Het artikel 931 van het Burgerlijk Wetboek stelt dat wie een schenking wil doen, daarvoor een beroep moet doen op een notaris. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, is de schenking nietig. Maar op dat principe gelden enkele belangrijke uitzonderingen, waaronder de bank- en de handgift.
...

Het artikel 931 van het Burgerlijk Wetboek stelt dat wie een schenking wil doen, daarvoor een beroep moet doen op een notaris. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, is de schenking nietig. Maar op dat principe gelden enkele belangrijke uitzonderingen, waaronder de bank- en de handgift. Voor de klassieke handgift -- bijvoorbeeld een schenking van geld of kunstwerken -- is geen notariële akte vereist. Dat komt doordat de handgift geen vormelijk contract is, maar tot stand komt door de materiële overdracht van de geschonken goederen. De schenker geeft daarmee de eigendom uit handen; de begiftigde wordt onmiddellijk en onherroepelijk de nieuwe eigenaar van de goederen. Veiligheidshalve is het raadzaam schriftelijke bewijzen van de overdracht op te maken in de vorm van aangetekende brieven of een bewijsdocument -- het zogenoemde pacte adjoint. Ook bij een bankgift is geen notaris vereist. De schenker schrijft geld of effecten over van zijn bank- of effectenrekening naar die van de begiftigde. Het zogenoemd neutrale karakter van de overschrijving is essentieel. In de mededeling bij de storting mag de schenker niet vermelden dat het overgeschreven bedrag als schenking is bedoeld. Dat het om een gift gaat, mag alleen onrechtstreeks blijken, bijvoorbeeld uit de aangetekende brieven of het pacte adjoint. Noch op een handgift, noch op een bankgift zijn strikt genomen schenkingsrechten verschuldigd. De hand- en de bankgift zijn populairder dan ooit, vooral nu vaststaat dat ze niet worden geviseerd door de strengere antimisbruikbepaling. Ze staan zelfs uitdrukkelijk op de witte lijst van de toegelaten successietechnieken die de fiscus in zijn omzendbrief van 19 juli 2012 heeft bekendgemaakt. Een groot nadeel van de klassieke hand- en bankgift is dat de schenker na de schenking nog minstens drie jaar in leven moet blijven. Overlijdt hij vroeger, dan betalen de erfgenamen toch nog successierechten op de schenking. Dat kunnen ze vermijden door het bewijs van de hand- of bankgift te laten registeren op een registratiekantoor en daarop schenkingsrechten af te dragen. Voor een schenking tussen echtgenoten en in rechte lijn -- bijvoorbeeld tussen ouders en kinderen -- zijn 3 procent schenkingsrechten op de waarde van de schenking verschuldigd (3,3 % in Wallonië). Bij een schenking voor een Belgische notaris, speelt die termijn van drie jaar niet, aangezien alle Belgische notariële akten moeten worden geregistreerd. Maar er zijn dan niet alleen schenkingsrechten verschuldigd, ook het honorarium van de notaris moet worden betaald (1000 à 2000 euro). Hoe hoger de waarde van de schenking, hoe hoger die factuur oploopt. Op een schenking van 100.000 euro aan een kind rekent een notaris boven op de schenkingsrechten een honorarium van minstens 1100 euro aan. Bankiers raden daarom steeds vaker aan het bewijsdocument van de hand- of bankgift te laten registreren. Dat gaat sneller, het spaart het honorarium van de notaris uit en de periode van drie jaar speelt ook niet meer. Wie vandaag bijvoorbeeld een bankgift doet, kan de volgende ochtend al een bewijsdocument opmaken en dat laten registreren op een registratiekantoor. Alles is dan binnen 24 uur afgehandeld. Bij een hand- of bankgift worden soms nog de klassieke aangetekende brieven gebruikt. Maar een bewijsdocument of pacte adjoint is fiscaal en juridisch even sluitend en een stuk eenvoudiger (zie kader Bewijsdocument van een bankgift). De schenker en de begiftigde moeten dat document na de schenking samen ondertekenen. Vreemd genoeg kan de klassieke handgift worden geregistreerd op basis van een eenzijdig document dat wordt opgesteld door de begiftigde -- bijvoorbeeld een dankbrief. Maar het kan natuurlijk geen kwaad als de schenker en de begiftigde de aangetekende brieven of een bewijsdocument dat ze beiden hebben ondertekend, laten registreren. De schenker en de begiftigde kunnen daarvoor terecht bij een registratiekantoor naar keuze. Het dichtstbijzijnde kantoor vindt u via http://annuaire.fiscus.fgov.be/ qw/index.php?lang=nl. Houd er rekening mee dat de kantoren enkel open zijn tussen 8 en 12 uur. In principe kunnen de schenkingsrechten altijd cash worden voldaan. Maar om veiligheidsredenen hebben de meeste ontvangers van registratierechten dat niet graag, vooral als het om grote bedragen gaat. De meeste kantoren staan daarom toe dat met een bankcheque wordt betaald. Bel vooraf wel naar het registratiekantoor, om te weten welke naam -- bijvoorbeeld registratiekantoor Leuven II -- op de bankcheque moet staan. Een andere oplossing is zich met het originele bewijsdocument en een kopie van de bankgift naar het registratiekantoor te begeven. Het is zelfs mogelijk die documenten op te sturen. Daar krijgen de schenker en de begiftigde een overschrijvingsformulier mee. Na betaling stuurt het registratiekantoor het geregistreerde bewijsdocument op. Het duurt dan wel meerdere dagen voordat alles rond is. Bij een bankgift van 100.000 euro tussen ouders en een kind is geen discussie mogelijk: er zijn dan 3 procent schenkingsrechten verschuldigd, of 3000 euro. Wordt een effectenportefeuille met aandelen, obligaties en fondsen geschonken, waarvan de waarde van dag tot dag verschilt, dan worden de registratierechten berekend op basis van de geschatte waarde op het ogenblik van de aanbieding op het registratiekantoor. Het is raadzaam aan een bankier een recente waardebepaling van de portefeuille te vragen. JOHAN ADRIAENS EN JOHAN STEENACKERSDe hand- en de bankgift zijn populairder dan ooit, nu vaststaat dat ze niet worden geviseerd door de strengere antimisbruikbepaling.