Toen Skoda in 1991 werd geadopteerd door Volkswagen en daar chique naasten als Audi, Bentley of Lamborghini kreeg, stond het Tsjechische merk voor een muur: de reputatie van een Oostblokauto, rokend en puffend. Onbetrouwbaar ook.
...

Toen Skoda in 1991 werd geadopteerd door Volkswagen en daar chique naasten als Audi, Bentley of Lamborghini kreeg, stond het Tsjechische merk voor een muur: de reputatie van een Oostblokauto, rokend en puffend. Onbetrouwbaar ook. Met de technologie van de VAG-groep werd die muur gesloopt. Vijftien jaar later rest hooguit nog wat puin. De reputatie van Skoda is serieus geëvolueerd. Dat merken ze bij D'Ieteren, importeur in dit land, aan wat ze een upgrade in het aankoopprofiel noemen: vroeger werd van alle modellen vooral de instapversie Classis verkocht. Nu gaan Skoda-kopers vaker voor de hogere twee afwerkingsniveaus, Ambiente en Elegance. En ook de Superb, het topmodel in het Tsjechische gamma, begint goed los te lopen. Het neemt niet weg dat er bij behoorlijk wat consumenten nog een lichte gêne blijft hangen om de stap naar Skoda te zetten. Om dat resterende puin te ruimen, duikt Skoda gretig in niches. Moeilijk is dat niet. Even gaan grasduinen in de gemeenschappelijke organenbanken van de Volkswagen-groep, en klaar. Zeer zeker als je er een pareltje uit kiest: de tweeliter benzinemotor met turbo en rechtstreekse inspuiting. De zogenaamde 2.0 TFSi. Een krachtbron die de Audi A3 of Volkswagen Golf GTi al verhief tot een heerlijke machine, intussen ook al in de Seat Leon zit, en nu dus in het vooronder van de Skoda Octavia. Die als type-aanduiding RS meekrijgt, het logo van Skoda's sportieve lijn. We reden ermee en proefden inderdaad van de deugden die we al bij Audi en Volkswagen onder de voet kregen: een viercilinder die altijd paraat is, en een motorkoppel over een uitzonderlijk breed toerentalveld. In mensentaal: altijd, ook traag in de stad of op kleine wegen, heel soepel en zijdezacht rijden. Maar als je op het gas stampt, dan breekt de hel los. Noem hem dus maar een raspaard, die Octavia RS. Met een kooi die zoveel motorgeweld aankan. En waarom je hem zou kopen in plaats van de Audi A3 TFSi of een Volkswagen GTi? Omdat hij stukken goedkoper is, natuurlijk. Minder geld voor een vergelijkbare en tot op zekere hoogte vergelijkbare mechaniek (de automatische versnellingsbak DSG wordt hier niet aangeboden). Natuurlijk moet je dan leven met de minder hoogwaardige afwerking, zoals plastic voor de deurgreep. Met deze snelle variant van de rationale Octavia doet Skoda mee aan de versnippering van zijn gamma, een nieuwe trend in autoland. Dit snelle nicheproduct is dan ook veeleer een statement. Want als er in dit land een paar tientallen verkocht worden, zal het veel zijn. Dat is trouwens ook niet de bedoeling. De Octavia RS moet het imago van het merk helpen verfijnen. Vandaar dat Skoda zelfs in dit nicheproduct zijn basisdeugden hoog houdt: de RS is ook verkrijgbaar als break. Met jawel, een ruim en gezinsvriendelijk laadvermogen. Jo Bossuyt