Veel geblaat en weinig wol. Dat vinden vele mensen tegenwoordig van de crisis. Ze zuchten als het onderwerp weer ter sprake komt, willen het woord niet meer horen. En denken dat de crisis achter hen ligt. Vele werknemers werden ontslagen en ondervinden serieuze financiële en emotionele problemen. Maar voor nog meer mensen ging een van de ergste crisissen uit de geschiedenis tot nu toe rimpelloos voorbij.
...

Veel geblaat en weinig wol. Dat vinden vele mensen tegenwoordig van de crisis. Ze zuchten als het onderwerp weer ter sprake komt, willen het woord niet meer horen. En denken dat de crisis achter hen ligt. Vele werknemers werden ontslagen en ondervinden serieuze financiële en emotionele problemen. Maar voor nog meer mensen ging een van de ergste crisissen uit de geschiedenis tot nu toe rimpelloos voorbij. Dreigende ontslagen werden opgevangen door vormen van tijdelijke werkloosheid, brugpensioenen en het niet vervangen van gepensioneerden. De lonen bleven op peil via de automatische loonindexering, er was geen schaarste aan olie zoals in de jaren zeventig en de massabetogingen bleven uit. Waren de Belgische banken niet in ernstige problemen verzeild geraakt, dan was de crisis voor behoorlijk wat volk een ver-van-mijn-bedshow. Dat zal echter niet zo blijven. De crisis is nog steeds in ons gezelschap. Financiële spelers wereldwijd waren de eersten om de klappen te incasseren. Zij zijn ook de eersten om uit het dal te kruipen. Maar bij duizenden kmo's en zelfstandigen belt de crisis nog maar net aan. Op het terrein sneuvelen steeds meer ondernemers. Onder hen ondernemers in volle herstructurering maar evengoed ook ondernemers die zich tot nu geen fluit hebben aangetrokken van de crisis. Tal van managers dachten door lineair te snoeien in het personeel de oplossing te hebben gevonden. Maar zoveel ondernemingen merken nu dat dit niet de oplossing is. Less is niet altijd more. Hetzelfde werk doen met minder volk kan enkele dagen, niet jaren indien de kwaliteit op peil moet blijven. In personeelsbestanden knippen levert dus geen toegevoegde waarde op als ook niet de strategie van het bedrijf ter discussie wordt gesteld. En daar schort het probleem. Belgische ondernemers werken graag op het buikgevoel. In een land van familiale kmo's worden moderne managementtechnieken meewarig bekeken. Vele bedrijven hebben getracht de crisis te trotseren door te wachten tot alles weer beter gaat. Wie ingreep, deed vaak aan spreadsheet-saneren. Zoeken naar de hoogste kostenposten in de Excel-sheet om daar 10 procent af te romen. Simpel te realiseren natuurlijk, maar behoorlijk naïef. China en de rest van de economische groeilanden zitten echt niet te wachten op een Belgische kmo die de wereldwijde veranderingen tracht op te vangen met wat snoeiwerk in zijn personeel. Deze crisis vraagt ondernemers strategisch na te denken. Hoe simpel dat ook klinkt, de meerderheid van de Vlaamse kmo'ers heeft nog nooit een strategisch plan op tafel gelegd. Wat is de business van de onderneming? Wat zijn de doelstellingen en hoe verloopt de weg naar die doelstellingen? Hoe zich positioneren ten opzichte van concurrenten? Hoe groeien? Door overnames - er zijn vandaag koopjes te doen -, of eerder met nieuwe producten? Die strategie moet vandaag bepaald worden. Het schrijven van een strategisch plan gebeurt niet aan de keukentafel. Wie ambitieus is, betrekt externe specialisten bij zijn onderneming. In de raad van bestuur bijvoorbeeld. Onafhankelijke bestuursleden kunnen via hun kennis of netwerk net dat zetje geven om op een bepaald domein door te breken. De economische verhoudingen veranderen. Interessante afzetmarkten en lagelonenlanden van vandaag zijn dat morgen misschien niet meer. Alleen kan een ondernemer niet meer al deze evoluties opvolgen. Het juiste talent aantrekken, is dan ook de grote uitdaging. De 'war for talent' is niet gestreden. Goed personeel wordt schaars. Het is nu meer dan ooit het moment om mensen die het verschil maken, aan boord te houden of aan te trekken. Niet alleen bij de leidinggevenden maar ook op de arbeidsvloer. Gekwalificeerd personeel vinden is nu al voor vele bedrijven een probleem. De overheid en het onderwijs daarvoor met de vinger wijzen is misschien wel gedeeltelijk terecht, maar helpt niemand vooruit. Dus is investeren in opleidingen een must. Bovenstaande vaststellingen zijn voor vele ondernemers open deuren die worden ingetrapt. Maar in minstens evenveel Belgische bedrijven is nog geen enkele van deze deuren ooit geopend. De Belgische bedrijfsleider heeft het altijd graag alleen of met zijn familie gedaan en dreigt daarom achter te blijven onder zijn kerktoren. Een studie van Dexia toonde aan dat 63 procent van de kmo-bazen zijn bedrijf in de familie wil houden. In leven houden zou al mooi zijn. Niet alleen voor hen, maar ook voor de 2,6 miljoen Belgen die voor deze ondernemers werken. DE AUTEUR IS HOOFDREDACTEUR. An GoovaertsBij duizenden kmo's en zelfstandigen belt de crisis nog maar net aan.