Technologie heeft de voorbije jaren zowat elke klassieke industrietak door elkaar gegooid. "Mijn vader is vijftien jaar geleden overleden", vertelt Ingels. "In die periode heeft technologie onze manier van werken, leven en communiceren totaal veranderd. Mocht mijn vader terugkeren, dan zou hij merken dat zijn boekwinkel, platenzaak en reisbureau vervangen zijn door onlinewinkels."
...

Technologie heeft de voorbije jaren zowat elke klassieke industrietak door elkaar gegooid. "Mijn vader is vijftien jaar geleden overleden", vertelt Ingels. "In die periode heeft technologie onze manier van werken, leven en communiceren totaal veranderd. Mocht mijn vader terugkeren, dan zou hij merken dat zijn boekwinkel, platenzaak en reisbureau vervangen zijn door onlinewinkels." Dankzij mobiele toestellen kan iedereen op elk moment en op elke plaats bereikbaar zijn. Cloudcomputing vermindert de investeringskosten voor starters. De opslagcapaciteit van computers is goedkoop geworden en de verwerking van gegevens gaat supersnel. Sociale media faciliteren informatie-uitwisseling. Big data vormen een bron van kennis en inzicht. "Het gevolg is dat het voor nieuwe spelers gemakkelijker is een markt te betreden. De barrières zijn weggevallen", besluit Ingels. De financiële sector is een van de laatste die de digitale omwenteling ondergaat. "Dat komt omdat banken in een sterk gereguleerde omgeving werken, en de verplichtingen nemen nog toe", verklaart Ingels. "Door de financiële crisis was er de voorbije jaren ook geen gunstige voedingsbodem voor. Bovendien is het een zeer gespecialiseerde sector, met een lange verkoop- en adaptatiecyclus, die gedomineerd wordt door een beperkt aantal zeer grote spelers." Volgens Ingels hebben de technologiebedrijven eerst enkele jaren de kat uit de boom gekeken. Maar de tijden zijn veranderd. Technologische veranderingen worden in de banksector veel sneller opgepikt dan in het verleden. Elektronisch bankieren heeft er in België bijvoorbeeld zo'n tien jaar over gedaan om ingeburgerd te geraken. Mobiel bankieren is na twee jaar al aan zijn grote doorbraak toe. Na de verkoop van Clear2Pay richtte Ingels samen met Bart Luyten (Sniper Investments), analist Edward Schietecatte en Stefan Dierckx (Projective) het risicokapitaalfonds SmartFin Capital op. Onlangs kwam ook Ellen Thijs (ex-Accenture en ex-Clear2Pay) erbij als partner. SmartFin moet een katalysator worden voor de ontwikkeling van een community van bedrijven gespecialiseerd in financiële technologie (fintech) in België. Daarmee worden vooral ondernemingen bedoeld die innovatieve technologie of apps ontwikkelen, met een focus op de financiële sector. Ingels denkt dat ons land kan uitgroeien tot een vooraanstaand centrum voor fintech, zoals het dat geworden is voor biotech. "We hebben de mensen en de knowhow, maar de ontwikkeling gebeurt niet op een gestructureerde manier", oordeelt Ingels. "Londen is op dit moment hot in fintech, en dat dankt het aan het feit dat er een ecosysteem gecreëerd is door al die bedrijven samen te zetten en ze gezamenlijk te promoten. Zo ontstaat een community van getalenteerde mensen die informatie delen en ideeën uitwisselen." Met SmartFin wil Ingels kapitaal, kennis, ervaring, internationale contacten aanreiken, en ook zo'n ecosysteem in ons land ontwikkelen. Hij droomt van een Fintech Valley, naar analogie met de biotechnologiecluster rond Gent. Technologiebedrijven hebben volgens Ingels veel kans door te breken in de financiële sector. "Giganten zoals Facebook en Apple hebben een grote klantenbasis en zitten op een enorme berg cash. Ze leveren eenvoudige mobiele betaaloplossingen met een groot gebruiksgemak, en dat is wat de klant vraagt. Bovendien zijn technologiebedrijven het gewoon om in realtime te werken, iets wat de mainframes van de banken niet aankunnen. Convenience, het gebruik van sociale media, realtime transacties, user experience, dat zijn allemaal kernactiviteiten van technologiebedrijven en niet zozeer van banken, die blijven kampen met een logge en complexe organisatie." Ook de manier waarop ze in dialoog gaan met de klant, maakt dat technologiebedrijven in het voordeel zijn, vindt Ingels: "Technologiebedrijven zijn heel gefocust op de klant. Ze willen alles van hem weten, zodat ze producten op maat kunnen aanbieden. Ze zijn heel erg data-driven; data zijn de grondstof van hun business. Technologiebedrijven ontwikkelen heel snel, maar sturen ook snel bij in functie van de feedback van de klant. Technologiebedrijven durven producten te lanceren voor ze optimaal zijn, maar ze schakelen razendsnel." Banken daarentegen werken vaak nog volgens 'het stramien van de Sovjet-Unie', grapt Ingels: met vijfjarenplannen die opgedeeld worden in jaarbudgetten. "60 procent van de banken geeft toe dat het meer dan een jaar duurt voor het IT-departement oplossingen heeft voor innovatieve ontwikkelingen. Als de cyclus van ontwikkeling tot productlancering te lang aansleept, word je aan alle kanten ingehaald. Bovendien zijn banken geen dataspecialisten. Ze beschikken over veel klanteninformatie, maar ze weten nog niet hoe ze de relevante informatie naar boven kunnen brengen, en wat ze ermee kunnen aanvangen." "Veel banken beklemtonen hun klantgerichtheid, maar eigenlijk zijn ze meer gericht op de verkoop van financiële producten, de rendabiliteit van hun kantoren, efficiëntie en compliance", vindt Ingels. "De distributiekanalen zijn meestal gescheiden en communiceren niet met elkaar. Voor banken zijn digitale kanalen nog altijd 'alternatieve' kanalen. Sommige financiële instellingen geven een miljard euro uit aan hun kantorennet en maar 50 miljoen euro aan online en mobiel bankieren." Als de technologiebedrijven in het voordeel zijn, wat moeten de banken dan doen? Resoluut de weg van de technologie inslaan, maar zonder dat ze al die fintechbedrijven, die telkens op een specifiek domein actief zijn, afzonderlijk beconcurreren, aldus Ingels. "Een bank heeft een hele reeks verschillende activiteiten: de eigenlijke bankdivisie, de betalingen, de kredieten, de verzekeringen, de effectenhandel enzovoort. Die hebben elk een eigen databestand en een verbinding met diverse distributiekanalen. Dat kun je zien als een grote spaghetti van systemen en processen die niet geïntegreerd zijn, hoge onderhoudskosten vergen, soms zaken dupliceren en bijna nooit in realtime functioneren. Om in de toekomst goed te kunnen werken, moeten de banken die spaghetti omvormen tot één platform." Ingels heeft daarvoor een duur woord uitgevonden: de digital experience layer. "De banken moeten de omslag maken naar een overkoepelende structuur, waardoor alle kanalen -- agentschap, website, applicatie, callcenter -- en alle divisies van de bank met elkaar in verbinding staan en in realtime over dezelfde klanteninformatie beschikken. Net zoals wij met Clear2Pay het betalingsverkeer van verschillende bankafdelingen overkoepelden, moet de digital experience layer alle contactkanalen van de bank met de klant en alle databestanden bijeenbrengen." Vanuit dit geïntegreerde platform kunnen banken dan apps ontwerpen (of laten ontwerpen), die ermee interageren. "Dat opent fantastische mogelijkheden", zegt Ingels. "Een bakker zou bijvoorbeeld zijn facturen kunnen linken aan het betalingssysteem van de bank, dat voor hem op die manier de boekhouding opvolgt. Zo kan die bakker aan het einde van de week met één druk op de knop zien hoeveel hij verdient. Omgekeerd krijgt de bankier een goed inzicht in de rendabiliteit van de bakkerij en kan hij hem bijstaan in het optimaliseren van bepaalde financiële aspecten." "Dergelijke apps creëren toegevoegde waarde en/of verhogen het gebruiksgemak voor de klant", gaat Ingels verder. "Op die manier kan de bank zich differentiëren via de apps die ze aanbiedt." Banken zullen met andere woorden een app-strategie moeten ontwikkelen. "De bank van de toekomst wordt de bank die zich het beste weet te differentiëren via de aangeboden apps", gelooft Ingels. Banken hoeven die apps niet zelf te ontwikkelen, ze kunnen daarvoor ook een beroep doen op fintechbedrijven. En zo komt Ingels opnieuw bij zijn SmartFin-fonds uit: "Met SmartFin willen we bereiken dat in België een community van fintechbedrijven ontstaat die technologie ontwikkelen en apps bouwen. Door met die bedrijven samen te werken, kunnen banken de technologie in huis halen. Een bank moet technologie implementeren, niet zelf een technologiebedrijf worden." "Ik vermoed dat we ecosystemen zullen zien ontstaan van technologiebedrijven die samenwerken, en van banken die samenwerken met technologiebedrijven. Dat is wat we met ons fonds willen stimuleren", zegt Ingels. De intrede van ING België in het kapitaal van SmartFin Capital (zie ING België ondersteunt SmartFin Capital) kan de basis leggen voor een dergelijk netwerk van banktechnologie. "SmartFin wil op termijn een portefeuille uitbouwen met daarin een tiental bedrijven die een belangrijke rol spelen in financiële technologie. Daarnaast bestuderen we de inrichting van een ecovalley waar starters zich kunnen vestigen en ondersteuning krijgen", besluit Ingels.Patrick Claerhout en Bruno Leijnse"Voor banken zijn digitale kanalen nog altijd 'alternatieve' kanalen" "De bank van de toekomst wordt de bank die zich het beste weet te differentiëren via de aangeboden apps"