Volgend jaar staat Jo Schatten tien jaar aan het hoofd van de Belgische golffederatie. "In 1989 telden we 57 golfterreinen en 19.600 leden," aldus Schatten. "Vandaag beschikken we over 76 terreinen en 34.000 spelers. Meer cijfers hoef ik waarschijnlijk niet te geven om aan te duiden dat er de voorbije tien jaar wel degelijk iets is veranderd."
...

Volgend jaar staat Jo Schatten tien jaar aan het hoofd van de Belgische golffederatie. "In 1989 telden we 57 golfterreinen en 19.600 leden," aldus Schatten. "Vandaag beschikken we over 76 terreinen en 34.000 spelers. Meer cijfers hoef ik waarschijnlijk niet te geven om aan te duiden dat er de voorbije tien jaar wel degelijk iets is veranderd." Ook de resultaten van de Belgische golfers gingen er het voorbije decennium flink op vooruit, hoewel de federatie het nog steeds met beperkte middelen moet stellen. Schatten leidt een ploeg van acht voltijdse medewerkers en beschikt jaarlijks over 40 miljoen frank. "Dat is peanuts in vergelijking met Nederland (110 miljoen), Frankrijk (250 miljoen), Duitsland (300 miljoen) en Zweden (eveneens 300 miljoen). Nochtans moeten we het tijdens internationale competities tegen diezelfde landen opnemen. En laten het maar toegeven: vaak staan we goed ons mannetje." Toch zijn er kleinere landen die het nóg beter doen. Denk maar aan Finland, dat vijfde eindigde tijdens het jongste Wereldkampioenschap heren. België finishte 27ste. "Wat mij opviel bij de Finnen waren hun atletische kwaliteiten en hun fysieke conditie. Ze straalden een enorme kracht uit, wij niet. Maar we hebben grootse projecten ter zake." Jo Schatten zit vaak gewrongen tussen de wil om het Belgische 'golfpark' uit te breiden (momenteel 76 terreinen) en het verkrijgen van de nodige goedkeuringen. "Het is onze taak om ervoor te zorgen dat er nieuwe terreinen komen. Maar onze overheid staat daar heel wat sceptischer tegenover dan in de buurlanden, waar nochtans ook rekening wordt gehouden met de positieve invloed van de golfsport op sociaal, esthetisch en ecologisch vlak. Bovendien komt de publieke golfsport in België - met uitzondering van de initiatieven van Enghien, Brasschaat en Dendermonde - maar moeilijk van de grond. Misschien moeten we kleine installaties met een driving range bouwen, zodat geïnteresseerden de golfsport kunnen ontdekken buiten de grote clubs. Niet omdat die clubs gesloten zijn, maar omdat aspirant-golfers liever met lotgenoten beginnen dan tussen ervaren spelers." Een andere prioriteit is het aanbieden van kwaliteitsonderwijs, iets waarbij de sportadministratie in België - Adeps en Bloso - zal worden betrokken. Jo Schatten: "Alle lesgevers moeten in de toekomst een brevet van nationaal monitor bezitten." John Baete