Toegevoegde waarde vormt een centraal concept in de beoordeling van de maatschappelijke functie van een onderneming. De toegevoegde waarde is de omzet min de aankoop van de goederen en diensten. De optelling van de toegevoegde waarde van alle sectoren levert (na enkele correcties) het bruto binnenlands product (BBP) op.
...

Toegevoegde waarde vormt een centraal concept in de beoordeling van de maatschappelijke functie van een onderneming. De toegevoegde waarde is de omzet min de aankoop van de goederen en diensten. De optelling van de toegevoegde waarde van alle sectoren levert (na enkele correcties) het bruto binnenlands product (BBP) op. In de tabel Toegevoegde waarde en loonkosten vinden we een overzicht van de belangrijkste sectoren van de Belgische economie, hun toegevoegde waarde en het aandeel van de loonkosten in die toegevoegde waarde voor het jaar 2000. Opmerkelijk: de twee sectoren die de CRB aanwees als hoofdverantwoordelijken voor de ontsporing van de loonkosten in de periode 1999-2000, staan op plaatsen één en vier voor toegevoegde waarde (zie kader: Zit de CRB fout?). Het gaat om de sectoren immobiliën en zakelijke dienstverlening en vervoer, opslag en communicatie. Dit duo staat voor bijna 30% van de Belgische economie. Dit is veel meer dan bouw, chemie, metaal, voeding, textiel en non-ferro samen. Al mogen we niet uit het oog verliezen dat de bouw, chemie, metaal en co belangrijke afnemers zijn voor een sector als zakelijke dienstverlening (informaticadiensten, consultancy, accountancy en revisoren). Voor de Belgische economie ligt het loonaandeel op 57,9% van de toegevoegde waarde. Los van typische overheidssectoren als openbaar bestuur en onderwijs, varieert het loonaandeel tussen 73,4% in de sector van de productie van transportmiddelen tot amper 12,8% in de landbouw.Om van de toegevoegde waarde naar het BBP te gaan, moeten ook de productgebonden belastingen en productgebonden subsidies verrekend worden. In 2000 bedroeg de eerste groep 30,10 miljard euro en de tweede 2,62 miljard euro, goed voor een nettoproductgebonden belasting van 27,48 miljard euro. Het gaat vooral om BTW en accijnzen, alsook een rist kleine belastingen. Die nettobelasting van 27,48 miljard euro was in 2000 goed voor 11,1% van het BBP. In 1995 lag die nettobelasting op 10% van het toenmalige BBP. Als het bij die 10% gebleven was, zou de nettoproductgebonden belasting in 2000 zo'n 2,73 miljard euro (1,1% van 248,34 miljard euro, het BBP van het jaar 2000) lager gelegen moeten hebben. We nemen de vrijheid dit het prototype van een sluipende belastingverhoging te noemen.