Een niet onbelangrijk onderdeel van de staatshervorming is fiscaal getint. Hoe meer bevoegdheden aan de gemeenschappen en de gewesten worden overgedragen, hoe meer financiële middelen er immers nodig zijn voor ieders eigen huishouden. De terbeschikkingstelling van die middelen gebeurt onder meer door het invoeren van zogenaamde gewestelijke en gemeenschapsbelastingen. Dat zijn belastingen die oorspronkelijk federaal waren, maar bij de voortschrijdende staatshervorming een regionaal karakter kregen toebedeeld.
...

Een niet onbelangrijk onderdeel van de staatshervorming is fiscaal getint. Hoe meer bevoegdheden aan de gemeenschappen en de gewesten worden overgedragen, hoe meer financiële middelen er immers nodig zijn voor ieders eigen huishouden. De terbeschikkingstelling van die middelen gebeurt onder meer door het invoeren van zogenaamde gewestelijke en gemeenschapsbelastingen. Dat zijn belastingen die oorspronkelijk federaal waren, maar bij de voortschrijdende staatshervorming een regionaal karakter kregen toebedeeld. Zo is het kijk- en luistergeld al jaren een gemeenschapsbelasting. De onroerende voorheffing is dan weer een voorbeeld van een gewestelijke belasting. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de successierechten, de verkeersbelasting, de registratierechten op de verkoop van onroerende goederen, enzovoort. Zo zijn de verschillende gewesten al lang bevoegd om bijvoorbeeld de aanslagvoet en de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en van de successierechten zelf te regelen. Van die bevoegdheid is overigens al uitvoerig gebruik gemaakt. Het gevolg is dat er momenteel op het gebied van de onroerende voorheffing al belangrijke verschilpunten bestaan, naargelang men zich bevindt in het Vlaams, Waals of Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hetzelfde geldt op het gebied van de successierechten. In het Vlaams Gewest erven ongehuwd samenwonenden onder bepaalde voorwaarden tegen dezelfde gunstige tarieven als gehuwden, terwijl ongehuwd samenwonenden in de twee andere gewesten op het gebied van de successierechten nog steeds als vreemden worden beschouwd en belast. Op het gebied van de vererving van bedrijven hebben de drie gewesten in de voorbije jaren ieder voor zich regels uitgevaardigd, met sterk uiteenlopende voorwaarden en modaliteiten. Het Vlaams Gewest is ook hier koploper met een tarief dat _ weliswaar onder strenge voorwaarden _ herleid is tot welgeteld nul procent. Naar aanleiding van het Lambermont-akkoord, dat intussen definitief in wetteksten is gegoten, zijn immers ook talrijke wijzigingen aangebracht aan het stelsel van de gewestelijke en gemeenschapsbelastingen. Zo is het kijk- en luistergeld vanaf volgend jaar geen gemeenschapsbelasting meer. Neen, kijk- en luistergeld zal het karakter van een gewestelijke belasting hebben, waarvan het tarief vrij door de verschillende gewesten kan worden ingevuld. Het Vlaams Gewest heeft al laten weten dat het dit tarief zal verlagen naar nul procent.Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bevoegdheden van de gewesten drastisch uit te breiden. Vanaf begin volgend jaar zijn zij bevoegd om ten aanzien van alle gewestelijke belastingen het tarief, de vrijstellingen én de heffingsgrondslag vast te stellen.Het laat zich raden dat de gewesten niet zullen aarzelen om van die nieuwe bevoegdheden gebruik te maken om bijvoorbeeld ook ten aanzien van de schenkingsrechten eigen regels en tarieven uit te vaardigen.Voor de successierechten geldt tot nog toe dat de belasting wordt gelokaliseerd, daar waar de nalatenschap openvalt. In de nieuwe regeling zal dat niet anders zijn. Maar tegelijk is in een soort anti-ontwijkingsmechanisme voorzien. Stel bijvoorbeeld dat een rijksinwoner A die zijn fiscale woonplaats heeft in gewest X, zijn einde voelt naderen, en daarom vlug verhuist naar gewest Y waar de successierechten voordeliger zijn. In de bestaande regeling zullen dan de regels van gewest Y van toepassing zijn. Vanaf volgend jaar is dat niet noodzakelijk meer het geval. De wetgever heeft nu immers uitdrukkelijk een regeling uitgewerkt voor het geval iemand in de vijf jaar vóór zijn overlijden achtereenvolgens meerdere woonplaatsen in België heeft. De successierechten zullen dan worden gelokaliseerd in het gewest waar hij in diezelfde periode het langst was gevestigd.Dezelfde regels zullen ook gelden voor de schenkingrechten. Vlug even verhuizen om in een ander gewest van lagere schenkingsrechten te kunnen genieten (in de veronderstelling dat de gewesten straks uiteenlopende tarieven zullen hanteren), zal dus ook niet kunnen. Jan Van DyckDe auteur is advocaat bij Dauginet & co. en hoofdredacteur van Fiscoloog.Op het gebied van de successierechten is het Vlaams Gewest koploper.