Downsizing, een van de meest actuele modekreten in de managementwereld, heeft al even weinig om het lijf als zijn voorgangers. Maar achter de hype schuilt ook een bikkelharde waarheid : op het verwende Westen komt een immense vloedgolf af die onze loonkosten onder onhoudbare druk zet.
...

Downsizing, een van de meest actuele modekreten in de managementwereld, heeft al even weinig om het lijf als zijn voorgangers. Maar achter de hype schuilt ook een bikkelharde waarheid : op het verwende Westen komt een immense vloedgolf af die onze loonkosten onder onhoudbare druk zet. Chicago."Een retorische term van het meest dubieuze allooi." Zo omschreven Robert Eccles en Nitin Nohria, beiden docent aan de Harvard Business School in 1992 het concept downsizing of bedrijfsafslanking. In hun schitterende boek Beyond the Myth maken Eccles en Nohria brandhout van 95 % van de kreten en slogans uit de managementliteratuur. Of het nu over globalisering, re-engineering, totale kwaliteitscontrole of downsizing gaat, volgens de auteurs is de reële toegevoegde waarde van die "theorieën" uiterst gering. Behalve natuurlijk voor degenen die er via publicaties en lezingen grof geld mee kunnen verdienen... De terechtwijzing van de Harvard-profs heeft evenwel niet veel zoden aan de dijk gebracht. De jongste tijd is de kreet downsizing niet meer uit het nieuws weg te branden, met meestal nogal kwalijke gevolgen voor de reputatie van de betrokken bedrijfsleiders. Zo had Newsweek het onlangs over corporate killers en greedheads. Naar aanleiding van de herstructureringen die bij Union Minière worden doorgevoerd, bedacht SP-voorzitter Louis TobbackKarel Vinck met het koosnaampje crapuul. "Blinde dwaasheid," zo denken Eccles en Nohria over deze heisa. "Uiteindelijk," zo vinden de professoren, "is er maar één vraag relevant : doen de geviseerde bedrijfsleiders al dan niet hun job ? Zorgen ze ervoor dat hun onderneming rendabel wordt en blijft ?" Ook Kevin Murphy, docent aan de Graduate School of Business van de Universiteit Chicago en een van de jonge Turken van deze Nobelprijsfabriek (zie Trends, 15 februari 1996), kijkt wat meewarig tegen de hele discussie aan : "Ik sta verstomd als ik iemand als Robert Reich, de Amerikaanse minister van Arbeid, hoor verklaren dat het vreselijk is dat ondernemingen tegelijk mensen ontslaan én hun winsten verhogen. Het omgekeerde ontslagen niet gevolgd door winstgroei zou pas vreselijk zijn. Dat zou betekenen dat bedrijven zich ontdoen van mensen die meer opbrengen dan ze kosten. Die kostprijs kan en moet men zelfs als een sociale kostprijs zien : ontslagen en afslanking gevolgd door winstverhoging wil eenvoudigweg zeggen dat ondernemingen zich ontdoen van mensen die prestaties leveren waarvoor de rest van de maatschappij minder wil betalen dan ze kosten. Die jobs hebben dus elke maatschappelijke functie verloren." BOETEDOENER.Het gehakketak rond downsizing bereikte onlangs een (voorlopig) hoogtepunt toen Stephen Roach zijn eigen geesteskind dood verklaarde. Roach is hoofdeconoom van Morgan Stanley, één van Wall Streets belangrijkste investeringsbanken. Hij wierp zich aanvankelijk op als dé goeroe van de downsizers. "We zijn te ver gegaan," zo liet Roach enkele weken geleden zowel de cliënten van Morgan als de lezers van de Financial Times weten. " Downsizing", aldus Stephen Roach, "is Amerika's recept voor industriële vernietiging geworden." De reden ? Managers gingen te ver in het wegsabelen van jobs en het samendrukken van de lonen. Die tactiek van de verschroeide aarde ( slash-and-burn restructuring strategies) zal zich op een wat mysterieuze, want niet toegelichte wijze wreken. Dat hij in zijn argumentatie plotseling de productiekosten van ondernemingen voor 70 % uit loonkosten ziet bestaan, is slechts één van de vele bizarre kronkels die Roach-de-boetedoener ontwikkelt om zijn nieuwe visie te staven. Moeten we niet veeleer concluderen dat Roach-de-selfmarketeer behoefte had aan een nieuwe mediastunt om in de belangstelling te blijven ? Waarover gaat het nu eigenlijk met dat vermaledijde downsizing ? Het betreft in essentie acties zoals het sluiten van productie-eenheden, het afdanken van personeel en het afstoten van welbepaalde activiteiten, en dit om de productiviteit en rendabiliteit op te drijven. Dat deze acties vooral de jongste jaren op grote schaal werden doorgevoerd, heeft naast de technologische ontwikkelingen één grote determinant : sinds de val van het communisme en de economische liberaliseringen in China en India heeft deze aardbol er ruim 1,2 miljard arbeidskrachten bij die produceren volgens de normen van de markteconomie (zie kader : Dreiging in de achtertuin). Ter vergelijking : Japan, Zuid-Korea, Hongkong, Taiwan en Singapore beschikken over een kleine 100 miljoen werkenden ; bij de saneringen en herstructureringen die zij aan het "Oude" Westen opdrongen, hoeven we geen tekeningetje te maken. Nu gaat het dus over een schokgolf die qua intensiteit ongeveer twaalfmaal zo groot is als deze die gedurende de voorbije dertig jaar werd veroorzaakt door de vijf laatstgenoemde landen. Men mag zich daarbij niet in slaap laten wiegen door onze vermeende superioriteit inzake productiviteit. Met een loonkostenniveau gelijk aan 1/20ste tot 1/40ste van het onze, halen deze 1,2 miljard mensen productieprestaties die nauwelijks moeten onderdoen voor datgene wat we hier voor mekaar brengen. Betekent dit dan dat West-Europa onvermijdelijk naar de bedelstaf moet ? Neen, maar het houdt wel in dat we voor een langdurige periode van loonmatiging en in sommige sectoren en bedrijven onvermijdelijk aanzienlijk reëel loonverlies staan. In de VS heeft men de vrije loonvorming wél haar werk laten doen. De voorbije twintig jaar opteerden we in West-Europa, met België als één van de meer extreme gevallen, voor loonvastheid met afwenteling van de tewerkstellingsgevolgen op de overheid. Dat mechanisme zit nu muurvast. WINSTFABEL.Chicago-econoom Kevin Murphy, zelf jarenlang op de wip tussen zakenleven en academische wereld, wil echter niet horen van pessimisme : "Ik heb altijd sterk geloofd in een hoge elasticiteit van het kapitaalaanbod. Daarmee bedoel ik dat als ondernemen meer winst oplevert, er ook meer initiatieven zullen worden ontwikkeld en de investeringen zullen toenemen. In die zin heeft een doorgedreven downsizing-inspanning hetzelfde effect als een belangrijke technologische innovatie. Uiteraard zullen die investeringen, en dat moet ook zo, plaatsgrijpen waar ze het hoogste rendement opleveren. In dat mechanisme ingrijpen, leidt op termijn tot verarming voor iedereen."Een dergelijke evolutie zal volgens Murphy ook vrij snel opnieuw positief inwerken op de lonen. "De lonen volgen de arbeidsproductiviteit : als deze laatste stijgt, nemen ook de lonen toe. Dat is een ijzeren wet. Het fabeltje van winsten die op een mysterieuze wijze voor eeuwig in de zakken van ondernemers verdwijnen, gelooft toch geen zinnig mens meer. Het is dan ook nefast om bedrijven te subsidiëren die vasthouden aan hun tewerkstelling. Dit betekent immers dat men zich vastbijt in activiteiten met relatief lage productiviteit, wat onvermijdelijk lagere lonen betekent en op termijn zelfs lagere tewerkstelling."JOHAN VAN OVERTVELDT KEVIN MURPHY (UNIVERSITEIT CHICAGO) Een doorgedreven downsizing-inspanning heeft hetzelfde effect als een belangrijke technologische innovatie. ECONOMISCHE LIBERALISERING IN CHINA Vormt de basis voor downsizing in het Westen. De 1,2 miljard arbeidskrachten in India en China halen immers productieprestaties die nauwelijks moeten onderdoen voor de westerse.