Bij ons begon het misschien als een vroeg signaal van een midlifecrisis: een eerste schijf van het pensioen zou best gegeven worden tussen 40 en 50 jaar. Om in de snel hollende wereld niet hopeloos achterop te geraken, kan er in deze periode opleiding aangeboden worden. De resterende tijd kan besteed worden aan opgroeiende kinderen, sociaal werk, hobby's en reizen. Bij hoogleraar Mieke van Haegendoren ( Limburgs Universitair Centrum) is het op de eerste plaats een sociaal-economische oefening, die niet zo radicaal ver reikt. Haar voorstel heeft het onmiskenbare voordeel dat de verzuchting niet zonder meer naar het rijk der utopische dromen gestuurd hoeft te worden. Van Haegendoren, wellicht beter bekend als voorzitster van de Nederlandstalige Vrouwenraad, introduceert haar suggestie in Van huisvrouwen tot uitzendkrachten.
...

Bij ons begon het misschien als een vroeg signaal van een midlifecrisis: een eerste schijf van het pensioen zou best gegeven worden tussen 40 en 50 jaar. Om in de snel hollende wereld niet hopeloos achterop te geraken, kan er in deze periode opleiding aangeboden worden. De resterende tijd kan besteed worden aan opgroeiende kinderen, sociaal werk, hobby's en reizen. Bij hoogleraar Mieke van Haegendoren ( Limburgs Universitair Centrum) is het op de eerste plaats een sociaal-economische oefening, die niet zo radicaal ver reikt. Haar voorstel heeft het onmiskenbare voordeel dat de verzuchting niet zonder meer naar het rijk der utopische dromen gestuurd hoeft te worden. Van Haegendoren, wellicht beter bekend als voorzitster van de Nederlandstalige Vrouwenraad, introduceert haar suggestie in Van huisvrouwen tot uitzendkrachten. De titel doet een studie naar de evolutie van vrouwenarbeid vermoeden, maar het blikveld blijkt de hele arbeidsmarkt te beslaan. De docente Economische Sociologie, Arbeidsverhoudingen en Sociaal-economisch Overheidsbeleid brengt de evolutie in kaart van de aard van de arbeid in het naoorlogs België. Hoe dichter ze de actualiteit nadert, hoe meer ze haar eigengereide sociologische verkenning inruilt voor kritische analyse. In dat kader past ook haar opmerking over het wel en wee van oudere werknemers en haar alternatief voorstel voor een discontinue carrière. FIETSENDE VIJFTIGERS."De arbeidsuitstoot op jonge leeftijd - die maakt dat men vandaag zeer snel maatschappelijk oud is - is niet langer houdbaar", oordeelt van Haegendoren. "We moeten daarbij niet alleen denken aan de toekomstige pensioenlasten en de draagkracht van de sociale zekerheid, maar ook aan de wensen van de ouderen zelf. Zij zijn er immers niet onverdeeld gelukkig mee dat ze zo vroeg worden afgeschreven."Haar beeld over fietsende bruggepensioneerden met een comfortabele reserve op de bank plaatst wel een vraagteken bij het eventuele zelfbeklag van de uitgestotenen. Tegelijk klinkt ook in die passages een vlijmende waarschuwing. Na een schets over de doorsnee carrière van de huidige gepensioneerden, spreekt de professor de vrees uit "dat de ouderen van vandaag misschien de enige generatie ouderen zal zijn die welstellend zal overlijden." Intussen blijken ook de ondernemingen minder en minder gelukkig met het brugpensioen. "Tal van geherstructureerde bedrijven, waar men het meest heeft bespaard op de oudere werknemers, beleven een periode van acute bloedarmoede. Een bedrijf heeft immers zowel nood aan jonge mensen met een jeugdig dynamisme, als aan coaching door ervaren mensen. Het is trouwens niet toevallig dat (brug)gepensioneerden van grote bedrijven met succes hun diensten aanbieden bij kmo's."Uit het denkproces over deze brede problematiek, ontspruiten enkele alternatieven. Meest in het oog springt de suggestie om de pensioenleeftijd af te schaffen en te vervangen door een verplicht aantal loopbaanjaren (40 of 45 jaar?), vooraleer met pensioen te kunnen gaan. Een ondergrens is nodig, een plafond niet: "Wie langer wil werken, omdat hij het niet kan laten, of omdat hij een hoger pensioen wenst, zou dit ook moeten kunnen."NEEM DE TIJD."Maar waarom moeten we het leven opvatten als drie afzonderlijke perioden: leren, werken, rusten?" vult van Haegendoren al gauw aan. "In deze zo snel veranderende wereld lijkt het mij noodzakelijk dat mensen tijdens hun actieve loopbaan kansen krijgen om deze regelmatig te onderbreken, zowel voor bijscholing als voor het volbrengen van taken die niet thuishoren in het arbeidsproces."Van Haegendoren stelt voor om de arbeid anders over de loopbaan uit te smeren: "Daarbij zal men minder werken op dag-, week-, jaar- of loopbaanbasis, maar men zal wel tot op een hoge leeftijd actief blijven op de arbeidsmarkt, teneinde het economische nut van iedereen in de samenleving en op de arbeidsmarkt een kans te geven." De financiering kan door de sommen voor het brugpensioen over te hevelen naar, bijvoorbeeld, het ouderschapsverlof. Tijdens die perioden zouden ouders het minimum uitgekeerd krijgen. Dit lijkt ons al te karig. We nodigen de hoogleraar meteen uit voor een realistischer berekening. Ze hoeft zich ook niet te laten verblinden door ouderschapsverlof. Er liggen nog zovele opties open, die ze intensiever kan toelichten.Hiermee raken we de achilleshiel van dit overigens hoogst informatieve boek aan. Van Haegendoren heeft te veel onderwerpen aangesneden, heeft er zelfs flarden autobiografie ingestopt, zodat we een erg heterogeen menu van ideeën, historie en analyse voorgeschoteld krijgen. Geschiedenis, sociologie en sociaal-economisch beleid wedijveren om de aandacht.Mieke van Haegendoren, Van huisvrouwen tot uitzendkrachten. Davidsfonds, 215 blz., 695 fr. ISBN 90 6152 657 4.LUC DE DECKER