SPOORBAZIN Sophie Dutordoir klaagt terecht over een gebrek aan visie op mobiliteit bij de beleidsmakers. Dat uit zich onder meer in het uitblijven van een nieuwe beheersovereenkomst voor de NMBS. De spoorwegoperator wacht al sinds 2012 op een nieuw contract met de overheid. Het toekomstperspectief waarmee Dutordoir het overheidsbedrijf op het spoor moet houden, is meer dan tien jaar oud.

In de wetenschap dat competitie in een vrijgemaakte Europese reizigersmarkt steeds dichterbij komt, is dat pure struisvogelpolitiek. De regering-Michel legde wel een fors besparingsregime op aan de spoorwegoperator, maar er is nauwelijks een visie over de rol van het openbaar vervoer in een wijzigend mobiliteitslandschap. Tien jaar geleden was er van opkomende fenomenen als deelfietsen, deeltaxi's en mobility as a service geen sprake.

Tussen 2013 en 2018 zag de NMBS de binnenlandse reizigersaantallen stijgen van 223 miljoen naar 243,9 miljoen. Die tendens werd in de eerste helft van dit jaar bevestigd: het spoorbedrijf vervoerde ruim 4 procent meer treinreizigers dan in de eerste helft van vorig jaar. Operationeel schrijft de spoorwegoperator bovendien weer zwarte cijfers, al blijft de historische schuldenberg groot.

De reizigers blijven intussen ontevreden door de vertragingen, verouderd materieel en stakingen. In de spits is er te weinig plaats, buiten de spits zijn de treinen leeg.

In die context moet Dutordoir met de machtige spoorbonden onderhandelen over een nieuwe cao. Ongetwijfeld leidt dat weer tot syndicaal spierballengerol. De verleiding om de spoorwegoperator te herleiden tot een verspilling van belastinggeld zal de komende maanden groot zijn. Nochtans is het voor de volgende regering een prioriteit om te bepalen wat ze juist verwacht van een spoorwegoperator.