Het museum voor fotografie in Mont-sur-Marchienne bracht een knappe verzameling bij elkaar, die alle lezers van Georges Simenon (1903-1989) zal verrassen. De schepper van Maigret toonde zich bij zijn verkenningstochten en op reis een verwoed fotograaf. Dankzij het Simenonfonds van de universiteit van Luik krijgen we nu in Mont-sur-Marchienne een brede kijk op dat andere talent van Simenon.
...

Het museum voor fotografie in Mont-sur-Marchienne bracht een knappe verzameling bij elkaar, die alle lezers van Georges Simenon (1903-1989) zal verrassen. De schepper van Maigret toonde zich bij zijn verkenningstochten en op reis een verwoed fotograaf. Dankzij het Simenonfonds van de universiteit van Luik krijgen we nu in Mont-sur-Marchienne een brede kijk op dat andere talent van Simenon. In het begin van de jaren dertig was Simenon vaak op reis, samen met zijn vrouw Tigy. Zij schilderde, en vermits Simenon af en toe zelf op het plaatje staat, gaan we ervan uit dat ook zij de camera obscura hanteerde. Op tocht in Charleroi, in het Palais du Peuple, in de haven van Concarneau, in Sanremo, in Turkije voor een gesprek met Trotsky, in de Russische badsteden, in de armenwijken van Polen of Bulgarije... Simenon fotografeerde alles wat hij zag. Dat waren vooral personages: poetsvrouwen, meisjes op het strand, soldaten in uniform, kinderen die van hun spel opkeken toen de fotograaf hen benaderde, matrozen, schoenpoetsers, douaniers, mijnwerkers op weg naar het werk. Sommige beelden lijken heel menselijk, andere geven gewoon blijk van nieuwsgierigheid. Al die momentopnamen, afwisselend onscherp of meesterlijk gecadreerd (matroos slapend op brug), waren een vruchtbare bodem voor de verbeelding van de schrijver.Het interessantste aspect van de tentoonstelling is ongetwijfeld de Afrika-reis van Simenon. Hij schreef er een roman over ( Le coup de lune) en reportages die bij menig kolonist in het verkeerde keelgat schoten. De humanistische fijngevoeligheid van Simenon lijkt minder 'onschuldig' in zwart Afrika. Zijn foto's van Afrikanen, samengeperst op overvolle schepen, getuigen van promiscuïteit, van grote miserie ook. Zijn portretten van zwarten in Europese kleren, van jonge Afrikaanse meisjes naast kolonisten hebben een bittere nasmaak. Simenon had kritiek op "les petits Blancs" maar was niettemin even gefascineerd door de "seksuele natuur" van de Afrikanen. De berouwvolle teneur van sommige foto's doet denken aan een soort exotisch voyeurisme. Het lijkt of de eerbied die Simenon koestert voor een arbeider die in het Palais du Peuple aan tafel zit of voor een arme Poolse mijnwerker minder intens was als het ging om een zwarte vrouw. De tentoonstelling en het bijbehorende boek lonen alvast de moeite. Musée de la Photographie, av. P. Pastur 11, 6032 Mont-sur-Marchienne (Charleroi). Tot 21 november, telkens van 11 tot 18 uur (maandag gesloten).ALAIN DELAUNOIS