De Franse president Sarkozy gaf hem een vriendschappelijk klopje in de nek en van de Luxemburgse premier Juncker kreeg hij een dikke knuffel. Ongewone beelden van Herman Van Rompuy, de vleesgeworden gereserveerdheid, die net tot Europees president was aangewezen. De lichaamstaal van de supersfinx verraadde voor één keer een klein beetje emoties. Zijn legendarische onverstoorbaarheid vertoonde barstjes. Hij liep er onwennig bij en zijn pokerface verloor het van zijn gelukzaligheid.
...

De Franse president Sarkozy gaf hem een vriendschappelijk klopje in de nek en van de Luxemburgse premier Juncker kreeg hij een dikke knuffel. Ongewone beelden van Herman Van Rompuy, de vleesgeworden gereserveerdheid, die net tot Europees president was aangewezen. De lichaamstaal van de supersfinx verraadde voor één keer een klein beetje emoties. Zijn legendarische onverstoorbaarheid vertoonde barstjes. Hij liep er onwennig bij en zijn pokerface verloor het van zijn gelukzaligheid. Geluk en ongeluk. Van Rompuy heeft ze beide gekend in zijn lange politieke loopbaan, die naar het einde van de jaren tachtig op een dood spoor zat. Hij wilde meer, veel meer dan het hoofd te zijn van de partijstudiedienst waar hij maar niet weg raakte. Die functie heeft hem wel een plaats gegeven op de eerste rij van alle grote onderhandelingen uit die tijd. Van Rompuys politieke harde schijf is vele giga's groot. Kennis is macht en de intelligente Van Rompuy heeft ze allebei. Hij weet het en hij gebruikt beide onbeschaamd. De christendemocraat kan zonder verpinken een vernietigend oordeel vellen over zijn medemens. Zijn tussen neus en lippen uitgesproken zinnetjes zijn dodelijke kogels. 1988 werd het jaar van de grote ommekeer. In snel tempo werd hij senator, staatssecretaris en partijvoorzitter. De consecratie voltrok zich op een partijcongres waar hij plots kaasrecht en graatmager in het licht van een grote schijnwerper stond en zijn bloemenboeket hoog in de lucht hield. Zijn blik verraadde trots en ongeloof omdat hij eindelijk was waar hij wilde zijn. Het heilige der heiligen, het centrum van de politieke macht. Hetzelfde congres verguisde hem drie jaar later. De partijleider moest spitsroeden lopen en zijn gezicht toonde ingehouden woede, minachting, ernst en een tikkeltje vrees toen hij het congresgebouw verliet. Hij moest de duidelijk voelbare fysieke dreiging die van de menigte uitging, trotseren. Het jaar daarop kreeg hij, samen met de toenmalige premier Jean-Luc Dehaene, een staande ovatie van dezelfde mensen. Die jojoënde congressen staan symbool voor Van Rompuys politieke loopbaan. Ze scherpen zijn relativeringsvermogen aan. De politiek is een wispelturige minnares die vele verrassingen in petto heeft. Dehaene en Van Rompuy, een tweespan dat in de jaren negentig perfect functioneerde. Dehaene op het voorplan en Van Rompuy in de achterkamers. Hij was de vicepremier en minister van Begroting, en tot zijn eigen opluchting had hij niet meer in zijn ministerportefeuille zitten. Van Rompuy is geen man die dossiers instudeert en hij is bezwaarlijk een werkpaard te noemen. Wel is hij een raspaard voor zijn partij. Politiek bedrijven, zit hem in het bloed. Zijn werk achter de schermen, zijn geheimzinnigheid en zwijgzaamheid maken van hem een gevreesd iemand, niet het minst in zijn eigen partij. Dat laatste maakte zijn tocht door de politieke woestijn tussen 1999 en 2007 des te moeilijker. Zijn kompaan Dehaene zocht andere oorden op en hij bleef met lege handen achter. Zonder noemenswaardige politieke besognes, een kabinet medewerkers en een auto met chauffeur, was hij als een vis op het droge. Toch slaagde hij erin politiek te overleven. Nipt, dat wel, maar hij verdween niet in de vergetelheid. Dankzij zijn blogs, die snel en gretig hun weg vonden naar de journalisten, bleef hij aanwezig in het publieke debat. Zijn optredens als deskundige in het VTM-praatprogramma Recht van Antwoord, hielpen hem daar ook bij. Dat veel mensen hem erover aanspraken, deed hem bovendien deugd. Van Rompuy herrees als een feniks uit zijn politieke as. Het kamervoorzitterschap waar hij in 2007 voor koos, plaatste hem weer in zijn geliefkoosde positie als politicus die vooral in de schaduw werkt. Hoog op de tribune van de Kamer zou hij nog enkele jaren meedraaien voor hij de politieke bühne zou verlaten. Het is anders verlopen en alweer gebeurde de ommekeer heel snel. Hij werd premier van België en nog geen jaar later de eerste president van Europa. Een jongensdroom ging in vervulling. Hij kreeg definitief zijn plaats in de geschiedenisboeken. Als voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders zal hij weer op de achtergrond werken. Waar hij op zijn best is. De komende weken krijgen we niet veel meer van hem te zien en te horen dan de haiku's die hij zal schrijven, een marketinginstrument van jewelste. Boudewijn Vanpeteghem