Waarom is wielerrennen, ondanks de vele dopingschandalen, zo populair in dit land? Er zullen wel diverse redenen zijn: de heroïek, de bewondering voor de bovenmenselijke prestaties, de menselijke drama's en de spanning. Het laatste houdt zeker verband met het onvoorspelbare verloop van een wielerwedstrijd. Een vroege ontsnapping leidt meestal tot niets, maar soms ook niet. De winnaar heeft "dapper standgehouden en de monstervlucht tot een goed einde gebracht", zo luidt dan het commentaar. Maar een renner kan ook een hele dag anoniem meerijden in het peloton en pas in de laatste kilometers "zijn perfect getimede jump plaatsen". Eén ding is zeker, de prijzen in een wielerwedstrijd worden maar aan de meet uitgedeeld.
...

Waarom is wielerrennen, ondanks de vele dopingschandalen, zo populair in dit land? Er zullen wel diverse redenen zijn: de heroïek, de bewondering voor de bovenmenselijke prestaties, de menselijke drama's en de spanning. Het laatste houdt zeker verband met het onvoorspelbare verloop van een wielerwedstrijd. Een vroege ontsnapping leidt meestal tot niets, maar soms ook niet. De winnaar heeft "dapper standgehouden en de monstervlucht tot een goed einde gebracht", zo luidt dan het commentaar. Maar een renner kan ook een hele dag anoniem meerijden in het peloton en pas in de laatste kilometers "zijn perfect getimede jump plaatsen". Eén ding is zeker, de prijzen in een wielerwedstrijd worden maar aan de meet uitgedeeld. Daarmee vergeleken is de arbeidsmarkt een saaie boel. Loopbanen van werknemers ontwikkelen zich volgens geëigende en gestructureerde patronen. Algemeen genomen worden posities snel ingenomen. Al na enkele jaren is duidelijk of iemand een winnaar of een verliezer is op de arbeidsmarkt. Dat geldt op alle niveaus. In de jaren tachtig onderzocht ik arbeidsloopbanen van afgestudeerde jongeren in het technisch- en beroepssecundair onderwijs. Wat bleek? De jongeren die over een periode van vijf jaar het meest hadden gewerkt, waren ook degenen die het snelst aan het werk waren na het verlaten van de school. Wie op achterstand wordt geplaatst (de gelosten in wielertermen), komt maar moeizaam terug. Het kan, maar het is uitzonderlijk. Omgekeerd geldt huidig succes niet als een vrijbrief voor de toekomst. De schaapjes zijn nooit definitief op het droge. Je kunt altijd uit de bocht gaan. En eens op achterstand, geldt wat hierboven is gezegd. Eigenlijk kunnen we dus spreken van een lange afvallingsrace . Goed begonnen. Het begin van een loopbaan is dus bepalend voor de verdere ontwikkeling. De Duitse socioloog Hans-Peter Blossfeld stelde zelfs vast dat de periode waarin men intreedt cruciaal is. Wie de pech heeft op de arbeidsmarkt te komen bij een economische recessie, ondervindt daar voor de rest van zijn loopbaan de gevolgen van. Zelfs als de economie en de arbeidsmarkt enkele jaren later weer aantrekken, haalt een werknemer die achterstand niet meer in. Dat bewijst dat human capital alleen geen voldoende verklaring is voor de ontwikkeling van loopbanen. Het is moeilijk aan te nemen dat de verdeling van het menselijk kapitaal sterk zou verschillen van jaar tot jaar. Als human capital wel de output zou verklaren, dan zou de generatie die is ingetreden op een recessiemoment een sterke inhaalbeweging moeten maken op het ogenblik dat de economie weer aantrekt. Maar dat laatste gebeurt slechts in beperkte mate. Bovenstaande stelling geldt in de eerste plaats voor de externe arbeidsmarkt. Geldt ze ook binnen bedrijven, op de zogenaamde interne arbeidsmarkt? Jawel. De Amerikaanse socioloog James Rosenbaum onderzocht de positiewisselingen in een groot Amerikaans bedrijf en kwam tot vrij ontnuchterende vaststellingen. De instroompositie in een bedrijf bleek bepalend voor de verdere ontwikkeling van de loopbaan. Promoties kwamen op meerdere niveaus veelvuldig voor, maar wie hoger instroomt, wordt bijna nooit meer ingehaald. Wie lager instroomt, zal pas later promotie maken en zal sneller met een promotieplafond worden geconfronteerd. Bovendien bleek het aantal feitelijke functiewisselingen veel beperkter dan het aantal theoretisch mogelijke. Geen tweede kans. Het is duidelijk dat op die manier veel menselijk talent onvoldoende wordt benut. Talent wordt echter schaarser en speelt een grotere rol in een kenniseconomie. Daarom is het vroegtijdig uitrangeren van menselijk kapitaal een luxe die we ons minder dan vroeger zullen kunnen veroorloven. Aangezien veel vrouwen de arbeidsmarkt voor een bepaalde periode verlaten, staat het bijna vast dat ze in de huidige context zeer moeilijk kunnen doorstromen naar hogere posities. Wie in een hoge positie wil terechtkomen, moet immers van bij de aanvang al in een gunstige uitgangspositie zitten en daar ook blijven. Dit lijkt mij niet langer houdbaar. We zullen flexibeler met loopbaanontwikkeling moeten omgaan. Er zijn ongetwijfeld heel wat vrouwen die beroepsmatig een tandje bij willen steken op het ogenblik dat de kinderen zelfstandig zijn. Waarom zouden die vrouwen geen mooie carrière kunnen maken in de tweede helft van de arbeidsloopbaan? Voor vooruitziende bedrijfsleiders ligt hier een gouden kans. De IT-sector bewijst dat het kan. Daar blijken loopbanen nu al veel grilliger te verlopen.Jan Denys [{ssquf}]De auteur is manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid bij Randstad.Wie de pech heeft op de arbeidsmarkt te komen bij een economische recessie, ondervindt daar voor de rest van zijn loopbaan de gevolgen van.