Of ik tot de typische Belgische design scene behoor?" Robin Delaere (34) twijfelt even en glimlacht dan breed. "Ik hoop van niet. Niet dat ik er iets tegen heb, maar ik geef liever geen oeverloze filosofische exposés over mijn ontwerpen. Ik zou het niet eens kunnen. Ik probeer gewoon meubelen te maken die kwalitatief zijn, fris ogen en goed verkopen. Moet ook, want ik ben zaakvoerder én ontwerper. Ik moet een evenwicht zien te vinden tussen het commerciële en de vernieuwing."
...

Of ik tot de typische Belgische design scene behoor?" Robin Delaere (34) twijfelt even en glimlacht dan breed. "Ik hoop van niet. Niet dat ik er iets tegen heb, maar ik geef liever geen oeverloze filosofische exposés over mijn ontwerpen. Ik zou het niet eens kunnen. Ik probeer gewoon meubelen te maken die kwalitatief zijn, fris ogen en goed verkopen. Moet ook, want ik ben zaakvoerder én ontwerper. Ik moet een evenwicht zien te vinden tussen het commerciële en de vernieuwing." Zijn broodnuchtere aanpak levert Delaere in ieder geval geen windeieren op. Vorig jaar kreeg hij tot zijn verbazing van het gerespecteerde Amerikaanse designblad ID Magazine de eerste prijs in de categorie Meubelen voor zijn kinderlijn Foamz (The Matthew Collection), vóór 800 andere inzendingen vanuit de hele wereld. Voor dezelfde lijn kreeg hij ook de Vitra Design Award in handen gestopt op de beurs Interieur 2004. "Het is leuk om die awards te krijgen, maar het betekent niet zoveel. Je krijgt er aandacht mee van de buitenwereld en de pers, dat is het belangrijkste. Voor de zomer van 2007 heb ik iets klaar waarmee ik wellicht opnieuw in de prijzen zal vallen: een eenvoudig, licht en compact strandmeubel, dat we voor een zeer democratische prijs op de markt kunnen brengen. Ik zou je er graag meer over vertellen, maar ik moet voorzichtig zijn. Ik wil het niet gekopieerd zien voor we er zelf mee op de markt komen." Het strandmeubel illustreert de missie van Some Furniture: eenvoudig en betaalbaar design maken. "Er zit duidelijk een lacune in deze sector: aan de ene kant heb je het supergoedkope, weinig kwalitatieve meubilair van de Gamma, aan de andere kant heb je topmerken zoals Dedon. Daartussenin zit er weinig of niets. Wat wij doen, is om die reden vrij uniek. Onze cataloog zou die van een topmerk kunnen zijn, maar we verkopen onze producten tegen democratische prijzen. Ik heb als ontwerper nooit affiniteit gehad met zeer elitaire spullen die ik zelf niet kan veroorloven. Mentaal kan ik dat niet vatten. Ik geniet er meer van als mensen uit mijn vriendenkring het ook kunnen kopen. Ik heb wel veel bewondering voor bijvoorbeeld Dedon, zeker voor hoe dat bedrijf zich vanuit het niets heeft opgewerkt, maar het laatste wat wij willen, is hen imiteren. Je moet altijd van je eigen sterkte vertrekken."Delaere belandde via een kleine omweg bij buitenmeubilair. Na zijn humanioraopleiding trok hij naar Los Angeles om er wetenschappen en grafisch ontwerp te studeren. De rijzige Kortrijkzaan belandde er via zijn hobby, basket. "Ik had toen al het idee dat ik in België een opleiding productontwikkeling zou volgen. Toen ik in 1998 afstudeerde in Antwerpen, kreeg ik een beurs van de Koning Boudewijnstichting. Daarmee heb ik een jaar voor het verlichtingsbedrijf Modular gewerkt. Ik ben daarna freelancedesigner geworden. Samen met ontwerper Clem Van Himbeeck heb ik toen veel voor Samsonite gewerkt. We wonnen met de Brani-riem in 2002 de Annual Design Award van ID Magazine, op een gedeelde eerste plaats met het ontwerpteam van Apple. We ontwierpen van alles, van beursstands tot wasmachines. Die jaren zijn heel belangrijk geweest, omdat ik op een zeer commerciële en economische manier heb leren denken. In de meubelsector krijg je carte blanche, terwijl je voor een bedrijf altijd moet voldoen aan een hele rist voorwaarden. Dat is een grote uitdaging, omdat je binnen die beperkingen nog altijd vernieuwend probeert te zijn." Zijn interesse voor buitenmeubelen kwam er bijna vanzelf. "Ik heb als freelancedesigner voor onder meer Extremis en Tribù gewerkt, twee andere Belgische bedrijven in buitenmeubelen. Het is een sector waar je meer speelruimte hebt. Bij het binnenmeubilair is de concurrentie verpletterend. Als ik naar de meubelbeurs in Keulen ga, vraag ik me af hoe ik in godsnaam nog iets nieuws moet brengen. Bij buitenmeubelen heb ik dat gevoel veel minder. Het is zeker niet makkelijker, maar het ligt me veel beter."Intussen heeft Delaere zijn handen vol. Eén jaar na het opstarten van het bedrijf draait Some Furniture (7 personeelsleden in Kortrijk) op volle toeren. Maar Delaere wou ook zelf de lat meteen hoog leggen. "Normaal gezien begin je met een kleine collectie en groei je gestaag, maar wij begonnen meteen met 27 modellen. We wilden niet te klein starten, omdat er veel concurrentie is. Met een breed assortiment wilden we ook een ruime afzetmarkt creëren. We hebben democratische prijzen, maar we bieden op het vlak van design een meerwaarde. We proberen fris en vernieuwend te zijn. We zijn alleen niet zo vernieuwend dat we niet meer verkopen. We merken dat bij onze producten: we hebben felgele stoelen die bij de pers en de critici in de smaak vallen, maar niet zo fantastisch verkopen. We hebben ook heel wat typische opstartproblemen gekend: producten die niet op tijd geleverd konden worden en dat soort dingen. Het moest ook heel vlug gaan. In september 2005 stonden we al op Maison et Objet in Parijs, een vakbeurs waar we veel aan te danken hebben. Daar hebben we veel nuttige contacten kunnen leggen. We moeten ook nog afwachten hoe het nu verder gaat. Als we dit succes de komende twee jaar kunnen voortzetten, ziet het er goed uit."Info: www.some.beDominique Soenens