Populair zal het FDF in Vlaanderen wel nooit worden. De partij wordt als extreem francofoon en zelfs anti-Vlaams gezien. Een formatie die Brussel maar wat graag zonder Nederlandstaligen ziet, en in de Rand de scherpste opstelling aanneemt. En dat alles wordt verpakt in een soort progressief discours, doorspekt van het begrip 'mensenrechten', wat in de praktijk vooral rechten voor de Franstaligen betekent. Over dat FDF, dit jaar een halve eeuw oud en in Brussel nog altijd een politieke factor van belang, is nu een geschiedenis gepubliceerd. FDF: 50 ans d'engagement politique leert dat de tijd van een extreme ca...

Populair zal het FDF in Vlaanderen wel nooit worden. De partij wordt als extreem francofoon en zelfs anti-Vlaams gezien. Een formatie die Brussel maar wat graag zonder Nederlandstaligen ziet, en in de Rand de scherpste opstelling aanneemt. En dat alles wordt verpakt in een soort progressief discours, doorspekt van het begrip 'mensenrechten', wat in de praktijk vooral rechten voor de Franstaligen betekent. Over dat FDF, dit jaar een halve eeuw oud en in Brussel nog altijd een politieke factor van belang, is nu een geschiedenis gepubliceerd. FDF: 50 ans d'engagement politique leert dat de tijd van een extreme campagne als 'Brüssel Vlaams, ça jamais' (met umlaut en gotische letters) al een tijdje tot het verleden behoort, maar het provocatieve is de partij nooit kwijtgeraakt. Het FDF is inherent aan de institutionele geschiedenis van dit land. Het was de reflex van een bepaalde Franstalige klasse die het moeilijk had met de democratisering en de Vlaamse emancipatie. Formeel gesproken werd het FDF op 11 mei 1964 boven de doopvont gehouden. Elf van de dertien stichtende leden zijn Walen, mensen die in Brussel studeerden en er bleven hangen. Ze hebben een verschillende academische achtergrond en weinig politieke ervaring. Auteur Vincent Dujardin stelt dat het FDF eigenlijk door toedoen van de Vlamingen gesticht werd. Er was de reactie op het vastleggen van de taalgrens begin jaren zestig en natuurlijk ook de commotie rond Leuven Vlaams. Een constante doorheen de FDF-geschiedenis is de spanning tussen de regionalisten en de communautaristen. Zij die de focus op Brussel leggen, en anderen die het zwaartepunt meer richting Franstalige solidariteit met de Walen plaatst. Die scheidingslijn bestaat tot op de dag van vandaag. Voorzitter Olivier Maingain, nu al bijna twee decennia aan het roer van zijn partij, is eerder een communautarist, terwijl Brussels minister Didier Gosuin meer een regionalist is. Het boek leert dat koning Boudewijn vrij negatief tegenover het FDF stond. Maar hij apprecieerde wel Lucien Outers, van wie hij dacht dat hij met creatievere oplossingen zou kunnen aankomen dan wat de traditionele partijen brouwden. Dat de partij haar vijftigste verjaardag heeft gehaald, is iets dat de stichters zelf nauwelijks durfden te hopen. Regelmatig heeft de partij zich moeten heruitvinden. Na de breuk met de MR in 2011 (FDF was sinds 1993 een kartelpartner) vreesde men voor de toekomst. Maar bij de recentste verkiezingen deed FDF het prima en wist de partij een stek in de Brusselse regering te bemachtigen. De onderdelen van het boek werden telkens door een andere academicus verzorgd. Het programma wordt bekeken, hoe de partij zich verhoudt tot de institutionele werkelijkheid, maar ook hoe de interne werking verloopt. Een globaal overzicht van de belangrijkste mandatarissen en een hoofdstuk met cartoons zijn het sluitstuk van het boek dat nu al als standaardwerk in de Belgische geschiedschrijving kan gelden. Vincent Dujardin en Vincent Delcorps (eds.), FDF. 50 ans d'engagement politique, Racine, 2014, 526 blz., 29,95 euro MICHAËL VANDAMME