In België is nagenoeg één vierde van de bevolking allergisch voor een of andere stof. Dat aantal neemt jaarlijks toe, vooral bij kinderen. De stijgende trend wordt wereldwijd vastgesteld, zowel in ontwikkelde als in ontwikkelingsgebieden, maar is het meest spectaculair in de geïndustrialiseerde wereld. Aangenomen wordt dat de toename niet te wijten is aan een wijziging in het genetisch patrimonium van de mens, omdat de trend zich veel te snel doorzet.
...

In België is nagenoeg één vierde van de bevolking allergisch voor een of andere stof. Dat aantal neemt jaarlijks toe, vooral bij kinderen. De stijgende trend wordt wereldwijd vastgesteld, zowel in ontwikkelde als in ontwikkelingsgebieden, maar is het meest spectaculair in de geïndustrialiseerde wereld. Aangenomen wordt dat de toename niet te wijten is aan een wijziging in het genetisch patrimonium van de mens, omdat de trend zich veel te snel doorzet. In de jongste twee, drie decennia is de concentratie aan pollen in de lucht opvallend toegenomen. Dat leidt men af uit de pollentellingen van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid Louis Pasteur. In verschillende andere West-Europese landen stelt men een gelijkaardige trend vast. Onderzoek leert dat het de boompollen zijn die in aantal toenemen, terwijl graspollen eerder verminderen en onkruidpollen vrijwel stabiel blijven. Dat er vandaag minder graspollen in de lucht hangen dan pakweg twintig jaar geleden, zou een rechtstreeks gevolg zijn van de steeds kleiner wordende oppervlakte aan hooilandschap en braakliggende grasweilanden. Dat er echter steeds meer boompollen in de lucht zweven, heeft mogelijk te maken met de toename van het aantal anemofiele bomen (dat zijn alle bomen die hun stuifmeel via de wind verspreiden). Niet dat die bomen geteld worden, maar kadastergegevens geven wel een idee over de oppervlakte die door bomen en struiken wordt ingenomen. En daaruit kan men een toename afleiden. Een andere mogelijke verklaring voor de overvloed aan boompollen is dat de bomen zelf in de afgelopen jaren steeds meer pollen produceren. De productie van boompollen kent een cyclisch verloop, maar zo'n cyclus zou ten minste tien jaar moeten overspannen om de toename in boompollen te verklaren. Dat laatste is weinig waarschijnlijk. De cyclus van de populaire berk bijvoorbeeld duurt ongeveer twee jaar. In Groot-Brittannië noteerde men op amper dertig jaar tijd (1971 tot 1990) een verdriedubbeling van het aantal berkenpollen. Onderzoekers schrijven dat toe aan de forse toename van het aantal berkenbomen, die in diezelfde periode heel populair werden om lanen en landschappen af te boorden. Of dat alleen de stijgende trend in boompollen kan verklaren, is niet zeker. Volgens sommigen speelt ook de luchtvervuiling een rol. Pollen ondergaan veranderingen onder invloed van polluenten in de lucht, waardoor ze minder vruchtbaar zijn. Misschien reageren de bomen hierop met een extra pollenproductie, als verdedigingsreactie om hun soort in stand te houden. Het lijkt logisch, maar tot nog toe ontbreken hiervoor de wetenschappelijke bewijzen. Zeker is dat de toename van het aantal boompollen in de lucht mee verantwoordelijk is voor het stijgend aantal allergische aandoeningen in de afgelopen jaren. Terwijl men enkele decennia geleden tegenover tien mensen met een allergie aan graspollen slechts twee mensen met een boompollenallergie aantrof, is die verhouding nu sterk gewijzigd. Tegenover tien graspollenallergielijders staan vandaag zes mensen met een boompollenallergie. Marleen Finoulst