Het STAM vertelt het verhaal van Gent telkens vanuit nieuwe invalshoeken. Op zijn nieuwe tentoonstelling richt het Gentse stadsmuseum de blik naar de ondergrond: het onderaardse netwerk van rioolbuizen, nutskabels, begraafplaatsen, parkeergarages, schuilkelders, metrogangen, tunnels, kerkers en funderingen die een soort parallelle wereld vormen. Het uitgangspunt is interessant: we verstoppen zo veel onder onze straten en huizen dat we zouden vergeten hoe dichtbevolkt onze bodem is. In Vlaanderen alleen al ligt naar schatting zo'n 500.000 kilometer aan kabels onder de grond voor water, gas, elektriciteit en telecommunicatie. Er ligt letterlijk een stad onder de stad.

Enkel door die ondergrondse infrastructuur kan de bovengrondse stad efficiënt functioneren. Bovendien lost die een groot probleem op: bovengronds plaatsgebrek. Doordat steden zich ingraven - en daarbij op hun eigen fundamenten of geschiedenis stoten - is stedelijke inbreiding mogelijk. De expo put uit nostalgische verhalen over rattenvangers en oorlogsschuilkelders, maar heeft ook knappe archeologische objecten bij elkaar gebracht. Zo staat op de onderkant van de grafsteen van Vulferus, gestorven in Gent in 1013, de volgende tekst: "Als je mij ook ziet, laat me dan met rust."

Ondergronds in de stad, van 22 november tot 22 september in het STAM in Gent