"The dynamics of industrial mark-ups in two small open economies: does national competition policy matter?", Jozef Konings, Patrick Van Cayseele, Frederic Warzynski, International Journal of Industrial Organization, 19 (2001) 841-859.
...

"The dynamics of industrial mark-ups in two small open economies: does national competition policy matter?", Jozef Konings, Patrick Van Cayseele, Frederic Warzynski, International Journal of Industrial Organization, 19 (2001) 841-859.Een monopolie is een droom voor elke ondernemer, maar een nachtmerrie voor de consument én de samenleving. Monopolisten boeken buitensporige winsten, maar dat feestje gaat ten koste van een veel groter welvaartsverlies voor de consument. Per saldo is de samenleving dus slechter af. Bedrijven slaan echter niet zelden de handen in elkaar, via fusies en overnames, om meer marktmacht te verwerven. Vandaar dat de Europese en nationale mededingingsautoriteiten dergelijke operaties vooraf onder de loep nemen, om na te gaan of hun extra marktmacht niet ten koste zal gaan van uw welvaart. In België loopt dat beleid nog altijd fout, meent professor dr. Patrick Van Cayseele, voorzitter van het departement Economie van de KU Leuven en als expert lid van de Raad voor de Mededinging. PATRICK VAN CAYSEELE (KU LEUVEN). "De baten zijn potentieel heel hoog. Een goed mededingingsbeleid kan een economie op een hoger groeipad brengen. De conservatiefste schatting gaat uit van een jaarlijkse winst van 0,1 % van het bruto binnenlands product ( nvdr - of een winst van 250 miljoen euro per jaar). In de optimistische schatting gaat het zelfs om enkele percenten van het BBP per jaar - op voorwaarde uiteraard dat het mededingingsbeleid erin zou slagen de macht van de markt in te perken. Het is dus overduidelijk dat een effectief mededingingsbeleid wenselijk is, zelfs al komt de markt automatisch met alternatieven." VAN CAYSEELE. "Neen. We hebben de winstmarge in een aantal sectoren gemeten en ze daalt niet. We hebben dat wetenschappelijk onderzocht ( nvdr - zie referentie), maar de beleidsmakers zijn blijkbaar niet op de hoogte van die bevindingen. Dat schrijnende gebrek aan kennis van de aanwezige knowhow heeft bij heel wat industrieel economen een nagenoeg onherstelbare afkeer voor de Belgische mededingingsproblematiek teweeggebracht. Aangezien die economen internationaal goed in de markt liggen, zal het Belgische beleid zeer moeilijk aan de bijkomende expertise raken die ze zo graag wenst en nodig heeft. Het regeerakkoord heeft het nochtans over de uitbouw van een krachtige mededingingsautoriteit. Toch telt de dienst amper 40 ambtenaren op een totaal van 240.000 federale ambtenaren. Dat betekent dus dat 0,017 % van de ambtenaren bezig is met mededinging, terwijl dat elk jaar 250 miljoen euro kan opbrengen. Het kabinet van federaal minister van Economie Fientje Moerman ( VLD) wil nu wel zes ambtenaren van 'prijscontrole' naar 'mededinging' verschuiven, maar dat is een druppel op een hete plaat." VAN CAYSEELE. "Ja, maar dan alleen om een sector in zijn geheel aan te pakken. En dat is nog nooit gebeurd. Als econoom merk ik wel een paar gevaarsectoren die ook binnen de Raad gevolgd worden." VAN CAYSEELE. "Dat is het typische argument om het mededingingsbeleid niet uit te bouwen. Maar internationale concurrentie slaagt er nauwelijks of niet in de marktmacht en de winstmarges van binnenlandse aanbieders in te perken. Vaak zijn de toetredingsbarrières gewoon te hoog. En vaak gaat het, zeker in Nederland, om merkproducten die niet zomaar vervangen kunnen worden. De Belgische economie produceert wel meer basisproducten die makkelijk substitueerbaar zijn met ingevoerde producten, maar importconcurrentie is uiteindelijk maar een van de elementen in de beoordeling. Ze maakt een beoordeling zeker niet overbodig." Daan Killemaes"0,017 % van de federale ambtenaren houdt zich bezig met mededinging, terwijl dat elk jaar 250 miljoen euro kan opbrengen."