De links naar de vermelde oplossingen.
...

De links naar de vermelde oplossingen. Niemand zou eraan denken om de Vlaamse shoppers aan de Plaza Catalunya in Barcelona drie, vier of tien keer de Catalaanse prijs aan te rekenen. Het EU-verdrag staat daarvoor borg. Maar voor de zowat 300 telecomoperatoren die tot vandaag in de Catalaanse hoofdstad bijeen zijn, is dat business as usual. Ironisch genoeg zijn het in Barcelona voor één keer vooral de gsm-industriëlen zelf die betalen, want de 50.000 bezoekers van het jaarlijkse 3Gsm World Congress zijn fanatieke gsm-gebruikers die dezelfde torenhoge roamingfacturen als u krijgen voor hun telefoontjes naar huis en hun belletjes naar collega's een hal verderop. Roaming is gebruikmaken van een ander netwerk dan het uwe, wat alleen kan in het buitenland. Het zijn dus vooral de Spaanse gsm-operatoren die in Barcelona glimlachend de drukte gadeslaan. Hoewel. Het belangrijkste gespreksthema in de achterkamers van de Gsm Association is de strategie om de Europese Commissie ervan af te houden om de roamingtarieven drastisch te beperken. Na de heftige dreiging van Viviane Reding in februari 2006 om de roamingtoeslag helemaal te verbieden, is de Gsm Associatie de viool van de zelfregulering gaan bespelen. Twee maanden later beloofde Vodafone al meteen om binnen het jaar zijn roamingtarieven met 40 % te bekorten, vergeleken met de tarieven van half 2005. De interconnectiekost voor roaming zou via bilaterale akkoorden teruggebracht worden tot maximaal 0,45 euro per minuut (zonder btw), verzekerde Vodafone. Het zijn die onderling afgesproken interconnectiekosten die roaming kunstmatig duur maken. Daar wil de EU-commissaris wat aan doen. Ze heeft intussen haar ontwerpverordening ingediend bij het Europees parlement. Haar voorstel komt er volgens markanalist Ovum op neer dat lokaal bellen in het buitenland nog ongeveer 24 cent en internationaal bellen nog ongeveer 36 cent per minuut mag kosten op groothandelsniveau. Dat is nog altijd ver van de werkelijke productiekosten, maar volgens de Commissie toch al een verlaging met 50 %. De winstmarge in de kleinhandel wordt beperkt tot 30 %. Ook de Raad van Ministers moet de verordening nog goedkeuren en er bestaat een tegenstelling tussen Europese landen die winnen bij roaming (zoals Spanje) en andere die eraan verliezen (Scandinavië). Als er een akkoord is, krijgen de operatoren nog zes maanden om het uit te voeren. Of het nieuwe "Vodafone Passport"-tarief dat Proximus op 12 februari introduceert in de context van prijsverlagingen moet worden gezien, is nog de vraag. Passport is de Belgische versie van wat Vodafone twee jaar geleden invoerde: een fikse startkost van 99 cent bij een roaminggesprek en verder een minuutkost zoals in het binnenlandse tariefplan van de cliënt. Heel korte gesprekken worden nog duurder, langere goedkoper. Veel mobiele gesprekken zijn kort. Het blijft de moeite om alternatieven te verkennen. De technologie kruipt waar ze niet gaan kan. Internet en wifi brengen nieuwe mogelijkheden om het kartel van de gsm-operatoren te doorbreken. Als u in het buitenland mobiel wil bellen zonder arm te worden, wat zijn uw opties? Een lokale simkaart kopen. De eenvoudigste eerste stap. Uw voordeel: u belt zelf aan lokale tarieven naar lokale nummers. U bespaart waarschijnlijk op uw internationale oproepen. Nadeel: niemand kent uw nieuwe nummer, u moet het dus zelf verspreiden en internationaal sms'en is duur. Uw correspondenten in uw land van herkomst betalen ook een internationale verbinding om u te bellen. Uw eigen internationale telefoontjes kunnen, afhankelijk van uw kaart, uw belkrediet snel doen verdwijnen. Mocht u in het buitenland verleid worden door één van die aantrekkelijk geprijsde, want gesubsidieerde gsm's, weet dan dat u hem waarschijnlijk later niet met uw oude simkaart in eigen land kan gebruiken. Combineer uw lokale simkaart met een abonnement op diensten zoals www.rebtel.com of www.jajah.com. Elk van deze providers zet aan beide kanten een lokaal gesprek op en heeft een techniek om de twee vervolgens te koppelen. Eigenlijk belt u niet zelf, u wordt gebeld. Uw voordeel: u belt internationaal aan het lokaal tarief plus een toeslag die lager is dan wat uw eigen of uw gastprovider zouden vragen. Nadeel: u moet zich altijd registreren en op een of andere manier krediet beschikbaar stellen. Ook hier heeft u een nieuw nummer, dat u bekend moet maken als u gebeld wil worden. Rebtel ondervangt dit euvel enigszins doordat uw correspondenten een nieuw "persoonlijk" nummer van u krijgen, dat door Rebtel wordt aangemaakt. Op de Rebtelsite kan u daaraan zelf maximum vijf van uw eigen (echte) nummers koppelen. U bepaalt welk van die vijf nummers door Rebtel wordt gebeld. Er zijn nog andere verschillen tussen deze systemen. Rebtel vraagt een abonnement van 1 dollar per maand dat u de dienst gebruikt. De provider, opgericht door de Zweed Hjalmar Winbladh, die de gsm-operatoren vorige maand in het Duitse zakenblad Focus "roofridders" noemde, werkt momenteel in 36 landen. Jajah, met zetels in Californië en Luxemburg en een ontwikkelingscentrum in Israël, werkt mobiel zoals op het internet. Je moet Jajah vragen om een gesprek op te zetten. Om dat met een gsm te doen, moet je een plug-in downloaden of via gprs (met je gsm inbellen op het internet) naar de Jajahsite surfen om daar de verbinding op te zetten zoals je dat vanaf een pc zou doen. Omslachtig, maar mogelijk. De gprs-verbinding kan je afzetten zodra het gesprek is aangevraagd, maar ze is uiteraard een extra kost. Jajah werkt onder meer in China en Thailand. Het is niet verwonderlijk dat de lobby van de gsm-operatoren erin geslaagd is om de roamingvergoeding voor inkomende oproepen te behouden. Zonder die barrière zou je met systemen als Rebtel of Jajah zonder meer met je gewone simkaart in het buitenland kunnen bellen. In zijn nieuwe Vodafone Passport-tarief vraagt Proximus trouwens 99 cent per inkomende oproep (per schijf van 10 minuten). Als u echt vaak in bepaalde landen reist, moet u misschien diensten als Transatel of Awayphone proberen. Die providers koppelen lokale gsm-nummers aan één simkaart. U heeft dan in bepaalde landen een abonnement, maar u bent altijd op hetzelfde gsm-toestel bereikbaar. Omgekeerd bellen uw correspondenten gewoon een lokaal nummer. Transatel (www.transatel.be) is vooral een Benelux-Franse provider. Het Britse Awayphone (www.awayphone.com) werkt momenteel met 78 landen, onder meer met China en Zuid-Afrika. Awayphone vraagt een waarborg van 36,5 euro per simkaart, plus een maand vooruit aan verbruik en een maandabonnement van 8,75 euro voor twaalf maanden. Er is ook een formule voor eenmalige reizen. Voordeel: werkt zoals een gewoon gsm-abonnement en vermijdt toch de roamingkosten. Nadeel: vergt planning. Moet u echt overal en altijd bereikbaar zijn? Als het antwoord neen is, dan bestaat er een reeks oplossingen via internet of draadloos internet. Om te beginnen zal u op uw hotelkamer gewoonlijk al een internetaansluiting betalen. Gebruik die meteen om via uw pc en Skype, Jajah, MSN, Voipbuster, Google Talk en consoorten te bellen. "Bedrijven kunnen dergelijke oplossingen ook in hun website integreren, zodat vertegenwoordigers in het buitenland maar op een "Bel mij"-knop moeten klikken om via een Skype-gateway rechtstreeks doorverbonden te worden met een collega via de bestaande telefooninstallatie van het bedrijf," legt Maarten Fröberg, operationeel directeur van Nextel, uit de TeleLinQ-groep, uit. Het illustreert dat er veel oplossingen mogelijk zijn voor wie creatief wil zijn. Dergelijke Skype-gateways, die beginnen bij 2000 euro, zijn eigenlijk bedoeld voor firma's die hun buitenlandse klanten op een goedkope manier persoonlijke ondersteuning willen geven. Een variant is dat sommige VoIP-providers zoals het Schaarbeekse 3 Stars Net (www.3starsnet.com) "nomadische" nummers kunnen uitreiken. Wie dat gewone Belgische nummer belt, wordt doorverbonden naar de plaats waar de eigenaar zijn Grandstreamadapter, VoIP-telefoontoestel of wifi-foon op het internet heeft aangesloten. De oproeper betaalt een gesprek naar het Belgische nummer. Andere kosten zijn er niet. Skype, Fring, Truphone en andere hebben ook software voor gsm's en smartphones die wifi (de standaard voor draadloze lokale netwerken) ondersteunen. U kan dan via wifi-hotspots bellen en gebeld worden. Skype draait enkel op pocket-pc en Windows Mobiletoestellen, zoals de Qtek 9090. Het Duitse Truphone (www.truphone.com) werkt vooral op moderne Nokia's. Zowel Skype als Google zijn investeerders in het Spaanse Fon, het 'sociale' hotspotnetwerk dat probeert om private wifi-gebruikers hun connectie gratis te laten delen met andere, roamende "Fonero's" (of betalend met "Aliens"). Maar uiteraard kan u ook andere publieke hotspots gebruiken. Voordeel: goedkoop als u toch al een internetaansluiting heeft. Nadeel: inschrijving, internetabonnement, hotspot of internetaansluiting nodig. Wifi op mobieltjes is al niet algemeen en dan moet de software er nog mee werken. Hotspot-abonnementen in gecontroleerde omgevingen (luchthavens, hotels) kunnen schokkend prijzig zijn. Als al het vorige u omslachtig of te avontuurlijk lijkt, dan heeft u misschien het kaliber om met uw operator over een korting te gaan onderhandelen. Operatoren maken speciale arrangementen voor hun allergrootste klanten. "Ze bedoelen dan echt wel de honderd grootste bedrijven van België," zegt directeur Danielle Jacobs van Beltug, de belangenvereniging van de zakelijke telecomgebruikers. Maar ze ziet wel een mentaliteitswijziging. "Tot voor kort was er altijd een reactie van 'aan roaming kunnen we niets doen'. Nu krijgen we steeds meer de boodschap dat de roamingtarieven zeker gevoelig gaan dalen. Al is er dan geen concrete aankondiging, het verschil in houding is echt opvallend."Proximus schuift zijn werkelijk grote multinationale klanten naar Vodafone door, Mobistar naar Orange en bij uitbreiding naar zijn partners in de Freemove (T-Mobile, Tim, TeliaSonera) en de GlovalView (Cingular in de VS) alliantie. Die grote multinationals zijn de enige die een globaal contract krijgen, met een centrale administratie en facturatie. Bij Proximus kunnen iets minder grote klanten per land een contract afsluiten, al kan er wel een kaderovereenkomst bestaan. KPN en Base zijn een verhaal apart. Zij hebben voor hun grote klanten Sympac opgezet, een internationale accountmanager. Sympac is actief in vijf landen (in de Benelux en Duitsland via KPN en zijn filialen, in Frankrijk via Bouygues) en heeft ook een partnership met O2 in Groot-Brittannië en Ierland. Het levert zijn grote klanten één aanspreekpunt en één factuur en zorgt er bijvoorbeeld voor dat de werknemers binnen hun internationale groep tegen 25 eurocent (exclusief btw) met elkaar kunnen bellen. Dit jaar wil Sympac ook een eigen wifi-abonnement op de markt brengen voor mobiele datagebruikers. Kleinere gebruikers blijven vooralsnog fors betalen (zie tabel voor huidige tariefplannen van Proximus). Vergelijken is zoals gewoonlijk moeilijk. Mobistar bijvoorbeeld heeft naast zijn standaardtarieven bundels belminuten met 28 % korting ("Traveller Advantage") Voor 2,5 euro per simkaart per maand biedt Mobistar ook een "roaming filter", zodat uw personeel alleen nog door specifieke nummers kan worden gebeld in het buitenland. Kwestie van u uw kosten te laten beheersen... Wim Raes van de alternatieve operator Primus Telecom (dat samenwerkt met Base) adviseert alvast om niet voor lange periodes te tekenen. "Je moet de flexibiliteit in je contract behouden. Kijk verder dan het prijsvoordeel voor vandaag," waarschuwt hij. De kleine operator 3 in Groot-Brittannië toont hoe het echt zou kunnen in de Europese eenheidsmarkt. Zijn "3 Like Home"-formule laat zijn klanten in het buitenland op de eigen netwerken bellen aan prijzen die vergelijkbaar zijn met thuis, ook voor sms, video en data. EXTRA INFORMATIE OP WWW.TRENDS.BE Bruno Leijnse