In de toekomst zal meer steenkool gebruikt worden, niet minder", zei Peter Coates.