Op 11 juni verklaarde de Britse minister van Financiën Alistair Darling dat "het klaarblijkelijke onvermogen van andere Europese landen om hun bancaire problemen ernstig en doortastend aan te pakken", een schaduw begon te werpen op de perspectieven tot economisch herstel. De landen van de eurozone wuifden de kritiek weg als nog maar eens een uiting van de niet aflatende Angelsaksische arrogantie in economisch-financiële materies. Dat argument viel weg toen er ook vanuit de Europese Centrale Bank (ECB) gelijkaardige geluiden klonken.
...

Op 11 juni verklaarde de Britse minister van Financiën Alistair Darling dat "het klaarblijkelijke onvermogen van andere Europese landen om hun bancaire problemen ernstig en doortastend aan te pakken", een schaduw begon te werpen op de perspectieven tot economisch herstel. De landen van de eurozone wuifden de kritiek weg als nog maar eens een uiting van de niet aflatende Angelsaksische arrogantie in economisch-financiële materies. Dat argument viel weg toen er ook vanuit de Europese Centrale Bank (ECB) gelijkaardige geluiden klonken. Eén dag na Darlings oprisping drong ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet aan op een "onmiddellijke herkapitalisering van de banken en de snelle aanvaarding van overheidsinterventies om de financiële sector te helpen". Dat was voor Trichet ongewoon openlijk en direct. Twee dagen na Trichet sprak ook Lucas Papademos, de vicevoorzitter van de ECB, zich in die termen uit. Papademos deed dat naar aanleiding van de bekendmaking van de ECB dat banken in de eurozone voor dit en volgend jaar minstens nog 283 miljard euro aan afschrijvingen moeten slikken. Nog enkele dagen later waarschuwde Lorenzo Bini Smaghi, ook directeur bij de ECB, dat Europa te zwaar achter dreigt te lopen om het financieel systeem grondig aan te pakken. Het zit inderdaad niet goed met de manier waarop de financiële en bancaire crisis in euroland worden aangepakt. De onderlinge samenwerking blijft veel te veel steken in hoogdravende retoriek en goede intenties. Het blijft alles bij elkaar veel te veel ieder voor zich en God voor ons allen. De god uit deze context is dan de euro. Zeker voor de kleinere landen, met België en Ierland als voorbeelden, zou de financiële crisis zonder de euro bijna zeker IJslandse dimensies gekregen hebben. Te weinig toppolitici willen verder doordenken over deze situatie en, vooral, er ook consequent naar handelen. Op niveau van de Europese Unie werd begin juni wel beslist over te gaan tot de oprichting van de European Systemic Risk Board (ESRB) en het European System of Financial Supervisors (ESFS), maar de reacties uit de grotere eurolanden laten het ergste vermoeden over de reële slagkracht van die organen. Ondertussen blijft het bij de bewindvoerders uit de landen van de eurozone een populaire, dagelijkse bezigheid om met een beschuldigend vingertje richting de VS, en in mindere mate het Verenigd Koninkrijk, te wijzen. Het is allemaal de schuld van dat ongebreidelde, ongecontroleerde, hebzuchtige... kapitalisme in die landen; en wij arme Europeanen zitten nu met de gebakken peren. Laat we beleefd blijven in de reactie op deze houding en gewoon stellen dat ze getuigt van een erg onvolledige analyse van wat er de voorbije jaren gebeurde. We beperken ons tot twee bemerkingen. Ten eerste, onze banken en andere financiële instellingen deden in tempore non suspecto maar wat graag mee aan de bonanza van de securizering van Amerikaanse rommelhypotheken (subprimes). Ze stonden op de eerste rij om zoveel mogelijk van dat en soortgelijk papier binnen te halen. De Europese banken creëerden voor die en andere lucratieve producten massale off balance-toestanden waar onze Europese regulatoren ofwel zwijgend op toekeken ofwel even zwijgend van niks zaten te weten in hun ivoren torentjes. Dus laat ons nu maar eens ophouden met janken over hoe schandalig het wel was van die Amerikanen om onze banken vol te stouwen met rotzooi. Het doet denken aan een automobilist die per se een snelle wagen wil en vervolgens, nadat hij in een maand negen keer geflitst is, gaat protesteren bij de fabrikant dat de auto te snel gaat. Ten tweede: hebben de eurolanden - net zoals een groot deel van de rest van de wereld, met China op kop - zich niet decennialang behaaglijk genesteld in het conjuncturele zonnetje aangestookt door de Amerikaanse consument? Zodoende konden zij vermijden dat ze intern zware ingrepen moesten doen om te kunnen overschakelen op een alternatief economisch basismodel van verminderde afhankelijkheid van de VS. Voor China zou dat betekend hebben de uitbouw van een omvangrijke sociale zekerheid om de massale spaarneiging van de Chinezen enigszins tot redelijke proporties te brengen. Voor de meeste eurolanden zou dat, onder meer, structurele ingrepen in de sociale zekerheid en in de werking van de arbeidsmarkten betekenen. Het lijkt ons bijzonder ironisch dat zo weinigen in euroland beseffen dat het voortbestaan van ons zo geroemde sociaal model op een directe en duidelijke manier afhing van de groeimotor aangedreven door Amerikaanse 'excessen'. Tot voor twee jaar kwamen die excessen ons goed uit en zwegen we erover. Nu breken ze ons zuur op en staan we te blèren als kleine hulpeloze kinderen en dreigt ons sociaal model als een pudding in elkaar te zakken. Amerikanen zijn geen doetjes en houden te vaak geen rekening met anderen in hun besluitvorming. Vlekkeloze, of toch minstens goed doordachte beleidsvorming, is ook bij hen vaak ver te zoeken. Maar het wordt wel met de dag ongeloofwaardiger en zieliger om vanuit gebieden als de eurozone continu en ongenuanceerd de zwartepiet aan hen door te spelen. Laat ons nu eindelijk eens zelf flink wezen. DE AUTEUR IS ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET VKW. Johan Van OvertveldtZonder de euro had de crisis in België IJslandse dimensies aangenomen.