Een prijs voor buitengewone bijdragen op het domein van de economische wetenschap." Zo omschreef de Zweedse Nationale Bank de Nobelprijs voor Economie bij de invoering ervan in 1969. Het is de enige prijs die niet door de wetenschapper Alfred Nobel zelf werd gelanceerd. De Zweedse nationale bank is de echte 'vader'. Die vond dat behalve specialisten in geneeskunde, fysici, auteurs en bekende personen die gestreefd hebben naar wereldvrede ook economen mochten worden beloond. Officieel gaat het over de 'Prijs in economische wetenschappen in herinnering aan Alfred Nobel'.
...

Een prijs voor buitengewone bijdragen op het domein van de economische wetenschap." Zo omschreef de Zweedse Nationale Bank de Nobelprijs voor Economie bij de invoering ervan in 1969. Het is de enige prijs die niet door de wetenschapper Alfred Nobel zelf werd gelanceerd. De Zweedse nationale bank is de echte 'vader'. Die vond dat behalve specialisten in geneeskunde, fysici, auteurs en bekende personen die gestreefd hebben naar wereldvrede ook economen mochten worden beloond. Officieel gaat het over de 'Prijs in economische wetenschappen in herinnering aan Alfred Nobel'. Maar dat is volgens Avner Offer en Gabriel Söderberg niet de echte reden waarom er een Nobelprijs voor Economie is ingevoerd. In The Nobel Factor. The Prize in Economics, Social Democracy, and The Market Turn schrijven ze dat de prijs er ook om politieke redenen is gekomen. De promotors waren Zweedse economen en topambtenaren die het sociaaldemocratische beleid van de Zweedse regering beu waren. Ze wilden een alternatief economisch model in de kijker zetten. Tegenover de sociaaldemocratie met zijn hoge overheidsuitgaven en keynesiaanse vraagbeleid plaatsten zij de liberale theorie van de vrije markt met een minimale tussenkomst van de staat. Offer en Söderberg stellen vast dat er de voorbije decennia slechts één echte sociaaldemocraat de Nobelprijs voor Economie heeft gekregen: Gunnar Myrdal in 1974. En die moest hem dan nog delen met de zeer liberale Brits-Oostenrijkse econoom Friedrich von Hayek. Uiteraard zijn er daarna nog prijzen uitgereikt aan Joseph Stiglitz en Paul Krugman. Zij stelden een doorgeslagen liberalisering verantwoordelijk voor de financiële crisis van 2008-2009 en schoten met scherp op het zware besparingsbeleid van enkele Europese regeringen. Toch vinden de auteurs dat zij niet als 'links' kunnen worden afgeschilderd. Ze blijven overtuigde voorstanders van de vrijemarktwerking. De auteurs komen met statistieken om hun stelling te staven dat de Zweedse nationale bank duidelijk een liberale of neoliberale agenda had. Van de 76 laureaten zijn er 28 verbonden aan de Universiteit van Chicago, bekend als de wieg van het liberale denken dat politieke leiders als Ronald Reagan en Margaret Thatcher heeft geïnspireerd. 80 procent van de laureaten komt uit de Verenigde Staten. Volgens Offer en Söderberg hebben de prijzen die zijn toegekend aan de economen ook het beleid beïnvloed. Uiteindelijk hebben de liberalen het pleit gewonnen van de sociaaldemocraten. Na de financiële crisis leek er met Stiglitz en Krugman een lichte kentering te komen, maar met Eugene Fama als een van de laureaten in 2013 werd de liberale lijn doorgetrokken. In het boek vragen de auteurs zich af of we de Nobelprijs voor Economie wel bij de exacte wetenschappen moeten onderbrengen. Gaat het immers niet over het belonen van mensen op basis van deels subjectieve criteria zoals de kwaliteit van de boeken van Nobelprijswinnaars Literatuur? Avner Offer & Gabriel Söderberg, The Nobel Factor, Princeton University Press, 2016, 323 blz., 35 euro ALAIN MOUTON