Nu de wereldeconomie gestaag herstelt van de ergste economische inzinking sinds de Tweede Wereldoorlog, wachten beleidsvormers zowel uitdagingen als kansen in 2010. Onder uitdagingen vallen onder meer de verontrustend hoge werkloosheid in de ontwikkelde economieën en de wederopbouw van de verwoeste financiële sectoren. In ontluikende markten en lage-inkomenslanden moeten interne groeibronnen gevonden worden zolang de externe vraag en de toevoer van buitenlandse investeringen en kredieten zwak blijft. Maar er komen ook kansen om de fundamenten te leggen voor een veiliger en stabieler financieel systeem en bijgevolg voor een veilige, duurzame economische groei.
...

Nu de wereldeconomie gestaag herstelt van de ergste economische inzinking sinds de Tweede Wereldoorlog, wachten beleidsvormers zowel uitdagingen als kansen in 2010. Onder uitdagingen vallen onder meer de verontrustend hoge werkloosheid in de ontwikkelde economieën en de wederopbouw van de verwoeste financiële sectoren. In ontluikende markten en lage-inkomenslanden moeten interne groeibronnen gevonden worden zolang de externe vraag en de toevoer van buitenlandse investeringen en kredieten zwak blijft. Maar er komen ook kansen om de fundamenten te leggen voor een veiliger en stabieler financieel systeem en bijgevolg voor een veilige, duurzame economische groei. Internationale samenwerking is essentieel om van die kansen het beste te maken. Tijdens de crisis was de snelle actie - vooral dan de gecoördineerde budgettaire aansporing - van de beleidsmakers wereldwijd van cruciaal belang om een nog veel grotere catastrofe te voorkomen. De samenwerking zal echter moeilijker worden. We zien nu al meningsverschillen opduiken over het tijdstip waarop het macro-economische beleid verstrakt dient te worden. Dat was ook te verwachten omdat de snelheid en de aard van het herstel verschilt van de ene economie tot de andere. Maar als sommige landen te vroeg de teugels aanhalen, kan dat het wereldwijde herstel doen ontsporen. In de financiële sector is nauwere internationale samenwerking vereist om mogelijk uiteenlopende nationale belangen te overbruggen en tot een zinvolle hervorming te komen. Vooruitgang boeken op dat gebied is essentieel voor de stabiliteit van de financiële sector en om het vertrouwen van de mensen te herstellen. Het uitbalanceren van de wereldwijde groei, ondersteund door een stevige aanwas van de internationale handel, moet het herstel op middellange termijn helpen te ondersteunen. Dat proces, dat in gang gezet werd door de crisis, zal in 2010 vaart krijgen. Heel wat economieën die een exportgeleide groeistrategie volgden en met overschotten op hun lopende rekening zitten, zullen meer moeten rekenen op de binnenlandse vraag en de invoer. Het beleid om die aanpassing te begeleiden omvat onder meer de verbetering van de toegang tot krediet voor huishoudens en de versteviging van de systemen van sociale zekerheid. Een verbetering van de wisselkoers maakt waarschijnlijk ook deel uit van het aanpassingsproces. Die verschuivingen vormen een tegengewicht voor de daling van de binnenlandse vraag in economieën die traditioneel een tekort op de lopende rekening opbouwden en die nu lijden onder de nasleep van de malaise van de activaprijzen. Beleidsmaatregelen om de hervormingen aan de aanbodzijde te ondersteunen zijn eveneens vereist om de groei in 2010 op te voeren. Een spoedige herstructurering van de financiële sector kan het herstel van de krediet- en kapitaalmarkten versnellen en dus investeringen en consumptie aanwakkeren. Hervormingen van de arbeidsmarkt maken het werknemers mogelijk om over te stappen van sectoren die door de crisis getroffen werden naar levendiger onderdelen van de economie. En aanpassingen aan de productmarkt - vooral de dienstenbranche - kunnen nieuwe banen scheppen en de productiviteit opvoeren. Op wat langere termijn zie ik de wereld in 2010 belangrijke stappen zetten om het internationaal monetair systeem te verstevigen. Ik verwacht dat het IMF een steeds belangrijker rol zal spelen als een globale lender of last resort. In 2009 besloten de leden de leenmiddelen te verdrievoudigen naar 750 miljard dollar en de mondiale liquiditeit aan te zwengelen door middel van de toekenning van speciale trekkingsrechten (de internationale reservecertificaten die door het IMF uitgegeven worden) ter waarde van 283 miljard dollar. Maar dat is wellicht niet genoeg. Zoals de crisis maar al te duidelijk aantoonde, heeft de wereld nood aan zeer ruime liquiditeitsbuffers om plotse en harde financiële schokken op te vangen. De vraag hoeveel fondsen het IMF nodig heeft - en welke vorm die moeten hebben - zal in 2010 zeker een vooraanstaande plaats innemen in de discussie over de toekomst van het internationaal monetair systeem. DOMINIQUE STRAUSS-KAHN IS MANAGING DIRECTOR VAN HET INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS. Dominique Strauss-Kahn Als sommige landen te vroeg de teugels aanhalen, kan dat het wereldwijde herstel doen ontsporen.