Een verkoudheid wordt altijd veroorzaakt door een virus. Dus helemaal niet door koude of tocht. Er bestaan meer dan 200 verschillende rhinovirussen die zo'n neusinfectie kunnen uitlokken. Een volwassene raakt per jaar maar enkele keren verkouden, terwijl kinderen - zeker in hun eerste levensjaren - de ene verkoudheid na de andere krijgen. Het nauwere contact tussen kinderen speelt daarbij een rol, naast het gebrek aan antistoffen tegen rhinovirussen op zeer jonge leeftijd.
...

Een verkoudheid wordt altijd veroorzaakt door een virus. Dus helemaal niet door koude of tocht. Er bestaan meer dan 200 verschillende rhinovirussen die zo'n neusinfectie kunnen uitlokken. Een volwassene raakt per jaar maar enkele keren verkouden, terwijl kinderen - zeker in hun eerste levensjaren - de ene verkoudheid na de andere krijgen. Het nauwere contact tussen kinderen speelt daarbij een rol, naast het gebrek aan antistoffen tegen rhinovirussen op zeer jonge leeftijd. De verantwoordelijke virussen worden verspreid langs de lucht door microscopisch kleine druppeltjes die verkouden mensen uitademen en die zich vastzetten op allerlei voorwerpen. Mensen rapen de virussen op wanneer ze de besmette voorwerpen - een deurklink bijvoorbeeld - aanraken. De virussen worden vervolgens overgedragen naar de neus of de mond. Zodra het virus de bovenste luchtwegen bereikt, kan het zich vermenigvuldigen en een infectie veroorzaken. Het lichaam reageert op de virussen met een aantal typische symptomen. In het begin treedt soms een niesreflex op. De slijmvliezen die door het virus zijn aangetast, zwellen op en produceren een overvloed aan slijm: het begin van neusloop. Ophopingen van slijm in de keelholte wekken een hoestreflex op die de slijmen helpt verwijderen. Van alle symptomen is de neusloop en nadien de neusverstopping het meest vervelende. In het begin zijn de slijmen lichtgekleurd en waterig, nadien worden ze dikker. Een gewone verkoudheid mag je niet verwarren met een allergie van de bovenste luchtwegen door overgevoeligheid aan bijvoorbeeld huisstof. In dat geval heb je last van niezen, een jeukende, geïrriteerde neus en geprikkelde ogen. Het afgescheiden slijm blijft in geval van een allergie helder. Een verkoudheid gaat meestal vanzelf over na vier, vijf dagen. Ze geneest spontaan nadat het lichaam voldoende antistoffen heeft ontwikkeld tegen het rhinovirus dat de infectie veroorzaakte. De meest voorkomende verwikkeling van een verkoudheid is een bacteriële bijbesmetting van de luchtwegen of sinussen: de weefsels die beschadigd zijn door de verkoudheid vormen immers een uitstekende voedingsbodem voor allerhande bacteriën. Zo'n bacteriële bijbesmetting kan aanleiding geven tot keelontsteking, sinusitis, otitis, bronchitis of zelfs longontsteking. Een gewone verkoudheid hoeft niet behandeld. Meer nog, er bestaan geen geneesmiddelen die het verloop van een verkoudheid kunnen beïnvloeden. Zuigtabletten met vitamine C zijn volstrekt nutteloos. Als de neusverstopping te hinderlijk is, kunnen neusdruppels tijdelijk soelaas bieden. Neusdruppels bevatten bloedvatvernauwende stoffen die de slijmproductie tegengaan. Bij langdurig gebruik kunnen ze echter het neusslijmvlies beschadigen: het wordt dunner en brozer, waardoor het nog gevoeliger wordt voor infecties. Daarom mogen neusdruppels nooit langer dan één week gebruikt worden. Een eenvoudige pijnstiller kan ook verlichting brengen, zeker bij lichte koorts. Recent werden papieren zakdoekjes op de markt gebracht die een antiviraal middel bevatten. Van die zakdoekjes wordt beweerd dat ze de virussen in de neus doden en zo de verkoudheid sneller doen genezen. Een handige reclamestunt die op lucht is gebaseerd. Een verkoudheid kan je ook niet voorkomen door extra vitamine C te slikken in de winter. Het enige dat echt helpt, is de handen vaak wassen. Rhinovirussen worden voornamelijk doorgegeven door hand-handcontact, gevolgd door hand-mondcontact. Ze kunnen urenlang overleven op handen, maar ook op deurklinken, meubels, telefoons enzovoort. Het risico op besmetting wordt kleiner wanneer je de handen geregeld wast. Marleen Finoulst