Londen.
...

Londen.Terwijl in de tophotels van Aziës crisishoofdsteden een voorhoede het terrein aftast, luisterde een select gezelschap uit de Britse zakenwereld in Chattam House, het respectabele Britse Royal Institute of International Affairs, naar een keure van Azië-experts over Business Challenges and Opportunities in The Asia Pacific Region. Aziatische bedrijven bezwijken onder hun schuldenlasten die door de devaluaties van de diverse munten onbetaalbaar zijn geworden. Conglomeraten die uitwoekerden over tal van activiteiten trachten nu hun branchevreemde afdelingen te slijten. "De hoop dat buitenlands kapitaal redding brengt, verdrijft de diepgewortelde weerzin tegen overnames en fusies. De financiële crisis dwingt gesloten familiale ondernemingen hun aandeelhouderschap open te stellen voor buitenstaanders. Boekhoudkundige transparantie en het creëren van toegevoegde waarde voor de aandeelhouders worden de hoekstenen van het tweede Aziatische mirakel dat er aan komt," houdt een erg optimistische Roberto Romulho, voorzitter van de Philippine Long Distance Telephone Company, zijn toehoorders voor. "Zakendoen in Oost-Azië wordt helemaal anders. Relaties zullen altijd nuttig zijn, maar niet langer doorslaggevend. We weten nu dat de financiële crisis niet werd veroorzaakt door slechte macro-economische fundamenten van onze landen, maar het gevolg was van een zwakke bedrijfscultuur in de hele regio. Dat besef is er. En er wordt aan gewerkt." De Zuid-Koreaanse minister van Handel Han Duc-Soo bijvoorbeeld ontvouwt een voor buitenlandse investeerders aantrekkelijk pakket liberaliseringsmaatregelen; zelfs grondeigendom wordt nu mogelijk voor buitenlanders, wat totnogtoe in heel Azië ondenkbaar was. Het echte zakendoen kan echter pas beginnen nadat een zekere stabilisering van de wisselkoersen is opgetreden, maar voor Mark Hopkinson, group managing director van de investeringsbank Schroders Asia Ltd., leidt het geen twijfel dat geïnteresseerde westerse bedrijven nù kansen moeten grijpen: "Zulke buitenkansjes doen zich maar één keer in één generatie voor. Maar men mag niet overhaast tewerkgaan." De koudwatervrees van investeerdersvindt Hopkinson gerechtvaardigd, omdat de financiële situatie van potentiële aankopen onduidelijk is door antieke boekhoudmethodes en dure beloftes aan vriendennetwerken. Hij wijst er op dat bij het sluiten van deals lijken uit de kast kunnen vallen, onder meer verborgen schulden. Hopkinson schat dat in Zuidoost-Azië, per land, grosso modo slechts 25% van de ondernemingen momenteel aan hun betalingverplichtingen kunnen voldoen: "Overkopers moeten zich realiseren dat ze er die schulden zullen moeten bijnemen wegens het ontbreken van faillissementswetgevingen. Zij die al met de regio vertrouwd zijn, hebben een betere neus voor dit soort risico's en dus een voetje voor op nieuwkomers." John Hoffman van XRG Exceptional Resources Group uit Hongkong herinnert de bedrijfsleiders eraan dat ze te vaak de politieke risico's verwaarloosden of fout hebben ingeschat. "Vele westerse bedrijven probeerden integendeel scheep te gaan met machthebbers in de waan dat ze dan het best geplaatst waren. Zoiets draait natuurlijk verkeerd uit als blijkt dat de politieke top nauwelijks contact had of heeft met de sociale en zelfs economische realiteit in het land. Maar wie vooraf grondig zijn huiswerk maakte, kan perfect in Indonesië of in China op een stevige basis zaken doen met een voor de lange termijn betrouwbare partner." Angelsaksische bedrijfscultuur invoeren?Wie een winstgevende overname op het oog heeft, zal zich - anders dan vóór de crisis toen men zich blindstaarde op fenomenale groeimogelijkheden - vooral moeten toespitsen op rationaliseringen en het wegsnijden van overtollig vet. Een typisch Angelsaksische aanpak, waar de Aziatische bedrijfswereld meestal nog niet aan toe is. Onvermijdelijke ontslagen kunnen beter vallen voordat buitenlandse filiaalhouders de directiekantoren bemannen.Professor Richard Higgott van het Center for the Study of Globalisation and Regionalisation waarschuwt westerse bedrijfsleiders die nu op koopjesjacht gaan voor het vervangen van de Aziatische hubris (de hoogmoed van de tijgereconomieën, verweven rond hun zogenaamd "superieure Aziatische waarden") door een westerse hubris. Higgott interpreteert de crisis in het Verre Oosten fundamenteel als een botsing tussen een Aziatische bedrijfscultuur en een Angelsaksische: "Dat uit zich al dan niet openlijk in weerstanden tegen de door het Internationaal Monetair Fonds opgedrongen hervormingsmaatregelen. Vooral daar waar het Fonds zich uitdrukkelijk manifesteert als een instrument voor ideologische verandering. Ook al wordt de rol van het IMF wezenlijk door geen enkele Aziatische leider betwist, omdat de politieke en economische elite wel beseft dat deze crisis niet door het IMF werd veroorzaakt." Nationalistische reflexenzullen toenemen indien "westerse lijkenpikkers" al te opdringerig tewerkgaan of met opzichtige kroonjuwelen aan de haal gaan. Peter Montagnon, Oost-Azië-specialist van The Financial Times, verklaart het verzet van Indonesië tegen de IMF-aanpak mede door het feit dat het Fonds het schuldenprobleem en de liquiditeitstekorten van de bedrijven halsstarrig negeerde. Philip Bowring, consulent van Dresdner Kleinwort Benson Securities (Asia), relativeert de herstructureringsdrang van het IMF in bijvoorbeeld Indonesië: "De megalomane projecten van minister voor Technologie Habibie waren nooit de kern van Indonesiës problemen, noch lag vriendjespolitiek aan de basis van de huidige moeilijkheden. Overoptimisme en het uit het oog verliezen van de kostprijs van leningen en van winstgevendheid, daar gaat het om." En hoewel hij het optimisme tempert van Robertho Romulho omtrent de bereidheid van de Oost-Aziatische bedrijven om zich nu snel de Angelsaksische managementmethodes eigen te maken, "zullen meer transparantie en westerse bedrijfstechnieken geleidelijk ingang vinden. Zuid-Korea was trouwens in die richting aan het bewegen toen de crisis uitbrak. De incompetentie van Japanse en Europese bankiers, het kuddegedrag van westerse investeerders, het slordig omgaan met potentiële winsten - kijk maar hoe roekeloos westerlingen zich thans op China gooien - hebben allemaal bijgedragen tot de Azië-crisis. Oost én West moeten hieruit lessen trekken." JE PARTNER GEEN GEZICHTSVERLIESdoen lijden, is essentieel om succesvol een deal te sluiten. De Nederlandse ABN Amro-bank werd bijvoorbeeld om die reden geselecteerd uit een waaier westerse kandidaten bij het verwerven van 75% in Bank of Asia, een middelgrote Thaise bank: ABN Amro ging er immers mee akkoord om, niettegenstaande haar meerderheidsbelang, geen naamsverandering door te voeren en het Thaise topmanagement op post te houden, "ook al zullen een aantal eigen managers mee het roer in handen nemen," zegt Ton de Boer, hoofd-Asia Pacific van ABN Amro. Gordon Barrass van Coopers & Lybrand geeft opkopers enkele vingerwijzingen: "Westerlingen en oosterlingen starten onderhandelingen vanuit verschillende invalshoeken: westerlingen leggen bij voorkeur een kant en klaar ingeblikt zakenvoorstel op tafel: ziehier hoe we de klus willen klaren en wat we gaan doen. Aziaten doen het precies andersom: eerst wat?, vervolgens hoe? Of: gemeenschappelijke doelen vastleggen, om van daaruit samen een gedetailleerde aanpak uit te werken. Een akkoord is bovendien steeds in beweging en de uitkomst van elke bijsturing wordt beïnvloed door wat eraan voorafging, met andere woorden door de kwaliteit van de relatie bij elke stap in het onderhandelingsproces. De jongere generatie, die meestal in het westen studeerde, past zich wel stilaan aan de westerse benadering aan. En Koreanen onderhandelen op een totaal andere manier dan Japanners of Indonesiërs." ERIK BRUYLAND