De Pensions Commission onder leiding van Lord Adair Turner heeft aan de regering-Blair voorgesteld om de pensioenleeftijd tegen 2050 op te trekken naar 67 à 69 jaar. Eerder al besliste de Duitse kanselier Angela Merkel om de pensioenleeftijd in Duitsland op termijn te verhogen tot 67 jaar. In modelland Ierland bedraagt de pensioenleeftijd nu al 66 jaar. Een nieuwe trend? Moet België volgen?
...

De Pensions Commission onder leiding van Lord Adair Turner heeft aan de regering-Blair voorgesteld om de pensioenleeftijd tegen 2050 op te trekken naar 67 à 69 jaar. Eerder al besliste de Duitse kanselier Angela Merkel om de pensioenleeftijd in Duitsland op termijn te verhogen tot 67 jaar. In modelland Ierland bedraagt de pensioenleeftijd nu al 66 jaar. Een nieuwe trend? Moet België volgen? Het lijkt op het eerste gezicht een logische evolutie. De bevolking wordt steeds ouder, waardoor bij een gelijk blijvende pensioenleeftijd de lengte van het pensioen langer wordt. En dus duurder. Terwijl steeds minder actieven dat extra geld moeten opbrengen. Groot-Brittannië en Duitsland volgen echter een verkeerde weg. De wettelijke pensioenleeftijd is een achterhaald begrip. Het dateert van de periode dat mensen op een bepaalde leeftijd stopten met schoolgaan, begonnen te werken en dat bleven doen (meestal bij dezelfde werkgever) tot aan die pensioenleeftijd. In een moderne kennismaatschappij is die monotone levensloop achterhaald. Mensen studeren nu langer, beginnen te werken via uitzendarbeid, studeren weer bij, gaan werken, worden gevormd op het bedrijf, nemen een sabbatical voor kinderzorg of verdere opleiding, en gaan dan weer aan het werk. In een dergelijk loopbaanconcept is het beter om de pensioenleeftijd radicaal af te schaffen. Wie met pensioen wil, moet dan een bepaald aantal jaren hebben gewerkt. Nemen we als relatief willekeurig voorbeeld 40 jaar. Is iemand begonnen op zijn 16 jaar en heeft hij zijn hele leven gewerkt, dan kan hij op zijn 56ste met pensioen. Studeert iemand tot zijn 25 jaar en onderbreekt hij zijn loopbaan verscheidene keren met nog eens drie jaar in totaal, dan kan hij pas op zijn 68ste met pensioen. Aanvankelijk - toen de nota 'Actief ouder worden' nog op tafel lag - leek het erop dat dit loopbaanconcept in België het nieuwe adagium zou worden. Maar geleidelijk verdween het naar de achtergrond omdat de vakbonden er koudwatervrees voor hadden en de werkgevers enkele berekeningen hadden gemaakt die aantoonden dat er met veertig jaar niet zoveel winst zou worden gemaakt. Hoe lang moet de loopbaan zijn om met pensioen te mogen gaan? Dat moet verder studiewerk bepalen. Bedoeling moet zijn dat de bijdrage die wordt betaald tijdens de loopbaan voldoende groot is om de uitgaven tijdens de pensioenduur te dekken. Naar het voorbeeld van Zweden kan dan vervolgens automatisch de stijgende levensverwachting in het systeem worden ingebracht. Zodra de levensverwachting stijgt met x aantal maanden, neemt ook de noodzakelijke loopbaan met x aantal maanden toe. Op die manier blijft de bijdrage tot het systeem steeds in verhouding tot de kostprijs ervan. En worden moeilijke discussies vermeden. Je moet immers niet op geregelde tijdstippen over een verhoging overleggen. Het is een automatische jaarlijkse aanpassing. Over de modaliteiten van een dergelijk pensioensysteem kan worden gepraat. Worden er gelijkgestelde periodes toegestaan voor ziekte, werkloosheid, studies, kinderzorg enzovoort en in welke mate? Moet de vereiste loopbaan evenveel stijgen als de levensverwachting? Dat zijn echter modaliteiten. Het gaat er in de eerste plaats om dat we een ouderwets concept als de pensioenleeftijd overboord gooien en vervangen door een systeem dat is aangepast aan onze moderne tijd. Guido Muelenaer