In de meer dan verdienstelijke Blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem wordt ook een lans gebroken om het fiscaal stelsel te vereenvoudigen en het aantal fiscale koterijen te verminderen. Hij wil in de belastingaangifte, die doorheen de jaren is uitgegroeid tot een 800-koppig monster, één op de vier codes schrappen. In de eerste plaats de koterijen die minder dan 0,01 procent van de belastingplichtigen gebruikt. Er is er ondertussen nog eentje bij gekomen. Voor sporters nog wel. Maar, o ironie, dat zal hooguit ten goede komen aan een 'Contador-percentage' van de belastingplichtigen.
...

In de meer dan verdienstelijke Blauwdruk voor een bredere fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem wordt ook een lans gebroken om het fiscaal stelsel te vereenvoudigen en het aantal fiscale koterijen te verminderen. Hij wil in de belastingaangifte, die doorheen de jaren is uitgegroeid tot een 800-koppig monster, één op de vier codes schrappen. In de eerste plaats de koterijen die minder dan 0,01 procent van de belastingplichtigen gebruikt. Er is er ondertussen nog eentje bij gekomen. Voor sporters nog wel. Maar, o ironie, dat zal hooguit ten goede komen aan een 'Contador-percentage' van de belastingplichtigen. Toen vorig jaar op de Olympische Spelen van Tokio enkele landgenoten puike prestaties leverden en in de media de loodzware Belgische belastingdruk op winstpremies aan de orde kwam, stak de waan van de dag zijn kop op. Er moest voor die heldenprestaties een uitzonderingsregime komen. Dat is er nu. Premies voor atleten op Olympische of Paralympische Spelen, op wereld- of Europese kampioenschappen worden voortaan gunstig belast. De eerste schijf van 50.000 euro ongeveer is niet langer belastbaar als beroepsinkomen tegen 50 procent, maar wordt beschouwd als een divers inkomen belastbaar tegen een gunsttarief van 16,5 procent. Die koterij roept bedenkingen op. Normaal worden nieuwe belastingmaatregelen van kracht voor inkomsten van het jaar waarin een nieuwe wet werd goedgekeurd. Er is een fundamenteel principe dat belastingen niet retroactief worden ingevoerd. Deze wet doet dat wel. Ze is er sinds 2022, maar is al van toepassing op de inkomsten van 2021. Blijkbaar kan en wil de politiek voor gemediatiseerde situaties altijd iets meer. De creativiteit die men aan de dag legt bij iedere nieuwe fiscale regel blijft mij ook na 35 jaar nog vaak verbazen. Een van de basisregels van ons systeem van inkomstenbelastingen is dat wie het belastbaar inkomen betaalt, niet relevant is voor de fiscale behandeling bij de genieter. Toen Albert Tiberghien zijn eerste stappen in de advocatuur zette, werd zijn secretaresse betaald door zijn vermogende tante. Of nu Tiberghien zelf, dan wel de tante het salaris betaalde, had geen invloed op de belasting van de secretaresse. Die bleef dezelfde. Maar wat zien we hier? Enkel voor de premies die worden toegekend door nationale of internationale sportfederaties en door Belgische of vreemde openbare machten, geldt het voordeeltarief. Premies betaald door privépersonen en -ondernemingen worden belast tegen de volle pot. Een zeer vreemd resultaat: eenzelfde prestatie, eenzelfde bedrag, eenzelfde erkenning, maar een ander belastingtarief in functie van wie de premie betaalt. Dat leidt tot een verschil van bijna 40 procent belastingen. De lijst van de instellingen en de organisaties die een voorkeursbehandeling krijgen, roept grondwettelijke vragen op. Sinds jaar en dag is sport een geregionaliseerde bevoegdheid. De Belgische vlag mag dan wel wapperen als iemand op het podium staat, de eer komt volledig toe aan de deelstaten. Zij hebben in een confederale structuur de aanloop naar het succes gefinancierd en gefaciliteerd. Zij stellen ook heel wat deelnemers aan de Spelen te werk. In bijna alle sporten is de regionale sportfederatie de spin in het web van het succes. Niet voor niets kopte De Tijd vorig jaar dat het Vlaamse turnfabriekje van de Vlaamse Turnliga en Sport Vlaanderen het goud van Nina Derwael had gemaakt. Maar wat blijkt nu, als die regionale sportfederatie een premie wil geven aan haar atleten, dan zal het tegen de volle pot belast worden. Het paard dat de haver verdient, krijgt het niet. Federale loyauteit kan men dat moeilijk noemen. Of deze nieuwe regeling de toets van het Grondwettelijk Hof zal doorstaan, is zeer de vraag.