Er wordt dezer dagen veel geschreven en verteld over het beleggingsjaar 2005. Wekelijks geeft een columnist zijn visie op het reilen en zeilen in de financiële wereld. Dus vroegen we naar hun mening over wat er dit jaar verwacht mag worden in de vorm van vijf stellingen.
...

Er wordt dezer dagen veel geschreven en verteld over het beleggingsjaar 2005. Wekelijks geeft een columnist zijn visie op het reilen en zeilen in de financiële wereld. Dus vroegen we naar hun mening over wat er dit jaar verwacht mag worden in de vorm van vijf stellingen. Geert Bakelants (Inside Beleggen) : 2005 wordt het jaar van sommige aandelen. We zien de (inter)nationale beursindexen vlak tot licht positief evolueren. Via gerichte aankopen van aandelen met een eigen groeidynamiek, los van wat de markten doen, zal 2005 voldoende kansen bieden om een meer dan behoorlijk rendement te behalen. Door studiewerk en een portie gezond verstand kan de stockpicker een bovengemiddelde return (meer dan 10 %) realiseren. Frank Boll (Ecofis, Rorento) : Nooit onmogelijk, wel zeer onwaarschijnlijk. Na de zeer indrukwekkende stijging van aandelen sinds eind 2002, begin 2003 (maar dit binnen een langere berentrend die begon in 1999-2000) is een dalende aandelencyclus waarschijnlijk in 2005. Euro-obligaties zijn dan te verkiezen boven euroaandelen, onder meer door de appreciatie van de euro de dalende groei en dalende inflatie in euroland, en de waarschijnlijke verlaging van de rente door de Europese Centrale Bank. Danny Van Quaethem (SG Bank De Martelaere) : Hierover spreek ik me met het grootste voorbehoud uit. Algemeen verwacht ik een moeilijk jaar voor aandelen door de zwakke dollar en de lage(re) economische groei. Obligaties : onvoorspelbaar. Blijf vanwege de zeer lage rente voorzichtig met lange looptijden. Cash : de waarde van cash blijkt vooral bij ernstige beurscorrecties. In afwachting moet men vooraf de 'opportuniteitskost' verrekenen. Beleggers hebben te veel oog voor deze opportuniteitskost (zeer lage rente) en te weinig voor de waarde van cash in tijden van uitzonderlijke koopgelegenheden (oktober 1998 of voorjaar 2003). Vastgoed : enkel voor de eigen woning, niet als belegging. Geert Bakelants : Het dalingspotentieel van de BEL20 is beperkt, maar vanaf het huidige niveau is een outperformance zoals in 2004 wellicht te hoog gegrepen. Koop niet de index, maar individuele aandelen die de prestatie van de nationale beursbarometer kunnen overtreffen. Feit blijft dat de koopopportuniteiten in de rest van Europa relatief toenemen. Frank Boll : Als de beurzen dalen, kan de BEL20 relatief meer dalen. Omdat de stijging van de BEL20 met meer dan 100 % sinds maart 2003 ook sterker was dan die van de andere Europese beurzen. Danny Van Quaethem : Op korte termijn vermoedelijk wel. Er zitten immers nauwelijks 'achterblijvers' in onze index, in tegenstelling tot de AEX. Bovendien treedt een versnelling in de koersen op en speelt het momentum een steeds grotere rol. Het geld stroomt nu eenmaal het vaakst naar de best presterende aandelen. De waardering blijft trouwens relatief aantrekkelijk in een internationale context, terwijl de omgevingsfactoren (economische groei, rente, dollar) eerder bepaald worden door de Europese context. We verleggen geleidelijk de aandacht naar andere markten (Frankfurt, Amsterdam), waar we misschien meer value kunnen vinden. Geert Bakelants : De economische groei zal inderdaad verzwakken, voldoende om de financiële markten geregeld te verontrusten. De belangrijkste opdracht bestaat erin om het consumentenvertrouwen op te vijzelen. Maar de hoge werkloosheidsgraad zal daarbij een niet te onderschatten obstakel zijn. Frank Boll : De economische groei in 2005 zal lager liggen dan in 2004. Of de groeidaling ook zo beperkt zal zijn als algemeen wordt verwacht, betwijfelen we. De kans op verrassingen aan de lagere kant lijkt me groter dan op die aan de hogere kant. Danny Van Quaethem : Akkoord onder voorbehoud, want schulden verdwijnen niet vanzelf. De gemiddelde consument, die in de VS zowat 70 % van het bruto nationaal product genereert, beschikt nauwelijks over reserves. Dat betekent nog niet dat een recessie op komst is, maar wel dat de economie erg kwetsbaar is voor schokken, zoals een versnelling van de dollardaling, een stijging van de lange rente in de VS, een nieuwe stijging van de olieprijs. We volgen de consensusvisie van een gematigde, eerder lage groei in 2005. Als de economie een omslag maakt, kan de recessie erger zijn dan men vermoedt. Reden : hoge schuldenlast bij de meeste consumenten, overconsumptie sinds vele jaren. Geert Bakelants : Zowel de trend als de fundamentals nopen ons helaas om dit te onderschrijven. De EUR/USD-evolutie verdient constante monitoring en evaluatie, maar zoals de zaken er nu voor staan, is 1,40 USD voor 1 EUR wellicht geen eindpunt. Het is raadzaam om bij de beleggingsbeslissingen hiermee rekening te houden. Frank Boll : Minstens. Waarschijnlijker is een dollarval tot voorbij 1,45 USD per EUR, het niveau dat overeenkomt met de historisch laagste dollarnotering in DEM-termen van begin 1995 of 1,35 DEM/USD. Danny Van Quaethem : Zeer goed mogelijk. Van de huidige stand (1,33 USD) tot 1,40 USD is amper 5,3 %. De voorbije maand bedroeg de beweging 8 %. 1,40 USD is niet het punt. Op dit ogenblik is de dollardaling de meest getelegrafeerde valutadaling aller tijden. De kans bestaat dat de dollar historische dieptepunten zal verkennen. Vergeet niet dat de USD op zeer lange termijn structureel daalt tegenover de JPY en de EUR. Hamvraag is hoe relevant zo'n daling is voor de Europese economie. Stilaan kan de omgekeerde argumentatie rijzen : Amerika (of financier Azië), de dollar is jullie probleem. Geert Bakelants : Door het wantrouwen tegenover USD-beleggingen zal de rentevergoeding in de VS die van Europa blijven overschrijden. De spread tussen beide mag als een risicopremie aangezien worden. Ofwel neemt de risicopremie nog toe, ofwel zakt de USD tegenover de andere wereldmunten verder weg. We vrezen dat het beide zal worden, waarbij de verzwakkende dollar zwaarder zal wegen. De opwaartse rentedruk is het grootst voor de VS, dat met een hogere inflatiedruk wordt geconfronteerd dan Europa. Structureel zal de rente relatief laag blijven. Rentevoeten van 9 % zoals in de beginjaren negentig zien we niet snel terug. Frank Boll : De euro-langerente kan verder dalen en/of laag blijven in 2005. Ook bij een pauze in de dalende trend van de lange termijn zal de stijging van de lange rente waarschijnlijk beperkt blijven. De trend van de lange rente in de VS om hoger te liggen dan die van de euro, kan aanhouden en toenemen. Maar een scherpe daling van de Amerikaanse aandelen en de Amerikaanse groei kan dat verschil grotendeels of misschien zelfs meer dan totaal terugdraaien. De schoolse rekenkunde dat de nominale lange rente gelijk zal zijn aan de trendmatige reële groei plus de trendmatige inflatie, zal het in de volgende jaren niet doen omdat we in een pre-overgangsfase zitten. In de overgangsfase zal de economie evolueren van schuldgedreven naar spaargedreven. Tijdens deze fasen met grote onevenwichten en waarschijnlijk zeer grote aanpassingen, zullen meerdere economische wetmatigheden het laten afweten. Danny Van Quaethem : De evolutie van de langetermijnrente is onvoorspelbaar. Je kan slechts kijken naar de trend en op relatief korte termijn extrapoleren. Niemand weet wat in het tweede semester 2005 zal gebeuren. Het renteverschil kan slechts oplopen als er een echte dollarcrisis komt en zover is het nog lang niet. De structurele zwakke punten van Europa (lage groei, hoge werkloosheid, begrotingstekorten) zijn onvoldoende om een te groot renteverschil te verantwoorden. Stephen Roach stelt overigens dat 'zonder de toevloed van buitenlands geld de lange rente in de VS 1 tot 1,5 % hoger zou staan'. ETIENNE LANGERWERFDe economische groei in 2005 zal lager liggen dan in 2004. De kans op verrassingen aan de lagere kant lijkt me groter dan op die aan de hogere kant. Structureel zal de rente relatief laag blijven. Rentevoeten van 9 % zoals in de beginjaren negentig zien we niet snel terug.