De koers van de Nederlandse oliedienstenspeler SBM Offshore werd de jongste jaren deels gedrukt door het uitkomen van een smeergeldaffaire, die tussen 2007 en 2011 plaatsvond. Voor die onverkwikkelijke affaire onder het vorige management liepen er juridische procedures bij het Nederlandse Openbaar Ministerie en het US Department of Justice. SBM had 240 miljoen USD of zowat 0,9 EUR per aandeel opzijgezet. Maar dit voorjaar werd een meevallende schikking getroffen. Die bestaat uit een betaling van 240 miljoen USD of het al voorziene bedrag. Het kan dan ook uit eigen middelen worden betaald en bovendien kan de betaling in termijnen gebeuren (laatste tranche van 70 miljoen USD op 1 december 2016).

Een belangrijke onzekerheid is daarmee uit de weg geruimd. De smeergeldaffaire sloot SBM tot nog toe uit van projecten op de uiterst lucratieve Braziliaanse markt (topklant Petrobras). Eind september kwam het verlossende nieuws in de vorm van een schriftelijke uitnodiging om deel te nemen aan de aanbesteding van de LIBRA- en Séphia FPSO-projecten. Het orgelpunt zou dan een minnelijke schikking zijn met de Braziliaanse autoriteiten. Volgens de Braziliaanse krant Globo is er een akkoord over een schadevergoeding van 1 miljard Braziliaanse real (BRL) of circa 225 miljoen EUR. SBM reageerde dat er nog geen akkoord is, maar wel constructieve gesprekken.

Een ander aandachtspunt is de nettoschuldpositie van 3,6 miljard USD op 30 juni of 5 keer de verwachte recurrente (zonder eenmalige elementen) bedrijfskasstroom (rebitda) voor dit jaar. Dat is zelfs een pak meer dan de huidige beurskapitalisatie van 2,7 miljard EUR. Het risico op een kapitaalverhoging de komende jaren blijft dus aanwezig.

Tot slot is er natuurlijk de forse daling van de olieprijs de afgelopen maanden. Het is afwachten in welke mate die de appetijt van klanten voor nieuwe projecten zal beïnvloeden en dus het vrij rooskleurige beeld nog zal vertroebelen. SBM gaf enkele maanden geleden aan dat het de komende vijf jaar tachtig nieuwe projecten verwacht, waarvan marktleider SBM er een vijftigtal actief zal opvolgen. SBM zorgt vooreerst voor het onderwerp, de bouw en de levering van offshore import- en exportterminals en zogenaamde F(P)SO's. Dat zijn omgevormde olietankers waarin olie of gas wordt opgeslagen, afkomstig van een vast of drijvend productieplatform dat zelf geen opslagcapaciteit heeft. Daarnaast is er de leasingactiviteit van productie- en opslagsystemen, waarvan SBM eigenaar is.

Vorig en dit jaar zijn overgangsjaren, maar volgend jaar zou de rendabiliteit terug moeten herstellen. Tegen respectievelijk 14 en 9 keer de verwachte winst 2015 en 2016, een koers-boekwaardeverhouding van 1,3 en een verwachte verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda) van 9,5 voor 2016 oogt het aandeel redelijk goedkoop. SBM beschikt met HAL Trust over een stabiele referentieaandeelhouder (participatie van 15 %).

Conclusie

SBM Offshore heeft weer meer controle over de situatie, maar blijft natuurlijk met de lage olieprijs geconfronteerd. Nog geen aandeel voor de goede huisvader-belegger (C-rating), maar risicobewuste beleggers mogen bij elke correctie een positie beginnen opbouwen. Kansrijk op middellange termijn.

Advies: koopwaardig

Risico: hoog

Rating: 1C