Piet De Foer en Didier Lebout kunnen zich zowat collega's noemen. De bestuurder-directeur van de Belgische elektriciteitsproducent SPE en de verantwoordelijke voor het Belgische bruggenhoofd van de Franse energiereus Gaz de France (GdF) werken wel voor totaal verschillende aandeelhouders, maar de ambitie van beide energiespelers om fors te groeien op de Belgische elektriciteitsmarkt bracht de belangen samen. Ze sloten twee deals, die van strategisch belang zijn voor beide partijen én voor de Belgische elektriciteitssector.
...

Piet De Foer en Didier Lebout kunnen zich zowat collega's noemen. De bestuurder-directeur van de Belgische elektriciteitsproducent SPE en de verantwoordelijke voor het Belgische bruggenhoofd van de Franse energiereus Gaz de France (GdF) werken wel voor totaal verschillende aandeelhouders, maar de ambitie van beide energiespelers om fors te groeien op de Belgische elektriciteitsmarkt bracht de belangen samen. Ze sloten twee deals, die van strategisch belang zijn voor beide partijen én voor de Belgische elektriciteitssector. In het eerste dossier dat beide heren onder de arm houden, zit het project om een nieuwe elektriciteitscentrale te bouwen op de Gentse site van het staalbedrijf Sidmar. SPE en GdF sloten een joint venture (50/50) om de aanbesteding te winnen die Sidmar uitschreef. GdF heeft al een marktaandeel van 9 % op de Belgische gasmarkt, maar wil ook een stevige stek ver-overen op de elektriciteitsmarkt (zie kader: GdF wil ook stroom verkopen). "Dat lukt alleen als we over productiemiddelen op Belgische bodem beschikken. Het is te risicovol om de bevoorrading van de flexibele behoeften van klanten te garanderen louter op basis van de markt. Zoals de meeste Europese markten is de Belgische markt daarvoor niet liquide genoeg," zegt Didier Lebout. "We willen daarom tegen 2009 samen met SPE een centrale met een vermogen van 800 megawatt bouwen, waarvan 400 à 500 megawatt bestemd is voor verkoop op de Belgische elektriciteitsmarkt." GdF en SPE menen het ernstig, want met het project is een investering van liefst 400 miljoen euro gemoeid. De nieuwe centrale kan 6 % van het Belgische elektriciteitsverbruik leveren. In het tweede dossier praten SPE en GdF over een nog veel intensere relatie. Eind deze maand kiezen de aandeelhouders van SPE aan wie ze een belang van 50 % verkopen. SPE is momenteel in handen van de overheidsholdings Publilec (64,9 %), Socofe (12,9 %), de Vlaamse Energieholding (5,6 %) en Dexia (16 %). "SPE wil doorgroeien op de Belgische markt, maar we zijn te klein om onze ambities op eigen kracht waar te maken. Daarom zijn we op zoek naar een strategische partner," zegt Piet De Foer. Ook hier is GdF in de running, want het bracht samen met het Britse Centrica (dat voor 50 % eigenaar van Luminus is) een bod uit op de helft van de aandelen in SPE. De Nederlandse energiespelers Nuon en Essent zijn de andere gegadigden die nog een kans maken. Het zijn niet toevallig spelers die al actief zijn op de Belgische elektriciteitsmarkt. Voor deze partijen is een participatie in SPE van strategisch belang, want het is de enige mogelijkheid om van vandaag op morgen productiecapaciteit op de Belgische markt te verwerven. SPE beschikt over een productieportefeuille van ongeveer 2000 megawatt, waarmee het meer dan 10 % van de Belgische elektriciteitsvraag kan leveren. ,,De drie geïnteresseerde partijen hebben bindende offertes ingestuurd, maar ze bieden ook alledrie activa in natura. Die worden momenteel bestudeerd en gewaardeerd. Eind deze maand verwacht ik een keuze," zegt Piet De Foer. GdF en SPE praten dus in beide dossiers met elkaar. Maar, zegt Piet De Foer: "Het Sidmar-project bindt ons niet om GdF als strategische partner te kiezen. Het zou de samenwerking voor dit project natuurlijk wel eenvoudiger maken."De tandem SPE-GdF windt er in elk geval geen doekjes om dat het kandidaat is voor de bouw van de Sidmar-centrale. In Frankrijk werkt GdF trouwens op dit moment een soortgelijke centrale van 800 megawatt af op de Duinkerkse vestiging van het moederbedrijf van Sidmar, Arcelor, en kan dus wat pro-jectervaring in de strijd gooien. De shortlist van Sidmar telt echter nog een tweede kandidaat, die officieel nog niets van zich heeft laten horen, maar in de wandelgangen klinkt de naam van Electrabel luid als de tweede hond die om het been vecht. Electrabel zelf wil over deze zaak geen commentaar kwijt. De kandidatuur van Electrabel zou logisch zijn vanwege zijn expertise en knowhow, én de financiële slagkracht om het project te financieren. Tenslotte is de productie van elektriciteit een van de kernactiviteiten van Electrabel. De kandidatuur is echter ook controversieel, omdat de bijzonder dominante positie van Electrabel op de Belgische productiemarkt nu al onder vuur ligt. Electrabel heeft dankzij een Belgisch productiepark van ruim 12.000 megawatt ongeveer 80 % van de productie op Belgische bodem in handen en een bijkomende centrale van 800 megawatt zou deze dominante positie nog versterken tot 85 %. Het is deze overheersing in de productie die de vrijmaking van de Belgische energiemarkt aan banden legt. Maar als GdF een belang in SPE verwerft en het duo de centrale bij Sidmar mag bouwen, kan deze energiespeler bijna 20 % van de Belgische elektriciteitsmarkt bevoorraden. Dat zou van SPE-GdF de grootste uitdager van Electrabel maken op de Belgische energiemarkt. Sidmar maakt wellicht in juni van dit jaar bekend voor welke offerte het kiest, omdat de centrale tegen 2009 operationeel moet zijn. Dat heeft te maken met het hoogovengas dat Sidmar produceert bij de fabricage van staalplaat. Sidmar heeft tot 2009 een contract met Electrabel, waarin het hoogovengas in de tien kilometer verder gelegen centrale van Rodenhuize wordt verbrand en omgezet in elektriciteit. In het kader van Kyoto heeft Electrabel de intentie om over te schakelen naar CO2-armere energiebronnen. De verbranding van hoogovengas levert een hoge uitstoot van CO2 op, omdat het gas afkomstig is van de verbranding van steenkool. "De kans bestaat dat Electrabel geen hoogovengas meer wil als brandstof. Sidmar wil echter de afname van zijn hoogovengas veiligstellen. Vandaar de bouw van een elektriciteitscentrale op onze site die het hoogovengas omzet in elektriciteit," zegt Paul Verstraeten, woordvoerder van Sidmar. Of hoe Kyoto als een breekijzer(tje) kan dienstdoen op de Belgische elektriciteitsmarkt. Het investeringsrisico is voor SPE-GdF. Sidmar betaalt een vergoeding voor de omzetting van het hoogovengas in elektriciteit. Piet De Foer: "Dit tolling-contract genereert een derde van de cashflow die nodig is om het project te financieren. De rest moet terugverdiend worden met de verkoop van de elektriciteit op de markt." Daan KillemaesEind deze maand kiezen de aandeelhouders van SPE aan wie ze een belang van 50 % verkopen: Gaz de France/Centrica, Nuon of Essent.