Ze worden al decennialang gevoerd: de discussies over het al of niet rechtvaardige karakter van successierechten. Sommigen vinden het niet meer dan normaal dat mensen die een stevig kapitaal erven daar zwaar op worden belast. Anderen vragen zich dan weer af waarom kinderen moeten betalen voor het geld dat ze van hun ouders erven.
...

Ze worden al decennialang gevoerd: de discussies over het al of niet rechtvaardige karakter van successierechten. Sommigen vinden het niet meer dan normaal dat mensen die een stevig kapitaal erven daar zwaar op worden belast. Anderen vragen zich dan weer af waarom kinderen moeten betalen voor het geld dat ze van hun ouders erven. Sinds uittredend Vlaams minister van Financiën Dirk Van Mechelen (VLD) besloot om de schenkingrechten aanzienlijk te verlagen, is de kans groot dat de kritiek op de successierechten zal verstommen. Sinds 1 januari van dit jaar betaal je bijvoorbeeld voor een officiële schenking aan je kinderen 3 % schenkingsrechten terwijl dat vroeger op zijn minst 30 % was. Daarmee wordt een schenking plots een zeer interessante vorm van successieplanning. De aanzienlijke tariefverlaging komt niets te laat. Een steeds groter deel van het kapitaal waarover privé-huishoudens beschikken bevindt zich in de handen van 60-plussers. Die groep geeft misschien veel geld uit aan reizen, maar blijft over een grote hoeveelheid 'slapend' kapitaal beschikken. Ze zouden wat graag een deel van hun vermogen vandaag nog geven aan hun kinderen, die bijvoorbeeld een hypotheek moeten afbetalen. Door die verlaagde schenkingsrechten wordt dit nu een fluitje van een cent. Maar wie de nieuwe regeling van nabij gaat bekijken, kan er niet omheen dat die nog een pak hiaten bevat. We krijgen de indruk dat de Vlaamse regering de schenkingsrechten snel-snel heeft verlaagd om de staatskas te spekken. En de cijfers lijken de regering gelijk te geven: de Vlaamse gewestbelastingen zijn tijdens de eerste vier maanden van 2004 met 14,5 % gestegen. Dat is onder meer te danken aan de verhoogde inkomsten uit schenkingsrechten. Vlamingen zouden echter geen Vlamingen zijn als ze geen pogingen ondernamen om zelfs aan die zeer lage schenkingsrechten te ontsnappen via technieken zoals de bankgift. Het is dus best mogelijk dat de extra inkomsten uit schenkingsrechten uiteindelijk een stuk lager zullen uitvallen dan aanvankelijk was ingecalculeerd. Ander nadeel: de schenkingrechten blijven in de andere gewesten opvallend hoog. In Wallonië kunnen ze zelfs oplopen tot 90 %. Wie kinderen heeft die zowel in het Brussels als het Vlaams gewest wonen en hun een schenking wil doen, zit dus met een probleem. Als vorm van fiscale discriminatie kan dat tellen. Maar de grootste kritiek op de verlaging van de schenkingrechten komt van de notarissen zelf. Zij worden meer en meer met macabere situaties geconfronteerd waarbij kinderen hun stervende ouders nog snel een schenking laten doen, zodat ze optimaal van het verlaagde tarief kunnen profiteren. Voor 1 januari was dit onmogelijk omdat de wet toen nog voorschreef dat een schenker zijn schenking drie jaar moest overleven. Anders werd de schenking bij de erfenis geteld, met de hogere successierechten als gevolg. Ook hier moet dus werk worden gemaakt van een aanpassing van de bestaande regeling. Een termijn van één jaar vooraleer een schenking definitief wordt, zou al een stap in de goede richting zijn. Een opdracht voor de volgende Vlaamse regering? Alain Mouton