Een paar jaar internationale ervaring is altijd een pluspunt op een cv, zeker voor jonge kaderleden. Toch zijn niet alle Belgen even enthousiast om een tijdje in het buitenland te werken. Hulpmiddelen of incentives zijn altijd welkom en het Prins Albertfonds (PAF) is daar één van. Goed twintig jaar geleden opgericht, steunde het al meer dan 200 jonge professionals met een beurs die hen toeliet gedurende één jaar een stage te volgen bij een Belgisch bedrijf in het buitenland. Sinds 2001 reserveert het fonds 50 % van zijn beurzen voor stages in China en India.
...

Een paar jaar internationale ervaring is altijd een pluspunt op een cv, zeker voor jonge kaderleden. Toch zijn niet alle Belgen even enthousiast om een tijdje in het buitenland te werken. Hulpmiddelen of incentives zijn altijd welkom en het Prins Albertfonds (PAF) is daar één van. Goed twintig jaar geleden opgericht, steunde het al meer dan 200 jonge professionals met een beurs die hen toeliet gedurende één jaar een stage te volgen bij een Belgisch bedrijf in het buitenland. Sinds 2001 reserveert het fonds 50 % van zijn beurzen voor stages in China en India. Onlangs voerde het PAF bij een groep jongeren een enquête uit over de bekendheid en het imago van het Prins Albertfonds. Daarnaast werd aandacht besteed aan de reden waarom jongeren voor een internationale carrière kiezen. "Een aanleiding voor het onderzoek was dat het aantal kandidaturen voor een beurs van het PAF de jongste jaren gestadig afneemt," zegt Vera Billen, projectverantwoordelijke bij de Koning Boudewijnstichting, afdeling Centrum voor Filantropie. Daar beheert ze een aantal fondsen, zoals het Prins Albertfonds. "We hebben 2475 respondenten telefonisch gecontacteerd. 325 beantwoordden aan het gewenste profiel, zoals een leeftijd tussen 24 en 30 jaar en een universitaire scholing."Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van de jonge universitairen positief staat tegenover een loopbaan in het buitenland. Belangrijk is wel dat een internationale opdracht aan een aantal belangrijke voorwaarden moet voldoen. Zo zijn een interessante jobinhoud (73 %) en goede opvang voor het gezin belangrijk (27 %). Als jongeren er dan toch niet voor kiezen om de stap naar het buitenland te zetten, is het omdat ze de band met het thuisfront niet willen opzeggen (68 %). Familiale omstandigheden maken het moeilijk voor gezinnen met kinderen om in het buitenland te werken. Opvallend aan het onderzoek is ook dat Franstaligen kiezen voor Franstalige landen zoals Frankrijk of Canada. Voor Vlamingen komt Nederland op de derde plaats na Frankrijk en Spanje. Een van de interessantste elementen van de enquête heeft te maken met de mate waarin jonge universitairen effectief steun zoeken bij een instantie zoals het Prins Albertfonds om een internationale stage te volgen. 98 % kent op zijn minst één instelling die stages organiseert, maar slechts 42 % heeft informatie over zo'n stage ingewonnen en 21 % heeft effectief zijn kandidatuur ingediend. Meer dan 90 % van de jonge universitairen die ooit via een instantie naar het buitenland vertrok, deed dat al tijdens de studies. Vera Billen: "De respondenten zijn niet echt vertrouwd met initiatieven zoals het PAF. 70 % van alle geïnteresseerde jonge universitairen kent het PAF helemaal niet. Maar het spreekt wel vier op de tien universitairen aan. We hebben natuurlijk het imago van een relatief traditionele instelling met een moeilijke selectieperiode. Ik denk dat we hieraan moeten werken zonder afbreuk te doen aan onze kwaliteitseisen. We moeten ook duidelijk maken dat een stage via het PAF geen tijdelijk project is."Zo beklemtoont Billen dat de PAF-stagiairs, nu hun stagejaar, nog een aantal jaren als werknemer in dienst treden bij hun vroegere stagebedrijf. "En het legt de basis van een latere carrière.""Ik was 24 toen ik in 1993 als handelsingenieur via het Prins Albertfonds een stage kon volgen in China," vertelt Olivier Verstraete, die nu een importbedrijf leidt dat nauwe banden onderhoudt met het Verre Oosten. "Ik kan wel zeggen dat de stage voor mij een keerpunt was. Ik ging er aan de slag bij Dredging International en meer specifiek bij het zusterbedrijf Ipem (International Port Engineering & Management). Dat is een investeringsfirma die participaties zoekt in haven- en waterbouwkundige projecten. Ik moest de activiteiten van Ipem in Azië verder ontwikkelen en werkte toen vanuit Hongkong."Verstraete moest de haveninfrastructuur analyseren en het belang van de havens nagaan. Hij moest daarvoor een uitgebreid netwerk van contacten opbouwen met de overheid, financiers en investeerders. Verstraete: "Het opbouwen van een netwerk is toch een van de belangrijkste vaardigheden die je opdoet wanneer je aan zo'n internationale stage deelneemt. Je leert onderhandelen, legt contacten."Hetzelfde verhaal horen we bij Koen Bouckaert, momenteel Strategy & Business development director bij het West-Vlaamse Alpro. "Via het Prins Albertfonds werkte ik tussen 1993 en 1995 in Chili voor Packo, een verwerker van roestvrij staal tot installaties voor onder andere de melk- en farma-industrie. Ik was een soort van Belgische ambassadeur die een joint venture moest implementeren en verder uitbouwen met de lokale distributiepartner TPI. Ik moest verschillende culturen samenbrengen. Niet gemakkelijk. Je moet goede contacten leggen met plaatselijke verantwoordelijken en een eigen netwerk opbouwen."Het bleek niet makkelijk om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. De klassieke cultuurschok bleef niet uit. Bouckaert kwam snel in conflict met het plaatselijke management. Klanten eisen stipte dienstverlening, terwijl de Chilenen ervan uitgingen dat het mañana ook wel zou gaan. Bouckaert: "Dat werd niet aanvaard en een deel van het lokale management werd ontslagen. Daarna ging het beter. Ondertussen had ik geleerd om te werken in een ongestructureerde omgeving en om verantwoordelijkheid te nemen." De ervaring van de PAF-bursalen sluit dicht aan bij het high potential-beleid dat sommige bedrijven voeren. Om te zien wat een beloftevolle medewerker echt in zijn mars heeft, wordt hij op een buitenlandse opdracht gezet. Dat is ook het advies van human-resourcesconsultants: iemand een paar jaar een turnaround laten doorvoeren en leren om in het buitenland een netwerk van zakenpartners op te bouwen is een cruciaal onderdeel van het beleid voor de goudhaantjes. Bovendien doet de jonge witte raaf ook nuttige en concrete bedrijfservaring op. Koen Bouckaert: "Ik heb in Chili geleerd wat de wereld van business development precies inhoudt. Ik heb die expertise goed kunnen gebruiken, want ik was daarna acht tot negen jaar actief in de wereld van managementconsultancy. Nu houd ik me bij Alpro ook bezig met business development en ik probeer partnerships op Europees vlak af te sluiten."Voor Olivier Verstraete zijn het duidelijk de internationale contacten die aan de basis hebben gelegen van zijn huidige job. Met B&O International Connections leidt hij zijn eigen internationale tradingfirma. "Momenteel importeer ik vanuit China allerlei producten die gebruikt worden voor promotionele doeleinden. Ik importeer ook antiek en kunstvoorwerpen."Het is opvallend dat de bursalen op een of andere manier een band hebben met het land of het bedrijf waar ze hun stage gelopen hebben. Ze onderhouden er commerciële contacten of zijn er nog actief. Zo was Hans De Staercke, nu CEO van Stow International in België, tot begin 2005 actief in de Poolse vestiging waar hij ook stage had gelopen. "Mijn stageperiode liep van eind 1999 tot eind 2000," vertelt hij. "Na een korte opleiding in België, een intensieve cursus Pools en een bezoek aan de Tsjechische vestiging, trok ik met mijn gezin naar Warschau om er een filiaal van Stow te ontwikkelen. Stow ontwikkelt op maat gemaakte oplossingen voor de opslag van goederen. Ik moest er vaak opboksen tegen een bureaucratische muur, maar uiteindelijk slaagde ik er toch in een filiaal met negen medewerkers uit de grond te stampen."Met de oprichting van Stow Polska was zijn opdracht als stagiair vervuld, maar De Staercke was niet echt van plan om naar België terug te keren. "Ik stelde een bedrijfsplan met het budget voor het tweede jaar op en concentreerde me op de uitbouw van het marktaandeel." Vorig jaar realiseerde Stow Polska met vijftien medewerkers een omzet van meer dan 9 miljoen euro. Bovendien is het een van de meest winstgevende filialen van de Stow Groep. Dat Hans De Staerkce in Polen bleef, was een bewuste keuze. Ook zijn echtgenote en kinderen waren vragende partij. Maar voor meer en meer jonge kaders is dat niet zo'n evidente keuze. Sommigen zijn getrouwd of hebben op zijn minst een partner die ook werkt. Dat was bijvoorbeeld het geval voor Jasmine De Clerck, die net een stage achter de rug heeft. "Ik woon al enkele jaren samen met mijn significant other in Brussel," zegt ze. "Het was ook logisch om na een jaar stage terug te keren." De belangrijkste bijdrage tot haar carrièrepad was ongetwijfeld de internationale ervaring. "En het was sowieso mijn droom om in Azië te werken." Toen ze zich inschreef voor het Prins Albertfonds, koos De Clerck voor China. Na haar selectie heeft ze diverse bedrijven gecontacteerd. Het bedrijf waar ze uiteindelijk haar stage heeft gevolgd, had net zijn eerste ervaring met IT-sourcing uit India achter de rug. "Ik had al softwareontwikkelingen uitgevoerd met een bedrijf in Bangalore, vandaar hun interesse in mijn cv en mijn beslissing om de stage in India uit te oefenen. Ik werk momenteel in een operationele rol voor een Amerikaans bedrijf die sourcing advisory-diensten levert aan internationale bedrijven. Die diensten oriënteren zich op IT, finance & accounting, human resources en procurement. Mijn rekruteerders zijn van Britse en Amerikaanse afkomst. PAF kenden ze dus niet, maar de deelname aan het programma vonden ze wel indrukwekkend. Het heeft dus zeker een positieve invloed gehad op mijn verdere carrière. Binnen een PAF-programma leer je je ook goed uit de slag slaan. De overstap naar een bedrijf in start-upfase was daardoor veel gemakkelijker." "De stage was een katalysator voor mijn carrière," is een veelgehoorde opmerking bij de gewezen PAF-stagiairs. Als ze al niet in dezelfde sector actief blijven, dan zijn ze op zijn minst in een gelijkaardige functie bezig. Zoals Valérie Busquin, die nu met MarkQuest een consultancybureau in de marketingsector leidt. De basis voor dat bedrijfje heeft ze goed tien jaar geleden gelegd met een stage voor Agfa-Gevaert in Japan. "Ik werkte er op de marketingafdeling van de afdeling Graphic Systems. Dat was in het filiaal in Tokyo," herinnert ze zich. "Wel heb ik eerst in onder andere de zetel in Mortsel een opleiding moeten volgen."Haar ervaring in het lanceren van nieuwe producten voor een internationale markt heeft ze later nog kunnen gebruiken bij Procter & Gamble, voor ze haar eigen bedrijf begon. Valérie Busquin: "Ik leerde ook hoe je producten op een wereldwijde markt moet lanceren, waarbij je rekening probeert te houden met de cultuurverschillen van de consumenten. En ik legde via de beurs ook internationale contacten. Maar je mag niet vergeten dat ook het Prins Albertfonds op zich een interessant netwerk is. Je bevindt je immers in een pool van jonge Belgische kaderleden die stuk voor stuk al wat internationale ervaring hebben opgedaan. Zoveel zijn er niet en je loopt elkaar wel geregeld tegen het lijf."Alain MoutonHet Prins Albertfonds reserveert de helft van zijn beurzen voor stages in China en India.