Flip Vuijsje, Niet zeuren, maar managen - Waarom leidinggeven zo belangrijk is. Spectrum, 139 blz., 13,95 euro.
...

Flip Vuijsje, Niet zeuren, maar managen - Waarom leidinggeven zo belangrijk is. Spectrum, 139 blz., 13,95 euro.Op een veemarkt in Engeland kon iedereen het gewicht van een tentoongestelde os raden. De wetenschapper Francis Galton verzamelde de gissingen van alle 787 deelnemers en berekende het gemiddelde: 1197 pond. Het echte gewicht: 1198 pond. Ironisch genoeg had Galton dat experiment georganiseerd om te bewijzen dat de overgrote meerderheid van de mensen aartsdom is. Zijn proef toonde precies het omgekeerde aan: het gemiddelde inzicht van de massa is bijna perfect. Kortom, velen weten méér dan weinigen. Samenwerking en overleg zijn dan ook geen overbodige luxe. Het voorbeeld komt uit The Wisdom of Crowds, het eerste boek van James Surowiecki, redacteur bij The New Yorker. Intelligent groepsgedrag komt echter alleen tot uiting als de leden onafhankelijk van elkaar kunnen denken, gissen en zoeken. Als er te veel beïnvloeding is, is de kans groot dat er leiders en volgers ontstaan. Dan doemt de domme kudde op in plaats van de schrandere massa. De bevindingen in The Wisdom of Crowds vormen een (dunne maar doorslaggevende) rode draad in Niet zeuren, maar managen van Flip Vuijsje. De voormalige hoofdredacteur van het Nederlandse carrièreweekblad Intermediair hamert zwaar op de these die we kunnen distilleren uit de volgende opmerking: "En ook de wetten van logica en statistiek helpen duidelijk maken waarom leiders, bazen of chefs - hoezeer begiftigd ze als individu ook mogen zijn - in hun eentje meestal besluiten nemen die slechter uitpakken dan een besluit waarover ook nog (veel) anderen zouden zijn geraadpleegd." Prompt waarschuwt Vuijsje wel dat het raadplegen van "ieders onafhankelijke, persoonlijke, eigenzinnige oordeel" wel moet gebeuren "nog voordat dit verwatert in een consensus die wordt ingegeven door de algemeen menselijke neiging om jezelf te conformeren aan datgene wat de meerderheid, de grootste mond of de chef vindt." Dat is dan ook het doel van Vuijsjes boek: hij toont dat management cruciaal is (neen, het is geen overbodige kostenpost) en trekt vervolgens op zoek naar tips, voorbeelden en inzichten voor leidinggevenden om zich te bewegen binnen het broze en brakke terrein tussen effectief overleg en laf kuddegedrag. Dat is een nooit ophoudende, moeilijke evenwichtsoefening die onontkoombaar is in de kenniseconomie. Vuijsje overlaadt zijn betoog niet met theorie, plukt tussendoor gul uit de columns die hij de jongste jaren schreef en vindt een harmonie tussen ironie en sérieux. Van het sarcasme à la Dilbert neemt hij bewust afstand. Blijft over: een boek dat leidinggevenden een spiegel wil voorhouden. Alle antwoorden vinden ze er niet, hoegenaamd niet, maar de bevindingen nodigen wel uit tot zelfonderzoek. Spiegeltje, doe ik het goed? Luc De Decker